20-09-07

nr 77 september 07

Amateurisme Het Vlaams parlement maakt barslechte decreten  Dat een hele reeks decreten of wetten die niets met elkaar te maken hebben samengevoegd worden in een ‘verzamelbak’ naar aanleiding van een decreet/wet i.v.m. de aanpassing van de begroting, en door het parlement gejaagd worden is geen recent fenomeen. De eerste Vlaamse Raad na de verkiezingen in 1995 deed dit al. De Vlaamse gewestelijke heffing ter bestrijding van leegstand en verkrotting van woningen werd zo in 1996 ingevoerd via het ‘decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 1996’, dat 18 heel diverse hoofdstukken omvatte zoals Landbouw, Toerisme, Onderwijs, Leefmilieu, Gezondheid, Stedelijk beleid, Huisvesting, Openbare werken, Grond- en pandenbeleid, enz. (Stuk 147 (1995-1996) - Nr. 1-26)Voor een dergelijk decreet van 35 bladzijden met 83 artikels, kreeg de Raad van State een termijn van ‘ten hoogste drie (!!) dagen’ om zijn advies te geven. Tijdens de bespreking meende (wijlen) Ward Beysen (VLD, toen in de oppositie) dat deze heffing invoeren langs het programmadecreet een miskennen betekende van het Vlaamse Parlement: “Een dergelijke materie grijpt zeer sterk in op het leven van vele mensen. Het is teleurstellend dat aan een dergelijke belangrijke aangelegenheid geen volwaardig debat kan worden besteed. Bij de start van een autonoom Vlaams Parlement is dit bijzonder betreurenswaardig. Bij het toepassen van de voorgestelde heffing zullen zoveel gebreken worden vastgesteld dat zeer snel wijzigingen nodig zullen zijn om het gestelde doel te bereiken.”  De meerderheid van CVP en SP had daar ‘uiteraard’ geen oren naar, en keurde de tekst goed. In de feiten kreeg Ward Beysen nadien meer dan ruimschoots gelijk. Het Heffingsbesluit (B.S. 1 mei 1996) werd ondertussen negen keer gewijzigd. Vanaf de invoering tot eind 2001 werd bij zes van de tien aanslagbiljetten een bezwaarschrift ingediend, waarbij de klager in meer dan de helft van de keren gelijk kreeg. De bezwaren hoopten zich zo op dat de administratie verzoop in de papieren, en kon het Vlaams parlement niets anders doen dan (net voor de verkiezingen in 2004..) de heffing terugwerkend tweeenhalf jaar op te schorten. Er kwamen nieuwe voorwaarden, en de teller werd opnieuw ‘op nul gezet’ om de administratie de tijd te geven orde op zaken te stellen. Nu blijkt deze nieuwe regeling alweer op een ramp af te stevenen. Van de in 2006 afgehandelde bezwaren op ongeschiktheid moesten er bijna 90% ingewilligd worden. Tegen eind van dit jaar moeten een tienduizendtal heffingen op leegstand de deur uit, en naar ons de administratie bevestigt, verwacht ze een ongeveer even grote lawine aan (meestal terechte) bezwaren.  Het is duidelijk dat het Vlaams parlement ondermaats werk levert. Allerhande maatregelen met goede bedoelingen, zoals de RIA (Reguleringsimpact analyse) maken het verschil niet. Adviezen van SERV, MiNa-Raad en Raad van State worden regelmatig omzeild door regeringsteksten door parlementleden te laten indienen, de RIA wordt minimaal ingevuld, met meestal verkeerde cijfers die de zaken rooskleuriger voorstellen dan ze zijn. Zoals we eerder herhaaldelijk aanklaagden is dit parlement zelfs niet in staat foutieve decreten na verschillende jaren te corrigeren. Denk aan de ‘verjaring’ van bouwmisdrijven uit 2003, waar vandaag nog tientallen jaren later vervolgd kan worden. Het beloofde uitdovend woonrecht voor vaste bewoners van weekeindverblijven is er nog steeds niet, en de ‘basisrechten voor zonevreemden’ bleken achteraf een dode mus. Het wordt tijd dat dit parlement zijn manier van werken aan een grondige evaluatie onderwerpt. Maar dan ook een grondige, wellicht liefst met de hulp van een internationaal consultingbureau, gespecialiseerd in efficiënt overheidsbestuur.

19:03 Gepost door in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |