24-04-07

nr 75 mei '07

Afbraakobsessie

 

De bouwinspecteur wil eeuwig afbraak vorderen

 

De gemachtigde ambtenaar (of zijn opvolger, de stedenbouwkundige inspecteur) mag aan de strafrechter nog een vonnis tot afbraak vragen nadat een bouwmisdrijf al lang is verjaard, voor zover de vordering werd ingesteld voor het misdrijf verjaarde. Hij kan ook via een burgerlijke rechtbank de afbraak vorderen, binnen de vijf jaar nadat hij van de overtreding weet, en dit tot 20 jaar na de optrek van het onwettig bouwwerk. De beloofde verjaring na vijf jaar is dus een leugen. Bovendien geldt ze nog steeds niet in zogenaamd ‘kwetsbare gebieden’. De afbraakhonger van de inspectie is hiermee echter nog niet gestild. We vernemen dat hij nu ook, wanneer na dertig jaar zijn mogelijkheid tot ambtshalve afbraak is verjaard, daarna toch nog probeert de afbraak te bekomen, met een nieuw gevonden ‘titel’. Dat gaat zo in zijn werk:

 

Notarissen chanteren

Het decreet RO voorziet een aantal ‘informatieplichten’ voor de notaris. Zo moet de notaris in (bijna) alle onderhandse en authentieke akten van verkoop of van verhuring voor meer dan negen jaar van een onroerend goed, van een inbreng van een onroerend goed in een vennootschap, van vestiging van erfpacht of opstal en in elke andere akte van een eigendomsoverdracht ten bezwarende titel vermelden:

1° of er voor het onroerend goed een stedenbouwkundige vergunning is uitgereikt;… (enz..)

Iets verder in dit artikel 137 DRO staat: “Indien op het onroerend goed, ten gevolge van een definitieve rechterlijke beslissing, een verplichting rust om herstelmaatregelen uit te voeren, zoals bedoeld in de artikelen 149 tot en met 151, dan wordt dit in een afzonderlijke akte vermeld. In deze akte wordt tevens vermeld dat de nieuwe eigenaar de verbintenis aangaat om de opgelegde herstelmaatregel uit te voeren, onverminderd de verplichting van de oorspronkelijke eigenaar. De instrumenterende ambtenaar stuurt een afschrift van die akte aan de stedenbouwkundige inspecteur.” Die informatieplichten van de notaris zouden volgens art. 199 §2 pas moeten gerespecteerd worden ten vroegste 31 dagen nadat in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd is dat de gemeente, waar het onroerend goed gelegen is, beschikt over een goedgekeurd plannenregister en vergunningenregister. Omdat deze registers maar niet klaar kwamen (vandaag zelfs beschikken nog maar 22 gemeenten hierover), werd bij een van de vele decreetswijzigingen einde 2003 aan art 199 §2 toegevoegd dat een aantal van de informatieverplichtingen ook zonder die registers in alle gemeenten moeten toegepast worden. Deze verplichtingen gingen in op 8 februari 2004, onder meer deze dat de notaris in een afzonderlijke akte moet vermelden dat de nieuwe eigenaar de verbintenis aangaat om een opgelegde herstelmaatregel uit te voeren. Met kopie van die akte aan de stedenbouwkundige inspecteur. Voor een oud vonnis kan de notaris geneigd zijn in die afzonderlijke akte te vermelden: “voorzover voormeld vonnis nog vatbaar is voor gedwongen uitvoering (dertigjarige verjaring)”. Daarop kan hij prompt een brief van de inspecteur verwachten waarin deze meldt dat art. 137 §1 4de lid DRO niet in een dergelijk voorbehoud voorziet. Hij schrijft: “Integendeel, conform de tekst van de wet dient de koper de plicht tot herstel aan te gaan, ‘onverminderd de verplichting van de oorspronkelijke eigenaar’. (Gebeurlijke) verjaring van de actio judicati t.a.v. een welbepaalde veroordeelde stelt immers geen einde aan de illegale situatie, zodat de noodzaak tot het uitvoeren van het bevolen herstel (en het recht van de samenleving op dit herstel) onverkort blijven voortbestaan. Ook in hoofde van de veroordeelde blijft de plicht tot herstel na verjaring van de actio judicati overigens bestaan, zij het in de vorm van een natuurlijke verbintenis, te onderscheiden van de plicht tot herstel die de koper bij zijn aankoop formeel op zich neemt.” Enig voorbehoud over een mogelijke verjaring mag volgens de inspecteur niet opgenomen worden in deze afzonderlijke akte. Een akte met voorbehoud kan de inspecteur niet als een volwaardige akte aanvaarden, en hij eist dan ook dat de notaris een nieuwe akte verlijdt, zonder een dergelijke toevoeging. Als dit niet gebeurt dreigt hij ermee een misdrijf vast te stellen in hoofde van de notaris en een PV op te stellen. Hij beschouwt de toevoeging als een inbreuk op de informatieplicht, die volgens art. 146 DRO kan gesanctioneerd worden met een gevangenisstraf van 8 dagen tot 5 jaar en/of met een geldboete van 26 euro tot 400.000 euro (te vermenigvuldigen met de factor 5 – ‘opdeciemen’- voor de momenteel toe te passen boete; of een maximumboete van 2 miljoen euro). De inspecteur zorgt er dus voor dat de notaris er zich voor hoedt enige verwijzing naar een mogelijke verjaring op te nemen in de afzonderlijke akte.

 

De koper afdreigen

Op basis van de verbintenis die de koper in de afzonderlijke akte op zich heeft genomen, schrijft de inspecteur dan de koper (huurder, erfpachter,..) aan om hem aan te manen het oude vonnis uit te voeren, omdat “binnen afzienbare tijd hem het vonnis samen met de notariële akte zal betekend worden.” Verder: “Het voorschrift van art. 137 dat de nieuwe eigenaar, huurder, erfpachter of opstalhouder verplicht tot het aangaan van bedoelde verbintenis, raakt de openbare orde en kan bijgevolg niet gemoduleerd worden naar de wens van de contractant(en). Eventuele clausules die voorbehoud maken ingeval van verjaring van het vonnis in hoofde van de veroordeelde(n) zijn dan ook volstrekt nietig, en blijven zonder uitwerking.” Vermoedelijk slaagt de inspecteur er zo in dat mensen vandaag, dertig of veertig jaar na het niet-uitvoeren van een vonnis door de vorige eigenaar, uit schrik voor een proces, alsnog zelf tot afbraak overgaan, alhoewel het recht tot ambtshalve uitvoering van het vonnis verjaard is.

 

Een concreet geval

Een koppel verkoopt zijn huis in 2006, waarvoor het in 1964 werd veroordeeld voor een bouwmisdrijf. Ze weten niet meer juist wat de veroordeling inhield. Het vonnis werd nooit betekend. De notaris is nu verplicht in een afzonderlijke akte melding te maken van de veroordeling, zonder enige verwijzing naar een verjaring, waarbij de koper de verbintenis aangaat het vonnis uit te voeren. Wat die verplichting juist inhoudt, kan de notaris niet achterhalen. De gemeente heeft geen afschrift meer van het vonnis, en het Rijksarchief meldt dat het vonnis ergens onder krimpfolie op een pallet staat voor verhuis en het nog lang kan duren voor de archieven terug consulteerbaar zijn. De inspecteur schrijft een paar maanden later een brief naar de kopers om ze aan te manen tot afbraak over te gaan. Hij diept een nagenoeg onleesbare kopie van het vonnis op, waaruit moet blijken dat het zou gaan om de afbraak van een verdieping die zonder vergunning werd bijgebouwd. De kopers nemen een advocaat onder de arm die naar Stedenbouw schrijft dat de actio judicati (de mogelijkheid van de gemachtigde ambtenaar om het vonnis van 1964 uit te voeren als de veroordeelde niet zelf de bevolen herstelmaatregel uitvoert), een persoonlijke rechtsvordering is, en de herstelmaatregel inzake stedenbouw een veroordeling is van burgerlijke aard. Die verjaart overeenkomstig het oud artikel 1162 B.W. na 30 jaar vanaf het vonnis. Het recht van de gemachtigde ambtenaar om in de plaats van de veroordeelden het herstel door te voeren verjaarde in het concrete geval dus al in 1994. De advocaat voegt er nog aan toe: “Het is trouwens een algemeen principe van rechtszekerheid dat zelfs de wetgever niet kan tornen aan een definitief vonnis waaromtrent in casu zelfs de mogelijkheid tot tenuitvoerlegging verjaard is.” Bovendien, merkt hij nog op, zijn er ondertussen in de straat diverse andere gebouwen met hogere bouwlagen vergund.

Het antwoord van Stedenbouw is hallucinant: “Het is juist dat het vonnis verjaard is. Echter, door een overdracht in 2006 herleeft de verbintenis in hoofde van de verkrijger... In de akte in 2006 is ondubbelzinnig sprake van een ‘verbintenis’. De notariële akte is een uitvoerbare titel, die kan betekend worden.” Eerst wordt dus de notaris verplicht een akte op te stellen zonder verwijzing naar een verjaring, en dan gebruikt de inspecteur die akte als een nieuwe titel om de afbraak te eisen.

 

Hoge Raad?

De Hoge Raad voor het Herstelbeleid is niet bevoegd om in dergelijke zaken tussen te komen en dergelijke schandalige acties te stoppen. De Hoge Raad kan de inspecteur alleen stoppen met een ‘niet-eensluidend advies’, wanneer deze een herstelvordering wil indienen bij een rechter of voor hij tot ambtshalve uitvoering overgaat. Reeds in juni 2006 zegde de voorzitter van commissie RO “dat er nood is aan het stopzetten van de functie van stedenbouwkundige inspecteur, en er op zeer korte tijd een andere instantie moet komen die op een objectieve en rechtszekere manier deze functie overneemt. Zoals nu kan het in ieder geval niet verder.” (Zie MHMR nr. 69). Wat is er ondertussen gebeurd? NIETS. Het Vlaams parlement maakt zo’n slechte decreten dat de burgers overgeleverd zijn aan de afbraakobsessie van de inspectie. De parlementsleden (‘volks-vertegenwoordigers’..) zijn hiervoor verantwoordelijk, maar blijkbaar kan hen dat geen barst schelen. 

20:15 Gepost door in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |