05-09-06

nr 69 - sept '06

 

Afstempelmachine

 

Verdient het Vlaams parlement nog een oorvijg?

 

De instandhouding van onvergunde bouwwerken werd in 1962 als misdrijf ingevoerd op aanvraag van de administratie van Openbare Werken omdat zij te weinig actiemiddelen had om alle bouwmisdrijven tijdig op te sporen. De ondertussen in overvloed beschikbare rechtsmiddelen worden vandaag zo driest aangewend dat er stemmen opgaan in het Vlaams parlement om de functie van stedenbouwkundig inspecteur af te schaffen. Dit naar aanleiding van het nu betekenen van bijna dertig jaar oude afbraakvonnissen. De minister zegt dat de autonomie van de stedenbouwkundige inspecteur volgens hem te ver gaat voor een democratische rechtsstaat. Lees het debat hierover in de volgende bladzijden van dit nummer. “Men zal maar pech hebben om bij een bepaalde rechter terecht te komen,” verklaart de minister, maar ondertussen verandert noch hij noch de decreetgever iets aan de schandalige situatie die zij zelf creëerden. De burger is, volgens de woorden van enkele parlementsleden, overgeleverd aan willekeur, rechtsmisbruik, er gebeuren in de praktijk zaken die niet zo fraai zijn, er wordt zuiver willekeurig beslist of een dwangsom wordt geint of moet worden afgebroken. En toch vertrok het parlement met vakantie, zonder enige bijsturing, al gaan daar volgens Lachaert ‘mensen aan dood’.

 

Bij de aanleg van het Deurganckdok struikelde de Vlaamse overheid over de eigen complexe regels en kostte dit 1,7 miljard frank schadevergoedingen aan de aannemers die werkeloos moesten wachten tot het dossier in orde geraakte. Er werd een ‘nooddecreet’ goedgekeurd, waarmee volgens De Tijd van 10 augustus 2002 het Vlaams Parlement de rechtsstaat geweld heeft aangedaan. Het gewestplan werd een vodje papier, de rechtsbescherming die de burger geniet, werd uitgehold. Het Deurganckdok is synoniem van slordig, onzorgvuldig en onbehoorlijk bestuur. De Standaard van 25 oktober 2001, in een commentaar onder de titel ‘Deurganckdok: oorvijg van 1,7 miljard frank’: Het Vlaams Parlement en de Vlaamse regering moeten, samen met het nooddecreet, meteen een geloofwaardig voorstel goedkeuren dat er op korte termijn voor zorgt dat de regelgeving voor de ruimtelijke ordening drastisch wordt vereenvoudigd. Doen ze dat niet, dan verdienen ze nog een oorvijg. De volgende dag kon men er lezen: Alle democratische partijen van het Vlaams parlement zetten gisteren hun handtekening onder het nooddecreet dat de afwerking van het Deurganckdok vlot moet trekken. Het decreet maakt nieuwe klachten bij de Raad van State tegen de bouw van het dok onmogelijk. Met een ‘we zullen het nooit meer doen’, verzekerden de partijen dat deze ondemocratische manier van werken niet voor herhaling vatbaar is.

 

De regelgeving werd ondertussen alleen maar complexer met bijvoorbeeld decreten op de erfgoedlandschappen en het integraal waterbeleid, met nog meer plannen en voorschriften. Bij de watertoets is er ondertussen wel een besluit voor haar toepassing bij vergunningen, maar geen richtlijnen voor overheidsplannen. Voor het saneren van vervuilde industrieterreinen, een stokpaardje van minister Van Mechelen, heeft de regering nu voor een systeem te gebruiken zoals bij het Deurganckdok. Er zal van allerhande decretale regels kunnen afgeweken worden, voor zover het parlement die achteraf bekrachtigt. Het Vlaams parlement is eerst de producent van een groeiend oerwoud aan rechtsregels en nadien een afstempelmachine die de administratie toelaat van de ingevoerde regels af te wijken. De burger blijft hierbij volledig in de kou staan. Dit verdient geen tweede oorvijg, maar wel het naar huis sturen wegens onbekwaamheid. Dit kan men toch geen vertegenwoordigers meer van het volk noemen?

11:42 Gepost door in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.