06-05-06

nr 66 - mei '06

Minder Vlaanderen

 

De Vlaamse regelgeving is oeverloos, maar ondermaats

 

Vijfenzeventig ondertekenaars uit verschillende sectoren deden op 13 april met hun tweede ‘Lentemanifest’ in De Standaard een oproep voor meer bevoegdheden voor de deelstaten, onder de titel: ‘Een beter Vlaanderen door meer Vlaanderen’. Bij meer Vlaamse bevoegdheden hoort een oproep voor minder maar betere Vlaamse regels. Vlaanderen heeft namelijk de ziekte van overregulering. Om de dakstructuur van een huis te vernieuwen is een stedenbouwkundige vergunning nodig. Naast 2 ‘Belgische’ voorkooprechten i.v.m. ruilverkavelingen voerde Vlaanderen er 8 eigen aan toe. De notarissen moeten jaarlijks 114 000 keer nagaan of er een voorkooprecht geldt. Aan de sociale huisvestingsmaatschappijen moeten ze dit jaarlijks gemiddeld 11 200 keer aanbieden. Deze maken daar gemiddeld 29 keer gebruik van (= 0,26% op 11 200), of 3 keer op 100 000 onderzoeken (= 0,003%). Dat is lotto, geen behoorlijk bestuur. De inspectie van Financiën wees erop dat het Vlaams decreet 'Integraal Waterbeheer' veel verder gaat dan wat Europa vraagt, en “de financiële gevolgen hiervan zeer zwaar zullen wegen en zelfs financiële consequenties zullen hebben die de beleidsmakers niet wilden.” Er komen niet alleen beheerplannen voor 4 stroomgebieden, zoals Europa vraagt, maar ook voor 11 bekkens en voor een honderdtal deelbekkens, zesjaarlijks te herzien. Nederland schat de totale kost van de invoering van de Europese Richtlijn op 2 miljoen euro per jaar, Vlaanderen rekent 4 miljoen per jaar voor zijn integraal waterbeheer, alleen al voor extra ambtenaren.

 

Ondertussen duurde het 15 jaar voor er een regelgeving voor schade door overstromingen uit de bus kwam (zie blz. 2). De gewestplannen maken het echter nog steeds mogelijk te verkavelen en te bouwen in gebieden die regelmatig blank staan. De overheid paste deze plannen niet aan en bij verbod tot bouwen is er geen sluitende vergoedingsregeling. Een besluit met richtlijnen over de toepassing van de watertoets is in voorbereiding. Ze behandelt alleen de watertoets voor vergunningen, maar nog altijd niet de veel belangrijkere watertoets bij plannen van de overheid. (zie blz. 4-5)

 

De Vlaamse regelgeving is oeverloos, maar ondermaats. Ook een medewerker van de SERV vindt de kwaliteit van het wetgevend werk zorgwekkend (zie blz. 3-7). Wetgeving wordt regelmatig vernietigd door de hoogste rechtscolleges omdat ze niet strookt met elementaire rechtsbeginselen of hogere rechtsregels, en veel regelgeving moet kort na haar uitvaardiging worden gewijzigd. Het decreet Ruimtelijke Ordening werd sinds 1999 dertien keer gewijzigd, en er komt nog een ‘grote herziening’. Een belangrijke oorzaak van slechte wetgeving is volgens hem dat de bestaande adviesprocedure in de praktijk wordt uitgehold. Dat is uiteraard nefast voor de wetgevingskwaliteit: als alle knipperlichten worden uitgeschakeld, komen er ongevallen. Bij de invoering van de verjaring van bouwmisdrijven schreef de decreetgever in 2003 dat de ‘strafsanctie voor het instandhouden’ niet meer geldt (behalve in kwetsbare gebieden), terwijl hij ‘het misdrijf van het instandhouden’ bedoelde. Gevolg zijn volledig tegenstrijdige vonnissen: de ene gaat na 5 jaar vrijuit, de andere wordt jaren daarna veroordeeld tot afbraak. De decreetgever heeft zijn fout drie jaar later nog altijd niet rechtgezet. De administratie stedenbouw haalt nu tot 30 jaar oude vonnissen uit de kast voor uitvoering. Een parlementslid van de meerderheid spreekt hierbij van ‘pure pesterijen’. Nochtans passen de ambtenaren de wettelijke regels toe. De regelgever zelf is dus de oorzaak van rechtsonzekerheid en pesterijen. Een beter Vlaanderen kan alleen met minder maar betere regels.

12:58 Gepost door | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.