30-03-06

Opinie De Tijd 30.03.06: lastenverlaging

Administratieve lastenverlaging staat nergens

 

Er kan 2 miljoen bespaard worden door de rechten van voorkoop te harmoniseren. Dat publiceerde de Vlaamse regering vorige vrijdag in een zegebulletin over de administratieve lastenverlaging. Het is een zeer onvolledige voorstelling van zaken. De Kenniscel Wetsmatiging publiceert verkeerde cijfers over de lastenverlaging. Dit is niet de eerste keer, stelt PHILIPPE VAN DEN ABEELE. De administratieve vereenvoudiging kan stukken beter. Er zijn wel degelijk echte lastenverlagingen mogelijk.

 

In oktober 2003 keurt de Vlaamse regering het 'actieplan reguleringsmanagement 2003-2004' goed. Er is sprake van een daling van de administratieve lasten met 100 miljoen euro, nog tijdens de regeerperiode. Op dat ogenblijk weet de Kenniscel Wetsmatiging ons niet concreet te zeggen waar die 100 miljoen besparingen zitten.

In het‘Voortgangsrapport Reguleringsmanagement 2003-2004' meldt de Cel dat 58.659.930 euro is bespaard in de vereenvoudigingsprojecten waarvan de administratieve lastenverlaging gemeten werd. “Hoewel de doelstelling van 100 miljoen euro lastenverlaging niet gehaald werd, is dit toch een betekenisvolle besparing,” luidt het rapport.

Dat bedrag was toen nog helemaal niet bespaard. Verschillende projecten die in dat bedrag opgenomen waren, stonden toen nog nergens: de invoering van integrale milieuvoorwaarden, de integratie van de bouw- en milieuvergunning en het integraal milieujaarverslag (IMJV). Van de 58,6 miljoen ‘gerealiseerde besparingen’ moest men dus eind 2004 minstens 31 miljoen euro aftrekken. Dat hebben we hen ook gemeld.

In de brochure ‘Actieplan Reguleringsmanagement 2005’ is er sprake van “een afname van de administratieve lasten sinds 1 september 2002 tot 31 maart 2005 met 25.384.519 euro”. Van meer dan 100 miljoen over 58,6 naar 25,4 miljoen voor ongeveer dezelfde periode. Is dat louter onervarenheid? Uit eigen onderzoek van drie recente belangrijke dossiers blijkt dat de cijfers van de Cel helaas niet betrouwbaar zijn.

 

 

Elektronisch

De bevalling van het ‘integraal milieujaarverslag’ (IMJV) duurde vijf jaar. In 2005 omvatte het alleen de bundeling van drie bestaande formulieren: het milieujaarverslag, de afvalstoffenmelding en de aangifte inzake grondwaterstatistiek. De Cel stelt dat hierdoor een besparing van 10 miljoen euro kan bereikt worden, naast een besparing van 6 miljoen euro bij Ovam. De meeste bedrijven moeten maar een van de formulieren invullen. Slechts een 900-tal bedrijven moeten een milieujaarverslag èn een afvalstoffenmelding opstellen. Die 900 konden dus in 2005 een postzegel sparen door ze in één omslag te stoppen. Vanaf 2006 kan het elektronisch. Maar zelfs als alles elektronisch gaat, is het een raadsel waar er 16 miljoen euro bespaard wordt. De Cel heeft ook nog altijd niet geantwoord op onze vraag hoe ze aan dat bedrag komt.

 

In februari 2006 beslist de Vlaamse regering de procedures voor de stedenbouwkundige en de milieuvergunning te ‘harmoniseren’. Voor milieuvergunningen is nu een openbaar onderzoek nodig dat in één krant moet worden bekendgemaakt. Het openbaar onderzoek voor de milieu- en de stedenbouwkundige vergunning zou samen gebeuren. De bekendmaking daarvan zou ook niet meer afzonderlijk gebeuren in 2 kranten, maar samen in één krant. De Cel schat het aantal hiervan op 5 580 dossiers per jaar. Volgens de Cel betekenen twee publicaties minder een besparing van 4,1 miljoen. Maar de publicatie bij stedenbouwkundige vergunningen gebeurt pas als er ook een MER (Milieueffectrapport) nodig is, en dan moet het in drie kranten. Er zijn jaarlijks slechts enkele dergelijke MER’s die verband houden met de combinatie milieu- en stedenbouwvergunning. De besparing is dus zogoed als nul euro i.p.v. 4,1 miljoen.

Twee verschillende dossiers indienen aan één loket kan uiteraard niet veel besparingen opleveren. We kunnen veel meer besparen door de stedenbouwkundige vergunning in veel gevallen gewoon af te schaffen. Waarom is er een vergunning nodig om een dakstructuur te vernieuwen of een draagbalk te plaatsen in huis? Waarom moet er openbaar onderzoek komen voor elke stedenbouwkundige vergunning voor een zonevreemd gebouw? Administratieve vereenvoudiging: schaf de vergunningsplicht af voor alle werken en functiewijzigingen binnen het bestaande vergunde volume.

 

Harmoniseren

In maart 2006 beslist de Vlaamse regering de 8 verschillende Vlaamse voorkooprechten te ‘harmoniseren’. Dat zou 2 miljoen euro aan besparingen opleveren. Maar in dat bedrag zit enkel de lastenverlaging vervat die men kan realiseren bij de notarissen door minder opzoekingstijd en dus zonder andere kosten te bekijken. Het rapport zegt: “De implicaties voor de overheid laten we buiten beschouwing omdat het net gaat over overheidsinstellingen (VHM, VLM, …) en we dus te maken hebben met beheerskosten.” De administratieve meerkosten en de IT-kosten (opbouw en beheer van een databank) voor de overheid worden dus niet meegenomen in de ‘besparing’. Zo kan men natuurlijk altijd op besparingen uitkomen.

Daarnaast zijn er nog 2 ‘Belgische’ voorkooprechten i.v.m. ruilverkavelingen, die de notaris nog altijd zullen verplichten bij elke verkoop extra te laten onderzoeken.

 

Kafkaiaans

De notaris moet nu bij elke verkoop van een onroerend goed, ongeveer 114 000 keer per jaar in Vlaanderen, nagaan of er een voorkooprecht geldt. Daarna moet hij aan de sociale huisvestingsmaatschappijen jaarlijks gemiddeld 11 200 keer het voorkooprecht aanbieden. Ze maken daar gemiddeld 29 keer (0,26%!) gebruik van, zoals blijkt uit een onderzoek van de Vlaamse Confederatie Bouw voor de periode 11/1998 t.e.m. 11/2004. Bij minder dan tien procent van de verkopen geldt een voorkooprecht en slecht in minder dan drie op de duizend maakt men er dan gebruik van. Dat is een Kafkaiaanse procedure.

 

Afschaffen

Alle voorkooprechten afschaffen is de enige zinvolle vereenvoudiging. De overheid kan onderhands aankopen, of desnoods de onteigeningsprocedure gebruiken als ze voor een specifiek project een duidelijk object beoogt. Nu ligt de overheid in haar luie zetel te wachten op het werk van de notaris om dan toch neen te zeggen.

10:01 Gepost door | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

01-03-06

nr 64 maart 06

 

Keizer-Koster

 

 

Vlaanderen verzuipt in de plannen

 

Het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen (RSV) voorziet een torenhoog aantal plannen. De gewestplannen en de BPA’s worden vervangen door zes plannen; op drie niveaus (gewest, provincie en gemeenten) komen er ruimtelijke structuurplannen en  -uitvoeringsplannen. De omvang van die planning is zo groot dat acht jaar na goedkeuring van het RSV nog verre van alle voorziene plannen zijn afgewerkt (zie blz. 3). Nog geen 100 op de 308 gemeenten beschikken vandaag over een goedgekeurd Ruimtelijk Structuurplan (RSP), en dus kregen de gemeenten 2 jaar uitstel om hun RSP op te stellen. In het totaal moeten op 3 niveaus minstens zo’n 700 plannen opgemaakt worden, goed voor honderdduizenden bladzijden, die om de zoveel jaar nog herzien worden.

 

Waar de gewestplannen een zaak van de centrale overheid in Brussel waren, zou omwille van het zogenaamde ‘subsidiariteitsprincipe’ nu zo dicht mogelijk bij de burger gepland worden. Hoeveel gemeentebesturen zijn echter niet door de hogere overheid terug naar huis gestuurd met een hele reeks opmerkingen over hun plannen, waardoor het proces met jaren werd vertraagd? En als het tot een goedkeuring komt, schrapt de hogere overheid zonder enig overleg zeer dikwijls nog eens delen van het plan door ze ‘met blauw te omranden’. Al die plannen hebben een hoog ‘belachelijkheidsgehalte’. Daarin worden ‘secundaire wegen van type I, II en III’ geselecteerd of ook nog ‘lokale wegen van type I, II en III’ en een ‘kerk met begraafplaats’ als een ‘lokale baken’. Men leest er zaken in als: “De gemeente neemt initiatief tot het oprichten van een gemeentelijk containerpark in de woonkern A... en zal hiervoor een BPA opstellen.”

 

Er wordt nu gewerkt aan een centrale Gewestelijke herbevestiging van gewestplanbestemmingen die betrekking heeft op zowel de agrarische gebieden als op de natuur- en reservaatgebieden, de bosgebieden en de overige groengebieden binnen de perimeter van de geselecteerde gewestplankaarten. In totaal wordt dus zo voor 1 op de 1,3 miljoen ha van het Vlaams grondgebied weer centraal beslist, naast de afbakening van sommige industrieterreinen e.a. gebieden die al centraal gebleven waren. Bovendien gaat de bemoeizucht van het hogere niveau voor het restje waar ze niet zelf over beslist tot in de kleinste details. In het buitengebied (ongeveer 60% van de Vlaamse oppervlakte) worden sommige gemeenten bijvoorbeeld 'bindend' tot ‘woonkern’ gemaakt die alleen de eigen woonbehoeften mogen opvangen in de kern en alleen bijkomende kleinschalige bedrijvigheid mogen voorzien die integreerbaar is met het wonen, en dus niet op een afzonderlijk terrein. De betutteling, uitgewerkt op basis van een fictief voorbeeld in de gemeente Sint-Laureins (blz. 4), toont aan dat de Keizer-Koster mentaliteit van de centralistische macht met gedetailleerde voorschriften lokale ontwikkelingen totaal onmogelijk maakt. Was het RSV al in vorige eeuwen van toepassing, zouden nieuwe steden nooit zijn kunnen ontstaan en tot bloei komen. We versmachten met het RSV elke ‘ongewenste’ ontwikkeling in Vlaanderen. De planningsdiarree dient afgebouwd en wettelijk moet de bevoegdheid van de Vlaamse overheid inhoudelijk beperkt worden. Men kan bijvoorbeeld in een decreet schrijven dat alleen de gemeenten bevoegd zijn om landbouw- en bouwzones af te bakenen. Desnoods moet men er dan maar bijnemen dat een bouwzone plotseling stopt aan de gemeentegrens. De beperkende en verstikkende normen bewijzen helaas hoe diep het totalitarisme in Vlaanderen is ingeworteld. De watertoets maakt ondertussen zijn eerste slachtoffers (blz. 2), omdat de overheid ondanks haar planningsdiarree van waterrijke gronden woongebieden maakte.

14:51 Gepost door | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |