01-03-06

nr 64 maart 06

 

Keizer-Koster

 

 

Vlaanderen verzuipt in de plannen

 

Het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen (RSV) voorziet een torenhoog aantal plannen. De gewestplannen en de BPA’s worden vervangen door zes plannen; op drie niveaus (gewest, provincie en gemeenten) komen er ruimtelijke structuurplannen en  -uitvoeringsplannen. De omvang van die planning is zo groot dat acht jaar na goedkeuring van het RSV nog verre van alle voorziene plannen zijn afgewerkt (zie blz. 3). Nog geen 100 op de 308 gemeenten beschikken vandaag over een goedgekeurd Ruimtelijk Structuurplan (RSP), en dus kregen de gemeenten 2 jaar uitstel om hun RSP op te stellen. In het totaal moeten op 3 niveaus minstens zo’n 700 plannen opgemaakt worden, goed voor honderdduizenden bladzijden, die om de zoveel jaar nog herzien worden.

 

Waar de gewestplannen een zaak van de centrale overheid in Brussel waren, zou omwille van het zogenaamde ‘subsidiariteitsprincipe’ nu zo dicht mogelijk bij de burger gepland worden. Hoeveel gemeentebesturen zijn echter niet door de hogere overheid terug naar huis gestuurd met een hele reeks opmerkingen over hun plannen, waardoor het proces met jaren werd vertraagd? En als het tot een goedkeuring komt, schrapt de hogere overheid zonder enig overleg zeer dikwijls nog eens delen van het plan door ze ‘met blauw te omranden’. Al die plannen hebben een hoog ‘belachelijkheidsgehalte’. Daarin worden ‘secundaire wegen van type I, II en III’ geselecteerd of ook nog ‘lokale wegen van type I, II en III’ en een ‘kerk met begraafplaats’ als een ‘lokale baken’. Men leest er zaken in als: “De gemeente neemt initiatief tot het oprichten van een gemeentelijk containerpark in de woonkern A... en zal hiervoor een BPA opstellen.”

 

Er wordt nu gewerkt aan een centrale Gewestelijke herbevestiging van gewestplanbestemmingen die betrekking heeft op zowel de agrarische gebieden als op de natuur- en reservaatgebieden, de bosgebieden en de overige groengebieden binnen de perimeter van de geselecteerde gewestplankaarten. In totaal wordt dus zo voor 1 op de 1,3 miljoen ha van het Vlaams grondgebied weer centraal beslist, naast de afbakening van sommige industrieterreinen e.a. gebieden die al centraal gebleven waren. Bovendien gaat de bemoeizucht van het hogere niveau voor het restje waar ze niet zelf over beslist tot in de kleinste details. In het buitengebied (ongeveer 60% van de Vlaamse oppervlakte) worden sommige gemeenten bijvoorbeeld 'bindend' tot ‘woonkern’ gemaakt die alleen de eigen woonbehoeften mogen opvangen in de kern en alleen bijkomende kleinschalige bedrijvigheid mogen voorzien die integreerbaar is met het wonen, en dus niet op een afzonderlijk terrein. De betutteling, uitgewerkt op basis van een fictief voorbeeld in de gemeente Sint-Laureins (blz. 4), toont aan dat de Keizer-Koster mentaliteit van de centralistische macht met gedetailleerde voorschriften lokale ontwikkelingen totaal onmogelijk maakt. Was het RSV al in vorige eeuwen van toepassing, zouden nieuwe steden nooit zijn kunnen ontstaan en tot bloei komen. We versmachten met het RSV elke ‘ongewenste’ ontwikkeling in Vlaanderen. De planningsdiarree dient afgebouwd en wettelijk moet de bevoegdheid van de Vlaamse overheid inhoudelijk beperkt worden. Men kan bijvoorbeeld in een decreet schrijven dat alleen de gemeenten bevoegd zijn om landbouw- en bouwzones af te bakenen. Desnoods moet men er dan maar bijnemen dat een bouwzone plotseling stopt aan de gemeentegrens. De beperkende en verstikkende normen bewijzen helaas hoe diep het totalitarisme in Vlaanderen is ingeworteld. De watertoets maakt ondertussen zijn eerste slachtoffers (blz. 2), omdat de overheid ondanks haar planningsdiarree van waterrijke gronden woongebieden maakte.

14:51 Gepost door | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.