01-09-05

nr 58 september 05

Grondige revisie

 

Een kans om de centralistisch-dirigistische regels af te schaffen

 

Op 15 juni kondigde minister Van Mechelen in het Vlaams parlement aan dat hij in de loop van de maand september een ontwerp van decreet met wijzigingen aan het decreet over de ruimtelijke ordening zal voorleggen aan de Vlaamse regering. Ook de politieke fracties in het parlement kunnen voorstellen indienen. In het najaar wil hij dat “een grote discussie gevoerd wordt” in de Commissie voor Ruimtelijke Ordening “om een grote decreetswijziging voor te bereiden.” De bedoeling is dat het decreet daarna een aantal jaren ongewijzigd blijft. Een kans om het kramakkelige decreet grondig te moderniseren. Hierbij mag men niet uit het oog verliezen dat de basis voor het stedenbouwkundig denken na WO II al werd ontwikkeld vanaf de jaren ’30, vanuit een communistische en totalitaire visie. De communistische minister van openbare werken Jean Borremans kon in een rood-blauwe coalitie van 1946 dit gedachtengoed in wetteksten omzetten. De Besluitwet van 2 december 1946 die onder deze minister werd uitgevaardigd, was de basistekst voor de latere wetgeving over Ruimtelijke Ordening. Zo werd daarin per provincie een ‘gemachtigde ambtenaar’ ingevoerd die tot vandaag is blijven bestaan. Bedoeling was de democratisch verkozen instellingen en ook de ‘gewone’ uitvoerende macht, zoveel mogelijk uit te schakelen, en te vervangen door een omnipotente ‘kameraad’. Zijn ‘advies’ bij de vergunningverlening is bindend, een eufemisme voor een vetorecht. Hij heeft een zeer grote macht. Zo bepaalt artikel 43 § 2. van het decreet van 22 oktober 1996 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening nog steeds: “Het advies van de gemachtigde ambtenaar kan, mits behoor­lijk met redenen omkleed, tot weigering van de vergunning besluiten. Het kan aan de afgifte van de vergunning ook voorwaarden verbinden om een goede plaatselijke ordening veilig te stellen, en in dat verband desnoods afwijken van alle bestaande verordenende voorschriften, inzonderheid van die welke uit rooiplannen voortvloeien.”

 

Het decreet van 18 mei 1999 heeft aan het centralistisch-dirigistische systeem weinig veranderd. De gemeenten mogen verder eigen plannen maken, maar dit zit zo ingebed in veelvuldige controles en goedkeuringen van bovenaf, dat er met moeite van enige autonomie sprake is. (Zie blz. 7 ‘Blauw omrand’). De hogere overheden bakenen de natuurlijke structuur af in de gemeente, het aantal toegelaten bijkomende woongelegenheden en de locatie hiervan worden opgelegd door de provincie, de meeste bedrijventerreinen worden niet door de gemeente gepland, enz. Een gemeenteraadslid schreef ons hierover: “Via het oprichten van adviesraden geeft men de indruk dat er meer inspraak is, via het houden van gemeenteraden, geeft men de indruk dat mensen die door de bevolking verkozen werden iets te vertellen hebben, maar in de praktijk is het de Administratie Ruimtelijke Planning (ARP) die alle touwtjes in handen heeft. De gemeenten mogen het werk doen en de kosten maken; ARP bepaalt hoe het werk gemaakt moet worden en wat op het niveau van de gemeenteraad goedgekeurd mag worden.”

 

De grote revisie zou moeten uitgaan van respect voor de eigendom van de burger, respect voor de inspraakprocedures en het afschaffen van alle dirigistische maatregelen. We doen enkele suggesties om het decreet te moderniseren:

1.                 een grote vereenvoudiging van de planningprocedures, waarbij o.a. de hogere overheden niet meer eigenmachtig delen van lokaal en democratisch goedgekeurde plannen kunnen schrappen.

2.                 een drastische beperking van de vergunningsplicht:

- structureel onderhoud wordt opnieuw vergunningvrij;

- geen stedenbouwkundige vergunning voor werken in een gebouw. Coördinatie met het Kamerdecreet en het daarin voorziene conformiteitsattest. Met dit attest bevestigt de gemeente dat een verhuurde kamer aan bepaalde minimumnormen voldoet in verband met hoogte, oppervlakte, veiligheid, hygiëne, aantal toegelaten bewoners, enz. Wie kamers wil verhuren moet niet alleen een conformiteitsattest hebben, maar bovenop nog een stedenbouwkundige vergunning. Het conformiteitsattest kan uitgebreid worden naar alle werken en functiewijzigingen binnen het bestaand vergund volume, en de stedenbouwkundige vergunning hiervoor worden afgeschaft.

- het Waals Gewest heeft in 2002 de stedenbouwkundige- en de milieuvergunning samengevoegd tot één enkele vergunning, met één ambtenaar die de behandeling voor zijn rekening neemt. Deed Vlaanderen niet alles beter?

- bij heirkracht mag men nu een woningbouw heroptrekken, behalve in kwetsbare gebieden, maar beperkt tot maximum 1 000 kubieke meter. Veel abdijen en kastelen zijn zonevreemd. Zal men bij een hevige brand een klooster of een kasteel verplichten te herbouwen op maximum 1000 m3? Men kan beter niet wachten tot men zich als overheid belachelijk maakt. Een vergunde woningbouw moet bij heirkracht kunnen heropgebouwd worden zoals hij er stond, in alle gebieden. De vergoedingsregeling bij verbod op heropbouw kan dan afgeschaft worden;

- voor bijna elke vergunning voor zonevreemde gebouwen is nu een openbaar onderzoek verplicht. Deze tergende maatregel, niet opgelegd voor zone-eigen constructies, afschaffen;

- uiteraard worden de ‘basisrechten’ voor zonevreemde gebouwen in het decreet definitieve basisrechten, en niet alleen zolang een oud gewestplan of BPA van toepassing is.

3. Bouwmisdrijven:

- de bouwmisdrijven worden uit het strafrecht gehaald. Met boetes en/of gevangenisstraf wordt een bouwovertreding niet opgelost;

- na verjaring moet een gebouw met een bouwmisdrijf als vergund worden beschouwd, niet meer als gedoogd;

- de inspectie wordt de mogelijkheid om nog 20 jaar lang afbraak te vorderen ontnomen;

- indien bouwovertredingen niet volledig uit het strafrecht worden gehaald, gebeurt dit op zijn minst voor alle regulariseerbare overtredingen. Voor regulariseerbare overtredingen kan de inspectie geen proces voeren en dus geen afbraak vorderen van een woning omdat enkele muren meer werden afgebroken, zoals in Melle gebeurde.

Wat de bouwovertredingen betreft is het wellicht nuttig aan 2 top-advocatenkantoren een opdracht te geven om voorstellen te doen over een goede regelgeving met maximale depenalisatie. Wanneer bouwovertredingen en de verjaring decretaal zeer duidelijk omschreven zijn is er geen Hoge Raad voor het Herstelbeleid meer nodig om ambtenaren tot redelijkheid te dwingen bij de vervolging van bouwmisdrijven. Hij blijft wel nodig voor het toezicht op de correcte uitvoering van vonnissen door de administratie.

4. De planbaten afschaffen. De overheidsmaatregelen van algemeen nut kunnen sommige burgers in concreto een voordeel opleveren. Wie bijzonder voordeel haalt uit de veiligheidsvoorzieningen vanwege de overheid, betaalt echter evenveel belastingen als de burger die daar minder rechtstreeks mee te maken heeft. Idem dito voor wie meer of minder gebruik maakt van het wegennet, of van een park in de buurt. Nu wordt in de ruimtelijke ordening de invoering van een woongebied niet meer beschouwd als een opgave van algemeen nut, maar als een bron van winsten voor bepaalde eigenaars, en vooral van inkomsten voor de overheid.

5. Alle rechten van voorkoop afschaffen. De overheid kan onderhands aankopen.

 

De decreten van 18 mei 1999 en van 22 oktober 1996 bevatten in 1999 samen 54 000 woorden, vandaag zijn het er al bijna 60 000 geworden. De Vlaamse parlementsleden zouden de ambitie moeten hebben om het decreet RO met minstens een derde in te korten. Met de hierboven voorgestelde maatregelen moet dit lukken. Wanneer men bovendien nog de moed zou hebben om één planniveau af te schaffen, komt men met ongeveer de helft van de huidige tekst toe, en wordt de administratie een stuk eenvoudiger en goedkoper. Het Vlaams parlement moet beseffen dat het door over-reglementering en slechte decreetteksten onze welvaart in gevaar brengt. Vlaanderen stond in 1995 nog net na de top-drie van welvarende Europese lidstaten en regio’s, maar zakte in 2001 tot een middenpositie, door handicaps als een gebrekkige administratie. Minder regels in de ruimtelijke ordening zijn ook nodig als de politieke klasse wil dat de bevolking terug wat meer vertrouwen in haar krijgt (*). Hierbij gaat het om heel iets anders dan om hun ‘imago’ (zie blz. 5). Dat men met een bulldozer twintig jaar na een vonnis nog woningen afbreekt, konden velen al niet begrijpen. Daarna kwam het bericht dat 160 000 (zonevreemde) woningen op termijn tot verkrotting veroordeeld waren, zonder enige vergoeding. De politieke klasse kwam op die beslissing terug en gaf de zonevreemden zogenaamd ‘permanente rechtszekerheid’. Een leugen, blijkt nu. Dan werd de verjaring van bouwmisdrijven ingevoerd. Echter: wie, zelfs onwetend, een woning met een bouwovertreding kocht, zit ook na verjaring met een gedoogde constructie die geen enkele vergunning meer kan bekomen. Zelfs niet om het dak te vernieuwen. Meer nog, hij kan twintig jaar lang veroordeeld worden tot afbraak. De politieke klasse moet na een halve eeuw stalinistische ideologie in de ruimtelijke ordening eindelijk eerbied tonen voor de enige spaarpot van de gemiddelde burger: zijn huis. Met enkele ‘verfijningen’ aan het huidige decreet zal ze het vertrouwen niet terugwinnen.

 

(*) Vlaamse Regionale Indicatoren (VRIND) 2004/2005: slechts 12,7% van de Vlaamse bevolking heeft veel tot zeer veel vertrouwen in de Vlaamse politieke partijen, 46,3% weinig tot zeer weinig. De laagste score van 19  instellingen, op de Waalse politieke partijen na.


14:28 Gepost door | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |