16-04-05

nr 51 januari 2005

Inhoud:

Een beter Jaar?

Overheid veroorzaakt bouwgrondschaarste

Had de notaris het moeten weten?

Planbaten voor zonevreemd?

Planbaten onuitvoerbaar

De overijverige wetgever

 

Editoriaal 

 

Spraakverwarring over rechtszekerheid

 

In 2004 verklaarde het Arbitragehof twee bepalingen uit het decreet ruimtelijke ordening ongrondwettelijk: de planbaten voor zonevreemden, en twee uitzonderingen op de verjaring van bouwmisdrijven. Het Arbitragehof kwam tot het besluit dat “voor zonevreemde constructies geen planbaten meer verschuldigd zijn.” Toen in 1999 planbaten werden ingevoerd, in het nieuwe decreet Ruimtelijke Ordening, waren CVP en SP het er over eens: ook zonevreemden zouden planbaten moeten betalen als ze zone-eigen werden. Na hard protest werd de decreettekst in 2001 en 2002 bijgeschaafd. Zonevreemde constructies werden, behalve voor een reeks uitzonderingen, vrijgesteld van planbaten. In de herfst van 2003 werd nogmaals aan de tekst over de planbaten gesleuteld. Het Arbitragehof komt nu tot het besluit dat volgens de nieuwe tekst van artikel 88 §1 zonevreemden geen planbaten verschuldigd zijn.

Het Arbitragehof heeft zich blijkbaar geen rekenschap gegeven van het bestaan van artikel 88, §2, tweede lid, op grond waarvan in drie uitzonderingsgevallen toch planbaten verschuldigd zijn voor zonevreemde woningen. In 2003 werd nog toegevoegd dat ook ‘bij functiewijzigingen’ planbaten kunnen verschuldigd zijn na een bestemmingswijziging. Welk bedrag? Ook in een ongewijzigde bestemming kunnen nu meer functies toegelaten worden, maar dan zonder planbaten. Dit leidt tot een ongelijke behandeling. Men kan beter de planbaten helemaal afschaffen.

Het Arbitragehof heeft op 22 juli 2004 twee uitzonderingen op de verjaring van bouwmisdrijven vernietigd. Ook het verschil in behandeling tussen bouwmisdrijven gepleegd vòòr en na 1 mei 2000 kende geen genade in de ogen van het Arbitragehof. Sommigen interpreteerden de uitspraak zo dat ze meenden dat de verjaring volledig was afgeschaft. Minister Van Mechelen volgt deze interpretatie echter niet, zoals blijkt uit zijn antwoord op een parlementaire vraag van Felix Strackx (Vlaams Belang): “Het Arbitragehof betwist niet dat bouwmisdrijven kunnen verjaren.” Ondertussen blijft er wel een ernstige rechtsonzekerheid. Volgens parlementslid Strackx heeft eenzelfde rechter binnen een periode van drie maanden voor nagenoeg identieke overtredingen zelfs een tegenovergesteld vonnis geveld.

Het antwoord van minister Van Mechelen stelt ons echter niet gerust. Het ziet er niet naar uit dat een duidelijke en eenvoudige verjaring mag worden verwacht, maar eerder dat er gesleuteld wordt aan de uitzonderingen.

Hierbij wordt graag gebruik gemaakt van de term ‘rechtszekerheid’. Een totaal bouwverbod, altijd en overal, is een ‘rechtszekere’ regel. Niemand zal die echter billijk en redelijk noemen. De uitzonderingsregels voor de verjaring zijn evenzeer onbillijk. Politici beweren steeds meer dat ze rechtszekerheid willen bieden, maar dat betekent dan dat men exact weet in welke categorie men valt. Wel of niet verjaren bijvoorbeeld. Ondertussen miskent men andere fundamentele rechten. Dit speelt blijkbaar geen rol, als men maar ‘zeker’ is! De overheid moet ook rechtsgelijkheid garanderen en respect opbrengen voor de grondrechten, zoals:

-         recht op eigendom

-         geen terugwerkende kracht van wetten

-         sancties in verhouding tot het misdrijf

-         geen onteigening zonder vergoeding.

Een verjaring invoeren met uitzonderingen geeft geen rechtszekerheid en geeft aanleiding tot discriminatie. We hopen dat onze wettenmakers hier veel meer dan in de vorige jaren rekening mee zullen houden.





12:42 Gepost door | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.