29-10-07

Nieuw Pierke volgt verder ruimtelijke ordening op

 Opvolger van Mijn Huis Mijn Recht

De website met nieuwsbrief 'Nieuw Pierke' is een forum over meer democratie en efficiënter bestuur. De onderwerpen die in Mijn Huis Mijn Recht behandeld werden, worden verder opgevolgd door Nieuw Pierke

 http://www.nieuwpierke.be/forum_voor_democratie/

Op deze website kan u zich gratis inschrijven voor een regelmatige nieuwsbrief, door gewoon uw mailadres op te geven en op 'Inschrijven' te klikken. Uitschrijven kan eenvoudig op dezelfde manier: mailadres ingeven, en klikken op 'Uitschrijven' 

16:48 Gepost door in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

nr 78 - oktober 07

Zwanenzang De laatste keer: voorstellen voor ‘menselijke stedenbouw’ Toen het eerste nummer van deze nieuwsbrief verscheen, juni 2000, was het nieuwe decreet Ruimtelijke Ordening net in voege getreden. Dit decreet van 18 mei 1999 werd op de valreep door de SP-CVP coalitie goedgekeurd op de laatste plenaire bijeenkomst van het Vlaams parlement vóór de verkiezingen van juni 1999. Een grote berg dioxinekippen gooide toen het politieke landschap door elkaar, en er kwam een paars-groene meerderheid tot stand. Die sleutelde nog grondig tot 26 april 2000 aan het decreet, om het dan op 1 mei 2000 in voege te laten treden. Het vergde enige studie om de draagwijdte van de nieuwe wijzigingen te bevatten. Volgens het oorspronkelijke decreet was bijvoorbeeld geen enkele vergunning nodig voor "werken die het gebruik van het gebouw voor de toekomst ongewijzigd veilig stellen door het bijwerken, herstellen of vervangen van geërodeerde of versleten materialen of onderdelen." Een ondubbelzinnige wettekst die toeliet alles te doen om zijn huis in goede staat te houden. Met de wijziging van 26 april 2000 voerde de paars-groene regering een uitdoofbeleid in voor zonevreemde gebouwen:1. werken die betrekking hadden op de constructieve elementen van een gebouw, zoals vervangen van dragende balken van het dak of het optrekken van muren met de oude stenen golden niet meer als vergunningsvrije instandhoudings- of onderhoudswerken. Ze werden vergunningsplichtig. Dergelijke werken uitvoeren aan zonevreemde gebouwen werd verboden en wie het wel deed pleegde een eeuwigdurend bouwmisdrijf. Hiermee werd op termijn het doodsvonnis van elk zonevreemd gebouw getekend, dat alleen nog vergunningsvrije kleine werken mocht uitvoeren. 2. heropbouw bij heirkracht van een zonevreemde woning mocht alleen in niet-kwetsbare gebieden, mits vergunning. Heropbouw van woningen in kwetsbare gebieden en van alle andere zonevreemde gebouwen (dus niet-woningen) werd verboden in alle gebieden. Zonevreemd?Het begrip ‘zonevreemd’ moesten we in de eerste nummers nog uitgebreid verklaren, en de gevolgen hiervan werden eerst op ongeloof onthaald: “Ik geloof u niet!” “Dat kan toch niet waar zijn!” In enkele maanden tijd was het begrip echter toch gemeengoed geworden, en de kranten stonden er vol van. Toen de gevolgen van deze verregaande Ceausceskaiaanse maatregelen begonnen door te dringen tot de bevolking, stak een storm van protest op door heel Vlaanderen. In talloze gemeenten werden informatieavonden georganiseerd, ook door ‘het sociale middenveld’ waarop telkens honderden mensen hun woede uitten tegenover de aanwezige parlementsleden van de verschillende partijen. De politici probeerden de volkswoede te sussen, en de zonevreemde eigenaars werden ‘basisrechten’ beloofd, die er inderdaad kwamen: in 2001 voor woningen en in 2002 voor bedrijven. Achteraf bleken die ‘basisrechten’ een leugen, want alleen geldig zolang de aflopende planning met gewestplannen en BPA’s van toepassing zijn. Eenmaal RUP’s ingevoerd worden, zijn de basisrechten van geen tel meer. Die RUP’s komen er echter gemeente per gemeente, wijk per wijk, gespreid over vijf tot tien jaar. Dan staat elk er alleen voor om zijn rechten te proberen te verdedigen. Hetzelfde scenario herhaalde zich in 2003, toen Karel De Gucht, toen voorzitter van de VLD, in de aanloop van de Nationale parlementsverkiezingen, eiste dat de verjaring van bouwmisdrijven werd ingevoerd. Ze kwam er, net na de verkiezingen. Het massaal verzet was door de verschillende beloften van de regering geluwd; naar aloude gewoonte dacht de Vlaming “dat het wel niet zo erg zou worden als het voorgesteld werd”. De CVP, toen in de oppositie, eiste o.a. in 2003 ook verjaring van gebouwen in stedenbouwkundige kwetsbare gebieden. Dat heette toen: “Dat zelfs onschuldige kopers of erfgenamen ook soms na tientallen jaren tot afbraak kunnen verplicht worden, gaat in tegen het algemeen rechtsgevoel, en tegen beginselen, vervat in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM).” Toen CD&V in 2004 terug in de Vlaamse regering opgenomen werd, slikte ze die eis in. (Zie de gevolgen: het verhaal van 't Doornhammeken op blz. 6). Ook de belofte van een verjaring na vijf jaar bleek een leugen. Vandaag stuurt de stedenbouwkundige inspectie nog honderden deurwaardersexploten om afbraak te eisen, zonder te wachten op een voorafgaande toelating van de Hoge Raad voor Herstelbeleid. Kopers worden onder druk gezet om verjaarde overtredingen van de verkoper nog uit te voeren. Van het beloofde ‘uitdovend’ woonrecht voor ouderen die – bij gebrek aan een andere oplossing door hun schamel pensioen – permanent een weekeindverblijf bewonen is er nog steeds niets in huis gekomen. Ook daar blijven deurwaarders actief. Platform BuitengebiedEven was er de hoop dat in 2001-2002 een sterke drukkingsgroep van eigenaars zou ontstaan, niet van eigenaars die voornamelijk woningen en appartementen verhuren (zoals het Algemeen Eigenaars Syndicaat), maar van eigenaars die in hun enige woning wonen, en opkomen voor hun rechten. Sponsors steunden dit blad, de Vereniging Ruimte voor Mensen kreeg vorm en groeide, het aantal abonnementen op MHMR steeg. Helaas is daar vandaag niet veel van overgebleven. Alleen de verenigingen die vooral opkomen voor het ‘gebruik’ van het buitengebied hebben stand gehouden: het Nationaal Komitee Weekendverbijven en het Platform Buitengebied van ‘natuurgebruikers en natuurrecreanten’ dat zegt ruim 350.000 leden of 600.000 natuurgebruikers en recreanten te groeperen. Het Platform is een overkoepeling van verenigingen uit de sectoren natuurrecreatie (vissers, jagers, ruiters, honden- en  andere recreatiesporters), natuurgebruik (bosbouw, viskweek, landeigenaars, monumentenbeheerders), waarin tevens landbouwers en plattelandsbewoners via hun organisaties vertegenwoordigd zijn. (Alleen de Bos-, Land-, en Natuureigenaars hebben zich verenigd in de beroepsvereniging ‘Landelijk Vlaanderen’, met 800 leden. Daarnaast bestaan er nog kleine idealistische groepjes als Ruimte voor Mensen, Gewenst Ruimtelijk Vlaanderen en Gebouwen en Recreatieve Verblijven.) Geen ‘Eigen Huis’Blijkbaar organiseert de Vlaming zich alleen massaal en permanent als er getornd wordt aan zijn recht op jagen, vissen, hondensport, ruiterij, kleiduifschieten, enz., maar niet als de overheid zijn meestal enige zekerheid, zijn eigen woning, door allerhande maatregelen in gevaar brengt. Ter vergelijking: de Nederlandse vereniging Eigen Huis heeft rond de 670.000 leden en 200 medewerkers om de belangen van eigenaars van de eigen woning te verdedigen, terwijl er geen land is waar het aandeel sociale huurwoningen zo groot is. Hier daalde het aantal betalende lezers van MHMR jaar na jaar. Slechts één sponsor, tevens de initatiefnemer van dit blad, bleef de ‘nieuwsbrief voor een menselijke stedenbouw’ zeven jaar trouw, met een erg substantiële bijdrage. Hij stopt echter zijn sponsoring met dit nummer.  Meer dan een dozijn decreetswijzigingen moesten in de loop van de laatste zeven jaar de ergste ingrepen in het eigendomsrecht van woningeigenaars verzachten. Toch is er nog veel te doen om tot een correcte regelgeving te komen. Als afscheid staat in dit nummer nog een resem punten die nog moeten gerealiseerd worden om daadwerkelijk een ‘menselijke stedenbouw’ te realiseren. Binnenkort moet de al lang aangekondigde ‘grote herziening’ van het decreet Ruimtelijke Ordening eindelijk bekend gemaakt wordt. Dit document wordt nu al enkele jaren voorbereid in ‘interkabinettenwerkgroepen’. Als de parlementsleden daadwerkelijk willen bewijzen dat ze ‘vertegenwoordigers van het volk’ zijn, hopen we dat ze onze lijst naast het ontwerp zullen leggen, en afpunten of al deze zaken in het ontwerp staan. Indien niet, moeten ze de moed hebben die achterkamertekst te ammenderen. Dan is ons werk om de woningeigenaars te verdedigen en te beschermen verder vruchtbaar, en doen de parlementsleden dat waarvoor ze verkozen worden. AfscheidDeze nieuwsbrief zit er op. In 78 nummers, goed voor 624 bladzijden, hebben we zeven jaar de actualiteit in de ruimtelijke ordening gevolgd, verslag gebracht over de wijzigingen, kritische bedenkingen geformuleerd, voorstellen voor verbetering gedaan. Meermaals hebben we onze standpunten in kranten kunnen verdedigen in een opiniestuk, in de Zevende Dag, P-Magazine vroeg ons vorig jaar nog om hulp en gaf ons een stem bij een reeks over ruimtelijke ordening. Wat heeft het opgeleverd? In elk geval zou het nog erger geweest zijn zonder onze maandelijkse aanklacht. We laten echter de zone-eigen en zone-vreemde eigenaars niet in de steek. Het thema ‘ruimtelijke ordening’ krijgt een vaste stek op de website en nieuwsbrief Nieuw Pierke die zopas actief is geworden.   Philippe Van den Abeele

16:41 Gepost door in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

20-09-07

nr 77 september 07

Amateurisme Het Vlaams parlement maakt barslechte decreten  Dat een hele reeks decreten of wetten die niets met elkaar te maken hebben samengevoegd worden in een ‘verzamelbak’ naar aanleiding van een decreet/wet i.v.m. de aanpassing van de begroting, en door het parlement gejaagd worden is geen recent fenomeen. De eerste Vlaamse Raad na de verkiezingen in 1995 deed dit al. De Vlaamse gewestelijke heffing ter bestrijding van leegstand en verkrotting van woningen werd zo in 1996 ingevoerd via het ‘decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 1996’, dat 18 heel diverse hoofdstukken omvatte zoals Landbouw, Toerisme, Onderwijs, Leefmilieu, Gezondheid, Stedelijk beleid, Huisvesting, Openbare werken, Grond- en pandenbeleid, enz. (Stuk 147 (1995-1996) - Nr. 1-26)Voor een dergelijk decreet van 35 bladzijden met 83 artikels, kreeg de Raad van State een termijn van ‘ten hoogste drie (!!) dagen’ om zijn advies te geven. Tijdens de bespreking meende (wijlen) Ward Beysen (VLD, toen in de oppositie) dat deze heffing invoeren langs het programmadecreet een miskennen betekende van het Vlaamse Parlement: “Een dergelijke materie grijpt zeer sterk in op het leven van vele mensen. Het is teleurstellend dat aan een dergelijke belangrijke aangelegenheid geen volwaardig debat kan worden besteed. Bij de start van een autonoom Vlaams Parlement is dit bijzonder betreurenswaardig. Bij het toepassen van de voorgestelde heffing zullen zoveel gebreken worden vastgesteld dat zeer snel wijzigingen nodig zullen zijn om het gestelde doel te bereiken.”  De meerderheid van CVP en SP had daar ‘uiteraard’ geen oren naar, en keurde de tekst goed. In de feiten kreeg Ward Beysen nadien meer dan ruimschoots gelijk. Het Heffingsbesluit (B.S. 1 mei 1996) werd ondertussen negen keer gewijzigd. Vanaf de invoering tot eind 2001 werd bij zes van de tien aanslagbiljetten een bezwaarschrift ingediend, waarbij de klager in meer dan de helft van de keren gelijk kreeg. De bezwaren hoopten zich zo op dat de administratie verzoop in de papieren, en kon het Vlaams parlement niets anders doen dan (net voor de verkiezingen in 2004..) de heffing terugwerkend tweeenhalf jaar op te schorten. Er kwamen nieuwe voorwaarden, en de teller werd opnieuw ‘op nul gezet’ om de administratie de tijd te geven orde op zaken te stellen. Nu blijkt deze nieuwe regeling alweer op een ramp af te stevenen. Van de in 2006 afgehandelde bezwaren op ongeschiktheid moesten er bijna 90% ingewilligd worden. Tegen eind van dit jaar moeten een tienduizendtal heffingen op leegstand de deur uit, en naar ons de administratie bevestigt, verwacht ze een ongeveer even grote lawine aan (meestal terechte) bezwaren.  Het is duidelijk dat het Vlaams parlement ondermaats werk levert. Allerhande maatregelen met goede bedoelingen, zoals de RIA (Reguleringsimpact analyse) maken het verschil niet. Adviezen van SERV, MiNa-Raad en Raad van State worden regelmatig omzeild door regeringsteksten door parlementleden te laten indienen, de RIA wordt minimaal ingevuld, met meestal verkeerde cijfers die de zaken rooskleuriger voorstellen dan ze zijn. Zoals we eerder herhaaldelijk aanklaagden is dit parlement zelfs niet in staat foutieve decreten na verschillende jaren te corrigeren. Denk aan de ‘verjaring’ van bouwmisdrijven uit 2003, waar vandaag nog tientallen jaren later vervolgd kan worden. Het beloofde uitdovend woonrecht voor vaste bewoners van weekeindverblijven is er nog steeds niet, en de ‘basisrechten voor zonevreemden’ bleken achteraf een dode mus. Het wordt tijd dat dit parlement zijn manier van werken aan een grondige evaluatie onderwerpt. Maar dan ook een grondige, wellicht liefst met de hulp van een internationaal consultingbureau, gespecialiseerd in efficiënt overheidsbestuur.

19:03 Gepost door in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

18-06-07

nr 76 juni/juli '07

Goed bestuur?

 

Komt er eindelijk een grondige opknapbeurt aan het decreet RO?

 

“We hebben in dit huis een traditie om veel vragen te krijgen en lang te praten over zaken waarvoor we niet bevoegd zijn. Alles wat de huurwetgeving betreft, is een zaak van de federale overheid. De huurwetgeving gaat uit van de federale regering en werd besproken en goedgekeurd in het federale parlement”. Dat was het antwoord van minister Keulen tijdens de plenaire zitting van 23 mei 07 van het Vlaams parlement op een ‘Actuele vraag’ van Jan Penris (VB) over de onduidelijkheid inzake de controle op de naleving van de nieuwe huurwet door de gemeenten.

 

Dit zelfde huis heeft ook een traditie om over de zaken waarvoor het wel bevoegd is lang niet te praten. Na de behandeling van de beleidsbrief ‘Ruimtelijke Ordening / Onroerend Erfgoed - Beleidsprioriteiten 2006-2007’ eind vorig jaar, de bespreking van de begroting voor 2007 en van het verslag van de Vlaamse ombudsman viel het werk in de Commissie voor Leefmilieu en Natuur, Landbouw, Visserij en Plattelandsbeleid en Ruimtelijke Ordening en Onroerend Erfgoed rond het thema ruimtelijke ordening volledig stil. Men kon er wel nog enkele ‘Vragen om uitleg’ beluisteren over bijvoorbeeld het ontbreken van dierenbegraafplaatsen, over stortplaatsen voor afbraakmaterialen van wegen- en veegwerken aan de snel- en gewestwegen, over het opvullen van beekvalleien met grondoverschot en over de bestemmingswijzigingen van gedesaffecteerde militaire domeinen in de Kempen. Van het corrigeren van het vele knoeiwerk in het decreet RO is er nog steeds geen spoor. De adviezen van de Hoge Raad voor Herstelbeleid liggen ook te beschimmelen in deze commissie. We schreven eerder al (MHMR nr. 71) dat het bekend is dat Groen! tegen een reeks verbeteringen is, eerder de kwetsbare gebieden wil uitbreiden, niet warm is voor verjaring, enz., en SP.a sterk in deze richting meeging om groene kiezers aan te trekken. Tot aan de federale verkiezingen werd het zo onmogelijk binnen de huidige coalitie tot een akkoord te komen.

 

Op 26 april stelde Jan Peumans (NV-A) in diezelfde commissie een Vraag om uitleg aan ministers Peeters en Van Mechelen over hoever het nu stond met de afstemming van de milieu- en stedenbouwkundige vergunning (Handelingen 2006-2007, C176 – LEE24). Deze regering is afgestapt van de samenvoeging tot één vergunning, maar er zou een ‘uniek loket’ in de gemeenten worden opgericht, waar men beide aanvragen samen kan indienen (MHMR nr. 65). Van Mechelen:Het is de bedoeling om een decretale machtiging in te schrijven voor diegenen die opteren voor het indienen van een gezamenlijke milieu- en stedenbouwkundige aanvraag. Deze machtiging moet de Vlaamse Regering toelaten om bij besluit in de gemeenten het unieke loket te organiseren. Maar ook zullen regels rond het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek, het openbaar onderzoek en de beslissingstermijnen decretaal op elkaar worden afgestemd.” Naar aanleiding van deze vraag verklaarde minister Van Mechelen nog: “Zoals u weet, werken we rond een brede wijziging van het decreet ruimtelijke ordening. Tussen de krokus- en de paasvakantie vonden daarover vijf uitgebreide vergaderingen plaats, waaronder enkele met participatie van parlementsleden.” Jan Peumans repliceerde hierop met: “Als ik het goed begrepen heb, zal dit na het zomerreces ingediend worden in het parlement?”, waarop minister Van Mechelen besloot met: “Exact”. Ondanks het nalopen van Groen! heeft de SP.a op 10 juni een verkiezingsnederlaag niet kunnen verhinderen. Het is te hopen dat ze binnen de Vlaamse regering nu haar verzet tegen grondige verbeteringen van het decreet RO staakt, en er na het zomerreces eindelijk werk van wordt gemaakt.

12:36 Gepost door in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

24-04-07

nr 75 mei '07

Afbraakobsessie

 

De bouwinspecteur wil eeuwig afbraak vorderen

 

De gemachtigde ambtenaar (of zijn opvolger, de stedenbouwkundige inspecteur) mag aan de strafrechter nog een vonnis tot afbraak vragen nadat een bouwmisdrijf al lang is verjaard, voor zover de vordering werd ingesteld voor het misdrijf verjaarde. Hij kan ook via een burgerlijke rechtbank de afbraak vorderen, binnen de vijf jaar nadat hij van de overtreding weet, en dit tot 20 jaar na de optrek van het onwettig bouwwerk. De beloofde verjaring na vijf jaar is dus een leugen. Bovendien geldt ze nog steeds niet in zogenaamd ‘kwetsbare gebieden’. De afbraakhonger van de inspectie is hiermee echter nog niet gestild. We vernemen dat hij nu ook, wanneer na dertig jaar zijn mogelijkheid tot ambtshalve afbraak is verjaard, daarna toch nog probeert de afbraak te bekomen, met een nieuw gevonden ‘titel’. Dat gaat zo in zijn werk:

 

Notarissen chanteren

Het decreet RO voorziet een aantal ‘informatieplichten’ voor de notaris. Zo moet de notaris in (bijna) alle onderhandse en authentieke akten van verkoop of van verhuring voor meer dan negen jaar van een onroerend goed, van een inbreng van een onroerend goed in een vennootschap, van vestiging van erfpacht of opstal en in elke andere akte van een eigendomsoverdracht ten bezwarende titel vermelden:

1° of er voor het onroerend goed een stedenbouwkundige vergunning is uitgereikt;… (enz..)

Iets verder in dit artikel 137 DRO staat: “Indien op het onroerend goed, ten gevolge van een definitieve rechterlijke beslissing, een verplichting rust om herstelmaatregelen uit te voeren, zoals bedoeld in de artikelen 149 tot en met 151, dan wordt dit in een afzonderlijke akte vermeld. In deze akte wordt tevens vermeld dat de nieuwe eigenaar de verbintenis aangaat om de opgelegde herstelmaatregel uit te voeren, onverminderd de verplichting van de oorspronkelijke eigenaar. De instrumenterende ambtenaar stuurt een afschrift van die akte aan de stedenbouwkundige inspecteur.” Die informatieplichten van de notaris zouden volgens art. 199 §2 pas moeten gerespecteerd worden ten vroegste 31 dagen nadat in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd is dat de gemeente, waar het onroerend goed gelegen is, beschikt over een goedgekeurd plannenregister en vergunningenregister. Omdat deze registers maar niet klaar kwamen (vandaag zelfs beschikken nog maar 22 gemeenten hierover), werd bij een van de vele decreetswijzigingen einde 2003 aan art 199 §2 toegevoegd dat een aantal van de informatieverplichtingen ook zonder die registers in alle gemeenten moeten toegepast worden. Deze verplichtingen gingen in op 8 februari 2004, onder meer deze dat de notaris in een afzonderlijke akte moet vermelden dat de nieuwe eigenaar de verbintenis aangaat om een opgelegde herstelmaatregel uit te voeren. Met kopie van die akte aan de stedenbouwkundige inspecteur. Voor een oud vonnis kan de notaris geneigd zijn in die afzonderlijke akte te vermelden: “voorzover voormeld vonnis nog vatbaar is voor gedwongen uitvoering (dertigjarige verjaring)”. Daarop kan hij prompt een brief van de inspecteur verwachten waarin deze meldt dat art. 137 §1 4de lid DRO niet in een dergelijk voorbehoud voorziet. Hij schrijft: “Integendeel, conform de tekst van de wet dient de koper de plicht tot herstel aan te gaan, ‘onverminderd de verplichting van de oorspronkelijke eigenaar’. (Gebeurlijke) verjaring van de actio judicati t.a.v. een welbepaalde veroordeelde stelt immers geen einde aan de illegale situatie, zodat de noodzaak tot het uitvoeren van het bevolen herstel (en het recht van de samenleving op dit herstel) onverkort blijven voortbestaan. Ook in hoofde van de veroordeelde blijft de plicht tot herstel na verjaring van de actio judicati overigens bestaan, zij het in de vorm van een natuurlijke verbintenis, te onderscheiden van de plicht tot herstel die de koper bij zijn aankoop formeel op zich neemt.” Enig voorbehoud over een mogelijke verjaring mag volgens de inspecteur niet opgenomen worden in deze afzonderlijke akte. Een akte met voorbehoud kan de inspecteur niet als een volwaardige akte aanvaarden, en hij eist dan ook dat de notaris een nieuwe akte verlijdt, zonder een dergelijke toevoeging. Als dit niet gebeurt dreigt hij ermee een misdrijf vast te stellen in hoofde van de notaris en een PV op te stellen. Hij beschouwt de toevoeging als een inbreuk op de informatieplicht, die volgens art. 146 DRO kan gesanctioneerd worden met een gevangenisstraf van 8 dagen tot 5 jaar en/of met een geldboete van 26 euro tot 400.000 euro (te vermenigvuldigen met de factor 5 – ‘opdeciemen’- voor de momenteel toe te passen boete; of een maximumboete van 2 miljoen euro). De inspecteur zorgt er dus voor dat de notaris er zich voor hoedt enige verwijzing naar een mogelijke verjaring op te nemen in de afzonderlijke akte.

 

De koper afdreigen

Op basis van de verbintenis die de koper in de afzonderlijke akte op zich heeft genomen, schrijft de inspecteur dan de koper (huurder, erfpachter,..) aan om hem aan te manen het oude vonnis uit te voeren, omdat “binnen afzienbare tijd hem het vonnis samen met de notariële akte zal betekend worden.” Verder: “Het voorschrift van art. 137 dat de nieuwe eigenaar, huurder, erfpachter of opstalhouder verplicht tot het aangaan van bedoelde verbintenis, raakt de openbare orde en kan bijgevolg niet gemoduleerd worden naar de wens van de contractant(en). Eventuele clausules die voorbehoud maken ingeval van verjaring van het vonnis in hoofde van de veroordeelde(n) zijn dan ook volstrekt nietig, en blijven zonder uitwerking.” Vermoedelijk slaagt de inspecteur er zo in dat mensen vandaag, dertig of veertig jaar na het niet-uitvoeren van een vonnis door de vorige eigenaar, uit schrik voor een proces, alsnog zelf tot afbraak overgaan, alhoewel het recht tot ambtshalve uitvoering van het vonnis verjaard is.

 

Een concreet geval

Een koppel verkoopt zijn huis in 2006, waarvoor het in 1964 werd veroordeeld voor een bouwmisdrijf. Ze weten niet meer juist wat de veroordeling inhield. Het vonnis werd nooit betekend. De notaris is nu verplicht in een afzonderlijke akte melding te maken van de veroordeling, zonder enige verwijzing naar een verjaring, waarbij de koper de verbintenis aangaat het vonnis uit te voeren. Wat die verplichting juist inhoudt, kan de notaris niet achterhalen. De gemeente heeft geen afschrift meer van het vonnis, en het Rijksarchief meldt dat het vonnis ergens onder krimpfolie op een pallet staat voor verhuis en het nog lang kan duren voor de archieven terug consulteerbaar zijn. De inspecteur schrijft een paar maanden later een brief naar de kopers om ze aan te manen tot afbraak over te gaan. Hij diept een nagenoeg onleesbare kopie van het vonnis op, waaruit moet blijken dat het zou gaan om de afbraak van een verdieping die zonder vergunning werd bijgebouwd. De kopers nemen een advocaat onder de arm die naar Stedenbouw schrijft dat de actio judicati (de mogelijkheid van de gemachtigde ambtenaar om het vonnis van 1964 uit te voeren als de veroordeelde niet zelf de bevolen herstelmaatregel uitvoert), een persoonlijke rechtsvordering is, en de herstelmaatregel inzake stedenbouw een veroordeling is van burgerlijke aard. Die verjaart overeenkomstig het oud artikel 1162 B.W. na 30 jaar vanaf het vonnis. Het recht van de gemachtigde ambtenaar om in de plaats van de veroordeelden het herstel door te voeren verjaarde in het concrete geval dus al in 1994. De advocaat voegt er nog aan toe: “Het is trouwens een algemeen principe van rechtszekerheid dat zelfs de wetgever niet kan tornen aan een definitief vonnis waaromtrent in casu zelfs de mogelijkheid tot tenuitvoerlegging verjaard is.” Bovendien, merkt hij nog op, zijn er ondertussen in de straat diverse andere gebouwen met hogere bouwlagen vergund.

Het antwoord van Stedenbouw is hallucinant: “Het is juist dat het vonnis verjaard is. Echter, door een overdracht in 2006 herleeft de verbintenis in hoofde van de verkrijger... In de akte in 2006 is ondubbelzinnig sprake van een ‘verbintenis’. De notariële akte is een uitvoerbare titel, die kan betekend worden.” Eerst wordt dus de notaris verplicht een akte op te stellen zonder verwijzing naar een verjaring, en dan gebruikt de inspecteur die akte als een nieuwe titel om de afbraak te eisen.

 

Hoge Raad?

De Hoge Raad voor het Herstelbeleid is niet bevoegd om in dergelijke zaken tussen te komen en dergelijke schandalige acties te stoppen. De Hoge Raad kan de inspecteur alleen stoppen met een ‘niet-eensluidend advies’, wanneer deze een herstelvordering wil indienen bij een rechter of voor hij tot ambtshalve uitvoering overgaat. Reeds in juni 2006 zegde de voorzitter van commissie RO “dat er nood is aan het stopzetten van de functie van stedenbouwkundige inspecteur, en er op zeer korte tijd een andere instantie moet komen die op een objectieve en rechtszekere manier deze functie overneemt. Zoals nu kan het in ieder geval niet verder.” (Zie MHMR nr. 69). Wat is er ondertussen gebeurd? NIETS. Het Vlaams parlement maakt zo’n slechte decreten dat de burgers overgeleverd zijn aan de afbraakobsessie van de inspectie. De parlementsleden (‘volks-vertegenwoordigers’..) zijn hiervoor verantwoordelijk, maar blijkbaar kan hen dat geen barst schelen. 

20:15 Gepost door in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

26-03-07

nr 74 april '07

Meer zinloos geweld

 

Twee jaar geleden beloofde Van Mechelen uitdovend woonrecht

 

Voor permanent bewoonde weekeindverblijven beloofde minister Van Mechelen in zijn Beleidsbrief 2005-2006 een uitdovend woonrecht: “Dit uitdovend woonrecht geeft degenen die reeds enige tijd een weekendverblijf permanent bewonen de gelegenheid om de constructie nog gedurende een overeen te komen periode te blijven bewonen. Zolang het uitdovingsplan loopt, heeft de begunstigde het ongestoorde genot over zijn constructie.” In het Vlaams parlement verklaarde Van Mechelen nog op 7 juli 2005: “Een aantal solitaire weekendhuisjes, al dan niet in bouwovertreding gebouwd, staat in kwetsbaar gebied. Het is overduidelijk dat zij op termijn moeten verdwijnen. Daarvoor is in het regeerakkoord opgenomen dat er eenzelfde kader als voor de campings zou gecreëerd worden, waarbij een uitdovend woonrecht zal ingeschreven worden.” We krijgen bijna twee jaar later volgende brief uit Tessenderlo, gedateerd op 10 maart 2007:

 

Met dit schrijven wil ik U op de hoogte brengen van wat men met een bouwovertreding allemaal doet. Destijds in 1991: PV opgesteld. Op 15 december 1992 gevonnist voor alles wat de 60m2 overschrijdt, tuinhuis afbreken, het gebouw moet 7,5 m van de perceelsgrens ingeplant zijn, wonen mag niet omdat het weekeindverblijf is, met een dwangsom van 5.000 BEF per dag. In 2005 hebben ze al de inboedel openbaar verkocht (*) omdat ik niet afbreek en de dwangsom niet kan betalen, die nu reeds is opgelopen tot 8,5 miljoen frank. Nu gaat men mijn eigendom openbaar verkopen. Dit is onze enige eigendom en woonst. Ons weekeindhuisje is ingeplant op 5 m van de perceelsgrens, zodus zou ik alles moeten afbreken. Ik zou de chalet doormidden moeten doen om op 7,5 m te komen, dus er schiet niets meer over. Opschuiven kan ik niet; mijn vrouw is 80 jaar en ik 78. Ons willen ze gewoon op straat zetten en onze eigendom afpakken en verkopen. Dit is de laatste uitspraak van de beslagrechter op 27 februari 2007. We zijn al 15 jaar aan het procederen, dan kunt u wel weten dat onze spaarcentjes op zijn. Wij zijn meer gestraft dan een moordenaar; die krijgt 30 jaar en na 10 jaar is hij vrij. Wij zijn gestraft voor ons leven. Wij leven nog erger dan destijds bij Ceauscescu of de kommunisten in Rusland. Dat zijn onze politiekers die de wetten maken en die ons kapot gemaakt hebben. Onze heren politiekers hebben geen medelijden. Wij hebben alles ondernomen om een uitdovend woonrecht te krijgen. Alles is ons geweigerd, aan twee bejaarde mensen die van hun 14 jaar hebben moeten werken en belastingen betaald hebben als loontrekkenden, en nu pakken die alles af. Wij hebben samen besloten dat ze ons hier buiten zullen halen tussen 4 planken, dat is nog beter dan onze laatste levensjaren in armoede te moeten doorbrengen. Een beetje menselijkheid van de overheid, dat waren zeker geen ondeugden.

 

De Vlaamse regelgeving kan dodelijker zijn dan roken. Als minister Van Mechelen zijn inspecteur niet kan dwingen de uitdrijving met een deurwaarder plus politie en de verkoop af te blazen, moeten de leden van de commissie RO van het Vlaams parlement nu samenleggen om het weekeindhuisje te kopen en een ‘uitdovend woonrecht’ verlenen aan het oude paar. Als parlementsleden er niet in slagen een beloofde menselijke regeling decretaal te stemmen, moeten ze de gevolgen uit hun eigen zak betalen. Minder doen zou een schande zijn, ook in andere gelijkaardige gevallen.

 

 

(*) Zie ook MHMR nr. 60 en nr. 63. We hebben toen over de inbeslagname van de inboedel van het echtpaar bericht. De inboedel werd toen aangekocht door de leden van de vereniging ‘Gewenst Ruimtelijk Vlaanderen’ en hen in bruikleen gegeven.

16:49 Gepost door in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

27-02-07

nr 73 maart '07

 

Pitbulls

 

Overheid gebruikt steeds meer zinloos geweld tegen burgers

 

Er is nu geen vergunning meer nodig voor een klein zwembad in de tuin. Er is wel een controleur bijgekomen voor de veiligheid op een bouwwerf, een voor de energieprestatie van gebouwen, een voor oudere elektriciteits- en stookinstallaties. De burger wordt steeds meer gecontroleerd. Ook het onevenwicht tussen de macht en het geweld van de overheid en de rechten van de burger wordt steeds groter. De overheid is planschade verschuldigd als door een planwijziging er gister wel en morgen niet meer mag gebouwd worden. Ze weet u dan niet te vinden om u persoonlijk op de hoogte te brengen. Planschade wordt slechts (beperkt) vergoed wanneer men binnen de vijf jaar na de planwijziging zelf een proces inspant. De rechtbank bepaalt het bedrag. Wanneer het systeem van planbaten in voege zal treden, zal bij een planwijziging waarbij men gister niet en morgen wel mag bouwen, de overheid u wel weten te vinden en krijgt u automatisch een faktuur in de bus. Bij onteigeningen is de ‘spoedprocedure’ de gangbare. Nadat een vrederechter een voorlopige vergoedingen heeft toegekend zet de overheid u buiten. Daarna vraagt ze vrij systematisch een herziening aan. In de praktijk kan zo een procedure 30 jaar duren en eindigen met een grotere terugbetaling dan hetgeen initiëel is toegekend. Zinloos geweld.

 

Hoofdaannemers moeten nu hun onder- en onderonderaannemers controleren op de naleving van de sociale wetgeving. “Alhoewel er op zich niets illegaals gebeurd was,” verklaarden twee VLD-senatoren, bliezen ze midden februari toch hoog van de toren dat een zogenaamde Scientology-dochter informaticalessen gaf in het Vlaams parlement. “De firma haalde de opdracht in onderaanneming binnen, waardoor wij dit niet konden controleren,” zegt de parlementsvoorzitter. (De reputatie van het bedrijf is zinloos beschadigd door de profileringsdrang van twee senatoren, en de zaakvoerder kan alleen proberen de schade te beperken door in de kranten een lezersbrief te publiceren dat zijn bedrijf geen dochterbedrijf is van de Scientologykerk.) De fiscus kan nu een onderneming sluiten als ze drie keer de voorheffing of de BTW niet betaalt, voor een periode die hij zelf bepaalt. Er hoeft geen sprake te zijn van fraude. Men kan hiertegen wel binnen de twee maand protesteren bij een rechter. Wie enige ervaring heeft met het gerecht weet dat er veel kans bestaat dat de rechter ‘blind’ de vordering van de overheid volgt. Zinloos geweld.

 

Een zeldzame keer gaat een parlementslid in tegen de stroom en klaagt hij zinloos geweld van de overheid aan. Johan Sauwens interpelleerde de minister van ruimtelijke ordening recent over “het algemeen, structureel probleem in heel Vlaanderen wat de werking van onze provinciale diensten Ruimtelijke Ordening betreft.” (Zie blz. 3 en 7). “Ook heel veel gewone mensen worden geconfronteerd met de onneembare muur van bureaucratie die Vlaanderen heeft opgetrokken, met drama’s als gevolg.” Ondertussen slaagt het Vlaams parlement er na vier jaar nog steeds niet in om zijn kaduc verjaringsdecreet uit 2003 te repareren en kan er nog steeds afbraak gevorderd worden, ook al is het misdrijf strafrechterlijk verjaard. Zinloos geweld. Hierover zegde de commissievoorzitter Lachaert al op 3 februari 2005 dat dit ‘qua perceptie en rechtszekerheid nihil is’. De Vlaamse overheid beweert dat bijkomende lasten door lastenvermindering ruim worden gecompenseerd.  De dienst Wetsmatiging publiceert elk trimester een zegebulletin over de gerealiseerde besparingen, maar die zit vol verkeerde en opgepepte cijfers, in klare taal: leugens. (Zie blz. 4-5). ‘Behoorlijke bestuur’ is veraf, zinloos overheidsgeweld ons dagelijks lot.

 

16:02 Gepost door in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

30-01-07

nr 72 jan-febr '07

‘Not amused’

 

Decreetswijziging RO pas in 2008?

 

Naar aanleiding van de aanhouding van een medewerker van het kabinet van de minister van ruimtelijke ordening stelde de oppositie een ‘actuele vraag’ aan de minister in de plenaire zitting van het Vlaams parlement (zie blz. 3). Er was hierbij ook even terloops sprake van het optreden van de stedenbouwkundige inspectie, waarbij Van Mechelen zich liet ontvallen: Ik verheel niet dat ik en veel leden van dit Vlaams Parlement zich sinds 1999 ‘not amused’ voelen met de handelwijze in bepaalde dossiers van de stedenbouwkundige inspectie. Veel heeft deze meerderheid er echter niet aan gedaan om zich wel ‘amused’ te voelen.

 

Joke Schauvliege tijdens de bespreking in november van de Beleidsbrief Ruimtelijke Ordening 2006-2007 in de commissie: De voltallige CD&V-fractie wordt een beetje ongeduldig en hoopt dat in bepaalde dossiers in 2007 vooruitgang wordt geboekt. In een artikel op een volle bladzijde in De Standaard van 6 maart 2006 kondigde Joke Schauvliege (CD&V) aan dat ze een decreetvoorstel klaar had waarin de burgerlijke verjaring samenvalt met de strafrechtelijke. Ze was het wachten op een voorstel van de minister moe. Dat voorstel is er nog steeds niet, en ze zegde hierover ook niets concreets tijdens de bespreking van de beleidsbrief 2006-2007. In de Standaard van 27 december 2006, een maand later, kan men dan weer in een artikel over de ‘kangoeroewoning’ lezen: Minister Van Mechelen staat positief tegenover kangoeroewonen. Omdat zijn decreetswijziging naar de zin van Veerle Heeren en Joke Schauvliege (CD&V) te lang uitblijft, dienen ze een eigen voorstel in. Dit voorstel werd wel ingediend in het Vlaams parlement. (Nr. 1046 (2006-2007) 1: wijziging van art. 99 van het decreet van 18 mei 1999 i.v.m. de ruimtelijke ordening, teneinde zorgwonen mogelijk te maken)

 

Van Mechelen in de commissie i.v.m. zijn beleidsbrief: “Wat het langverwachte nieuwe decreet ruimtelijke ordening betreft, stelt de minister dat de tekst klaar was in november 2005. De tekst is het voorwerp van een moeilijke politieke discussie. Dit is niet abnormaal vermits de tekst een integrale bijsturing is van het plannings-, vergunningen- en handhavingsbeleid. Het luik vergunningen bevat vele aspecten die in het Vlaamse regeerakkoord zijn opgenomen: bijvoorbeeld rond de weekendverblijven en het uitdovend woonrecht. Maar er blijven nog enkele politieke discussiepunten over kwetsbare gebieden en landschappelijk waardevol agrarisch gebied waar nog knopen moeten worden doorgehakt. De knelpunten werden nu opgelijst en zullen voorgelegd worden aan het kernkabinet zodat de teksten kunnen gefinaliseerd worden. Gelet op het ongeduld rekent hij op de verantwoordelijkheid van de ministers van de verschillende partijen, zoniet zal het ontwerpdecreet formeel worden ingediend bij de Vlaamse Regering. Daarna wordt de tekst overgemaakt aan de Raad van State die vermoedelijk meer tijd nodig zal hebben dan de gebruikelijke dertig dagen. Vandaar dat er eerder sprake is van 2008 als indieningsmoment in het Vlaams Parlement.”

 

Hebben de verslaggevers Joke Schauvliege en Bart Martens een tipfout overzien in de laatste zin hiervoor? Een antwoord op onze vraag hierover aan Joke Schauvliege bleef zonder antwoord. Uit de context van het antwoord van de minister, en het feit dat Schauvliege niet reageert, vrezen we van niet, en moet men dus toch eerder met 2008 rekenen. We horen veel bla-bla over ‘rechtszekerheid’ en krijgen politieke ‘reklame’ hierover in de pers, maar in de reële wereld blijft die uit. We are not amused.

 

(Joke Schauvliege is zowat het enig parlementslid van de meerderheid waar men regelmatig iets van hoort inzake ruimtelijke ordening.)

13:36 Gepost door in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

29-11-06

nr 71 nov-dec 06

Winterslaap?

 

Beleidsbrief Van Mechelen met vage ambities

 

Minister Van Mechelen diende einde oktober zijn Beleidsbrief over

Ruimtelijke Ordening en Onroerend Erfgoed in bij het Vlaams parlement, met zijn beleidsprioriteiten en –initiatieven voor 2006-2007. (Stuk 967 (2006-2007) – Nr. 1). Over de reeds eerder voor begin van 2006 aangekondigde decreetswijziging blijft hij zeer vaag. “Een andere grote ambitie voor het komende jaar is het doorvoeren van de eerder aangekondigde decreetswijzigingen op het vlak van planning, vergunningen en handhaving.”

 

“Daarnaast nemen we onder andere nog volgende aspecten op:

- ...

- evalueren van het systeem van planbaten en planschade, alle

aankoopverplichtingen en compensatiemechanismen en waar nodig sociaal bijsturen;

- verschaffen van een rechtszekere en planologische oplossing voor de weekendverblijven (o.a. het uitdovend woonrecht);

- invoering van een enig loket voor gecombineerde aanvragen tot

stedenbouwkundige vergunning en milieuvergunning en het onderling

afstemmen van de procedures....”

 

Er staat ook een kort stukje in over het handhavingsbeleid:

“De rechtshandhaving inzake ruimtelijke ordening is in Vlaanderen nog grotendeels strafrechtelijk georganiseerd. De administratieve rechtshandhaving blijft beperkt tot het uitvaardigen van

stakingsbevelen met de mogelijkheid om te verzegelen en materiaal en materieel in beslag te nemen. Er dient verder onderzocht te worden wat de haalbaarheid en de consequenties zijn als de strafrechtelijke handhaving wordt teruggedrongen ten voordele van de administratieve handhaving (met meer plaats voor bestuursdwang en last onder dwangsom). Pas nadat alle implicaties van deze spoorwisseling in kaart zijn gebracht, inzonderheid wat betreft organisatorische aspecten, de rechterlijke controle, de gevolgen voor hangende geschillen, de samenwerking met de huidige handhavingspartners, de efficiëntie en effectiviteit van de nieuwe handhavingsvormen betreft, kunnen conclusies getrokken worden... In functie van de onderzoeksresultaten zal ik de nodige ontwerpen van decreetteksten laten uitschrijven en indienen bij het Vlaams Parlement.”

 

Besluit: over de inhoud van een grondige en uitgebreide decreetswijziging blijken de partijen van de meerderheid maar niet tot een consensus te komen. Het is bekend dat Groen! de kwetsbare gebieden liever wil uitbreiden, niet warm is voor verjaring, enz. SP.a gaat sterk in deze richting mee om groene kiezers aan te trekken. Met verkiezingen in zicht, zal het dus steeds moeilijker worden voor de huidige coalitie om tot een akkoord te komen. Wellicht zal Van Mechelen de grote decreetswijzigingen, zijn ‘grote ambitie’ voor het komende jaar, pas in de herfst 2007 in het Vlaams parlement kunnen indienen? Vraag is wat die dan concreet omvat. Daarom moet nu onmiddellijk een ‘kleine wijziging’ goedgekeurd worden met zaken als het beloofde uitdovend woonrecht voor weekeindverblijven, verjaring van bouwovertredingen in alle gebieden, gelijke behandeling van alle woningen in het VEN, geen afbraakvorderingen meer na de strafrechtelijke verjaring (*), echte permanente basisrechten voor zonevreemde gebouwen, dus ook als ruimtelijke uitvoeringsplannen de gewestplannen vervangen. De minister kan dromen van meer administratieve i.p.v. strafrechtelijke handhaving, maar eerst kunnen beter de huidige misbruiken van de decreten door de bouwinspectie een halt toegeroepen worden. Of is het Vlaams parlement al aan een winterslaap toe?

 

(*) In een artikel op een volle bladzijde in De Standaard van 6 maart 2006 kondigde Vlaams parlementslid Joke Schauvliege (CD&V) aan dat ze een decreetvoorstel klaar had waarin de burgerlijke verjaring samenvalt met de strafrechtelijke. Ze was het wachten op een voorstel van de minister moe.

18:18 Gepost door in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

04-10-06

nr 70 - okt '06

Atheïsme en stedenbouw

 

Het Jansenisme, het Lutheranisme en het Protestantisme in het algemeen hebben een onvoorstelbare democratiserende werking gehad. Eerst binnen de Kerk, met helaas een scheiding als gevolg en vervolgens binnen de organisatie van de burgerlijke politieke instellingen. Waar Louis XIV en zijn opvolgers nog konden regeren “par la grâce de Dieu” werd ook daaraan een einde gesteld door de Franse Revolutie. Dit belette niet dat de ideeën van de onaantastbaarheid van de centrale uitvoerende macht nog kon verder leven tot aan de invoering van het algemeen enkelvoudig stemrecht (eerst mannelijk) in l920 en (later vrouwelijk) in l947. Op grond van de oude engelse rechtspreuk “the King can do no wrong” bleef de primauteit van de centrale uitvoerende macht nog verder leven tot aan het baanbrekende arrest van het Hof van Cassatie van 5 november l920 (het zogenaamde Flandria-arrest). Bij dat laatste arrest werd uiteindelijk aangenomen dat de rechterlijke macht wel degelijk bevoegd was om de onwettige daden van de overheid, ook op het domein van de echte gezagsuitoefening, te controleren.

 

Er bleef, en er blijft evenwel, nog altijd een restant van de koninklijke prerogatieven ontsnappen aan elke rechterlijke controle nl. de handelingen van de overheid die genomen worden binnen het mijnenveld van de zogenaamde ongebonden macht van het bestuur. Daar kan de rechter zich nog altijd niet begeven omdat men van oordeel is dat deze ongebonden, vrije keuze van de overheid essentiëel is voor de activiteiten van het bestuur. Men moet trouwens nog altijd beroep doen op een wereldvreemde uitdrukking nl. de discretionaire bevoegdheid van de overheid om dit uitgelegd te krijgen. Er werden, onder impuls van de Nederlandse juristen, wel pogingen ondernomen om dit vrije goedvinden verder in te polderen, maar men is tot op heden nog niet verder geraakt dan de controle door de rechter van de “kennelijk onredelijke” bestuursbeslissingen. Hier moet men ook beroep doen op een wereldvreemde uitdrukking om dit op ‘wetenschappelijke’ wijze te verklaren nl. de zogenaamde “marginale toetsing” van het overheidsoptreden. Wanneer het bestuur de grens, de marge, van zijn goedvinden overschrijdt en eigenlijk niet echt als overheid optreedt maar verzeilt in de willekeur of de kennelijk onredelijke beoordeling, dan kan de rechter wel ingrijpen. Het probleem is echter dat dit, benevens de klassieke onwettigheidcontrole, telkens een moeizaam proces veroorzaakt dat men bovendien naar believen en met de nodige inspiratie kan voeren voor de gewone burgerlijke rechter of voor de Raad van State. Dit brengt overbelasting mee van deze instellingen met als gevolg oeverloze en dus dure procedures waarvan het resultaat nooit te voorspellen is.

 

Inmiddels is ook het actiedomein van de overheid geweldig uitgebreid met als gevolg dat de almacht van het bestuur nog steeds toeneemt. Dit is in het bijzonder het geval op het gebied van stedenbouw en ruimtelijke ordening waar oncontroleerbare macht werd gegeven aan niet representatieve organen, eerst door de besluitwet van 2 december 1946 en vervolgens door de stedenbouwwet van 29 maart 1962. Bij deze wetten werd een dictatoriale macht gegeven aan de stedenbouwkundige ambtenaren die weliswaar slechts adviezen geven, maar met bindende kracht !… en mogelijkheid tot hoger beroep etc. Deze macht kan men weliswaar wel inperken door het uitvaardigen van planologische documenten maar ook bij de goedkeuring ervan komt de ‘discretionaire bevoegdheid’ weer om de hoek kijken tot op het niveau van de Minister of de Regering met weer zoveel processen in het verschiet. Ondertussen schrijdt de laïcisering verder : de kruisbeelden verdwijnen (terecht) uit de gerechtszalen; de oproeping van de godheid wordt (terecht) geschrapt uit de eedformule maar “la grâce de Dieu” blijft bestaan in het moderne gouden kalf van de discretionaire appreciatie.

 

Begrijpe wie kan.

 

11 september 2006          

 

Martin Denys

21:16 Gepost door in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

05-09-06

nr 69 - sept '06

 

Afstempelmachine

 

Verdient het Vlaams parlement nog een oorvijg?

 

De instandhouding van onvergunde bouwwerken werd in 1962 als misdrijf ingevoerd op aanvraag van de administratie van Openbare Werken omdat zij te weinig actiemiddelen had om alle bouwmisdrijven tijdig op te sporen. De ondertussen in overvloed beschikbare rechtsmiddelen worden vandaag zo driest aangewend dat er stemmen opgaan in het Vlaams parlement om de functie van stedenbouwkundig inspecteur af te schaffen. Dit naar aanleiding van het nu betekenen van bijna dertig jaar oude afbraakvonnissen. De minister zegt dat de autonomie van de stedenbouwkundige inspecteur volgens hem te ver gaat voor een democratische rechtsstaat. Lees het debat hierover in de volgende bladzijden van dit nummer. “Men zal maar pech hebben om bij een bepaalde rechter terecht te komen,” verklaart de minister, maar ondertussen verandert noch hij noch de decreetgever iets aan de schandalige situatie die zij zelf creëerden. De burger is, volgens de woorden van enkele parlementsleden, overgeleverd aan willekeur, rechtsmisbruik, er gebeuren in de praktijk zaken die niet zo fraai zijn, er wordt zuiver willekeurig beslist of een dwangsom wordt geint of moet worden afgebroken. En toch vertrok het parlement met vakantie, zonder enige bijsturing, al gaan daar volgens Lachaert ‘mensen aan dood’.

 

Bij de aanleg van het Deurganckdok struikelde de Vlaamse overheid over de eigen complexe regels en kostte dit 1,7 miljard frank schadevergoedingen aan de aannemers die werkeloos moesten wachten tot het dossier in orde geraakte. Er werd een ‘nooddecreet’ goedgekeurd, waarmee volgens De Tijd van 10 augustus 2002 het Vlaams Parlement de rechtsstaat geweld heeft aangedaan. Het gewestplan werd een vodje papier, de rechtsbescherming die de burger geniet, werd uitgehold. Het Deurganckdok is synoniem van slordig, onzorgvuldig en onbehoorlijk bestuur. De Standaard van 25 oktober 2001, in een commentaar onder de titel ‘Deurganckdok: oorvijg van 1,7 miljard frank’: Het Vlaams Parlement en de Vlaamse regering moeten, samen met het nooddecreet, meteen een geloofwaardig voorstel goedkeuren dat er op korte termijn voor zorgt dat de regelgeving voor de ruimtelijke ordening drastisch wordt vereenvoudigd. Doen ze dat niet, dan verdienen ze nog een oorvijg. De volgende dag kon men er lezen: Alle democratische partijen van het Vlaams parlement zetten gisteren hun handtekening onder het nooddecreet dat de afwerking van het Deurganckdok vlot moet trekken. Het decreet maakt nieuwe klachten bij de Raad van State tegen de bouw van het dok onmogelijk. Met een ‘we zullen het nooit meer doen’, verzekerden de partijen dat deze ondemocratische manier van werken niet voor herhaling vatbaar is.

 

De regelgeving werd ondertussen alleen maar complexer met bijvoorbeeld decreten op de erfgoedlandschappen en het integraal waterbeleid, met nog meer plannen en voorschriften. Bij de watertoets is er ondertussen wel een besluit voor haar toepassing bij vergunningen, maar geen richtlijnen voor overheidsplannen. Voor het saneren van vervuilde industrieterreinen, een stokpaardje van minister Van Mechelen, heeft de regering nu voor een systeem te gebruiken zoals bij het Deurganckdok. Er zal van allerhande decretale regels kunnen afgeweken worden, voor zover het parlement die achteraf bekrachtigt. Het Vlaams parlement is eerst de producent van een groeiend oerwoud aan rechtsregels en nadien een afstempelmachine die de administratie toelaat van de ingevoerde regels af te wijken. De burger blijft hierbij volledig in de kou staan. Dit verdient geen tweede oorvijg, maar wel het naar huis sturen wegens onbekwaamheid. Dit kan men toch geen vertegenwoordigers meer van het volk noemen?

11:42 Gepost door in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |