29-10-07

Nieuw Pierke volgt verder ruimtelijke ordening op

 Opvolger van Mijn Huis Mijn Recht

De website met nieuwsbrief 'Nieuw Pierke' is een forum over meer democratie en efficiënter bestuur. De onderwerpen die in Mijn Huis Mijn Recht behandeld werden, worden verder opgevolgd door Nieuw Pierke

 http://www.nieuwpierke.be/forum_voor_democratie/

Op deze website kan u zich gratis inschrijven voor een regelmatige nieuwsbrief, door gewoon uw mailadres op te geven en op 'Inschrijven' te klikken. Uitschrijven kan eenvoudig op dezelfde manier: mailadres ingeven, en klikken op 'Uitschrijven' 

16:48 Gepost door in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

nr 78 - oktober 07

Zwanenzang De laatste keer: voorstellen voor ‘menselijke stedenbouw’ Toen het eerste nummer van deze nieuwsbrief verscheen, juni 2000, was het nieuwe decreet Ruimtelijke Ordening net in voege getreden. Dit decreet van 18 mei 1999 werd op de valreep door de SP-CVP coalitie goedgekeurd op de laatste plenaire bijeenkomst van het Vlaams parlement vóór de verkiezingen van juni 1999. Een grote berg dioxinekippen gooide toen het politieke landschap door elkaar, en er kwam een paars-groene meerderheid tot stand. Die sleutelde nog grondig tot 26 april 2000 aan het decreet, om het dan op 1 mei 2000 in voege te laten treden. Het vergde enige studie om de draagwijdte van de nieuwe wijzigingen te bevatten. Volgens het oorspronkelijke decreet was bijvoorbeeld geen enkele vergunning nodig voor "werken die het gebruik van het gebouw voor de toekomst ongewijzigd veilig stellen door het bijwerken, herstellen of vervangen van geërodeerde of versleten materialen of onderdelen." Een ondubbelzinnige wettekst die toeliet alles te doen om zijn huis in goede staat te houden. Met de wijziging van 26 april 2000 voerde de paars-groene regering een uitdoofbeleid in voor zonevreemde gebouwen:1. werken die betrekking hadden op de constructieve elementen van een gebouw, zoals vervangen van dragende balken van het dak of het optrekken van muren met de oude stenen golden niet meer als vergunningsvrije instandhoudings- of onderhoudswerken. Ze werden vergunningsplichtig. Dergelijke werken uitvoeren aan zonevreemde gebouwen werd verboden en wie het wel deed pleegde een eeuwigdurend bouwmisdrijf. Hiermee werd op termijn het doodsvonnis van elk zonevreemd gebouw getekend, dat alleen nog vergunningsvrije kleine werken mocht uitvoeren. 2. heropbouw bij heirkracht van een zonevreemde woning mocht alleen in niet-kwetsbare gebieden, mits vergunning. Heropbouw van woningen in kwetsbare gebieden en van alle andere zonevreemde gebouwen (dus niet-woningen) werd verboden in alle gebieden. Zonevreemd?Het begrip ‘zonevreemd’ moesten we in de eerste nummers nog uitgebreid verklaren, en de gevolgen hiervan werden eerst op ongeloof onthaald: “Ik geloof u niet!” “Dat kan toch niet waar zijn!” In enkele maanden tijd was het begrip echter toch gemeengoed geworden, en de kranten stonden er vol van. Toen de gevolgen van deze verregaande Ceausceskaiaanse maatregelen begonnen door te dringen tot de bevolking, stak een storm van protest op door heel Vlaanderen. In talloze gemeenten werden informatieavonden georganiseerd, ook door ‘het sociale middenveld’ waarop telkens honderden mensen hun woede uitten tegenover de aanwezige parlementsleden van de verschillende partijen. De politici probeerden de volkswoede te sussen, en de zonevreemde eigenaars werden ‘basisrechten’ beloofd, die er inderdaad kwamen: in 2001 voor woningen en in 2002 voor bedrijven. Achteraf bleken die ‘basisrechten’ een leugen, want alleen geldig zolang de aflopende planning met gewestplannen en BPA’s van toepassing zijn. Eenmaal RUP’s ingevoerd worden, zijn de basisrechten van geen tel meer. Die RUP’s komen er echter gemeente per gemeente, wijk per wijk, gespreid over vijf tot tien jaar. Dan staat elk er alleen voor om zijn rechten te proberen te verdedigen. Hetzelfde scenario herhaalde zich in 2003, toen Karel De Gucht, toen voorzitter van de VLD, in de aanloop van de Nationale parlementsverkiezingen, eiste dat de verjaring van bouwmisdrijven werd ingevoerd. Ze kwam er, net na de verkiezingen. Het massaal verzet was door de verschillende beloften van de regering geluwd; naar aloude gewoonte dacht de Vlaming “dat het wel niet zo erg zou worden als het voorgesteld werd”. De CVP, toen in de oppositie, eiste o.a. in 2003 ook verjaring van gebouwen in stedenbouwkundige kwetsbare gebieden. Dat heette toen: “Dat zelfs onschuldige kopers of erfgenamen ook soms na tientallen jaren tot afbraak kunnen verplicht worden, gaat in tegen het algemeen rechtsgevoel, en tegen beginselen, vervat in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM).” Toen CD&V in 2004 terug in de Vlaamse regering opgenomen werd, slikte ze die eis in. (Zie de gevolgen: het verhaal van 't Doornhammeken op blz. 6). Ook de belofte van een verjaring na vijf jaar bleek een leugen. Vandaag stuurt de stedenbouwkundige inspectie nog honderden deurwaardersexploten om afbraak te eisen, zonder te wachten op een voorafgaande toelating van de Hoge Raad voor Herstelbeleid. Kopers worden onder druk gezet om verjaarde overtredingen van de verkoper nog uit te voeren. Van het beloofde ‘uitdovend’ woonrecht voor ouderen die – bij gebrek aan een andere oplossing door hun schamel pensioen – permanent een weekeindverblijf bewonen is er nog steeds niets in huis gekomen. Ook daar blijven deurwaarders actief. Platform BuitengebiedEven was er de hoop dat in 2001-2002 een sterke drukkingsgroep van eigenaars zou ontstaan, niet van eigenaars die voornamelijk woningen en appartementen verhuren (zoals het Algemeen Eigenaars Syndicaat), maar van eigenaars die in hun enige woning wonen, en opkomen voor hun rechten. Sponsors steunden dit blad, de Vereniging Ruimte voor Mensen kreeg vorm en groeide, het aantal abonnementen op MHMR steeg. Helaas is daar vandaag niet veel van overgebleven. Alleen de verenigingen die vooral opkomen voor het ‘gebruik’ van het buitengebied hebben stand gehouden: het Nationaal Komitee Weekendverbijven en het Platform Buitengebied van ‘natuurgebruikers en natuurrecreanten’ dat zegt ruim 350.000 leden of 600.000 natuurgebruikers en recreanten te groeperen. Het Platform is een overkoepeling van verenigingen uit de sectoren natuurrecreatie (vissers, jagers, ruiters, honden- en  andere recreatiesporters), natuurgebruik (bosbouw, viskweek, landeigenaars, monumentenbeheerders), waarin tevens landbouwers en plattelandsbewoners via hun organisaties vertegenwoordigd zijn. (Alleen de Bos-, Land-, en Natuureigenaars hebben zich verenigd in de beroepsvereniging ‘Landelijk Vlaanderen’, met 800 leden. Daarnaast bestaan er nog kleine idealistische groepjes als Ruimte voor Mensen, Gewenst Ruimtelijk Vlaanderen en Gebouwen en Recreatieve Verblijven.) Geen ‘Eigen Huis’Blijkbaar organiseert de Vlaming zich alleen massaal en permanent als er getornd wordt aan zijn recht op jagen, vissen, hondensport, ruiterij, kleiduifschieten, enz., maar niet als de overheid zijn meestal enige zekerheid, zijn eigen woning, door allerhande maatregelen in gevaar brengt. Ter vergelijking: de Nederlandse vereniging Eigen Huis heeft rond de 670.000 leden en 200 medewerkers om de belangen van eigenaars van de eigen woning te verdedigen, terwijl er geen land is waar het aandeel sociale huurwoningen zo groot is. Hier daalde het aantal betalende lezers van MHMR jaar na jaar. Slechts één sponsor, tevens de initatiefnemer van dit blad, bleef de ‘nieuwsbrief voor een menselijke stedenbouw’ zeven jaar trouw, met een erg substantiële bijdrage. Hij stopt echter zijn sponsoring met dit nummer.  Meer dan een dozijn decreetswijzigingen moesten in de loop van de laatste zeven jaar de ergste ingrepen in het eigendomsrecht van woningeigenaars verzachten. Toch is er nog veel te doen om tot een correcte regelgeving te komen. Als afscheid staat in dit nummer nog een resem punten die nog moeten gerealiseerd worden om daadwerkelijk een ‘menselijke stedenbouw’ te realiseren. Binnenkort moet de al lang aangekondigde ‘grote herziening’ van het decreet Ruimtelijke Ordening eindelijk bekend gemaakt wordt. Dit document wordt nu al enkele jaren voorbereid in ‘interkabinettenwerkgroepen’. Als de parlementsleden daadwerkelijk willen bewijzen dat ze ‘vertegenwoordigers van het volk’ zijn, hopen we dat ze onze lijst naast het ontwerp zullen leggen, en afpunten of al deze zaken in het ontwerp staan. Indien niet, moeten ze de moed hebben die achterkamertekst te ammenderen. Dan is ons werk om de woningeigenaars te verdedigen en te beschermen verder vruchtbaar, en doen de parlementsleden dat waarvoor ze verkozen worden. AfscheidDeze nieuwsbrief zit er op. In 78 nummers, goed voor 624 bladzijden, hebben we zeven jaar de actualiteit in de ruimtelijke ordening gevolgd, verslag gebracht over de wijzigingen, kritische bedenkingen geformuleerd, voorstellen voor verbetering gedaan. Meermaals hebben we onze standpunten in kranten kunnen verdedigen in een opiniestuk, in de Zevende Dag, P-Magazine vroeg ons vorig jaar nog om hulp en gaf ons een stem bij een reeks over ruimtelijke ordening. Wat heeft het opgeleverd? In elk geval zou het nog erger geweest zijn zonder onze maandelijkse aanklacht. We laten echter de zone-eigen en zone-vreemde eigenaars niet in de steek. Het thema ‘ruimtelijke ordening’ krijgt een vaste stek op de website en nieuwsbrief Nieuw Pierke die zopas actief is geworden.   Philippe Van den Abeele

16:41 Gepost door in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

20-09-07

nr 77 september 07

Amateurisme Het Vlaams parlement maakt barslechte decreten  Dat een hele reeks decreten of wetten die niets met elkaar te maken hebben samengevoegd worden in een ‘verzamelbak’ naar aanleiding van een decreet/wet i.v.m. de aanpassing van de begroting, en door het parlement gejaagd worden is geen recent fenomeen. De eerste Vlaamse Raad na de verkiezingen in 1995 deed dit al. De Vlaamse gewestelijke heffing ter bestrijding van leegstand en verkrotting van woningen werd zo in 1996 ingevoerd via het ‘decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 1996’, dat 18 heel diverse hoofdstukken omvatte zoals Landbouw, Toerisme, Onderwijs, Leefmilieu, Gezondheid, Stedelijk beleid, Huisvesting, Openbare werken, Grond- en pandenbeleid, enz. (Stuk 147 (1995-1996) - Nr. 1-26)Voor een dergelijk decreet van 35 bladzijden met 83 artikels, kreeg de Raad van State een termijn van ‘ten hoogste drie (!!) dagen’ om zijn advies te geven. Tijdens de bespreking meende (wijlen) Ward Beysen (VLD, toen in de oppositie) dat deze heffing invoeren langs het programmadecreet een miskennen betekende van het Vlaamse Parlement: “Een dergelijke materie grijpt zeer sterk in op het leven van vele mensen. Het is teleurstellend dat aan een dergelijke belangrijke aangelegenheid geen volwaardig debat kan worden besteed. Bij de start van een autonoom Vlaams Parlement is dit bijzonder betreurenswaardig. Bij het toepassen van de voorgestelde heffing zullen zoveel gebreken worden vastgesteld dat zeer snel wijzigingen nodig zullen zijn om het gestelde doel te bereiken.”  De meerderheid van CVP en SP had daar ‘uiteraard’ geen oren naar, en keurde de tekst goed. In de feiten kreeg Ward Beysen nadien meer dan ruimschoots gelijk. Het Heffingsbesluit (B.S. 1 mei 1996) werd ondertussen negen keer gewijzigd. Vanaf de invoering tot eind 2001 werd bij zes van de tien aanslagbiljetten een bezwaarschrift ingediend, waarbij de klager in meer dan de helft van de keren gelijk kreeg. De bezwaren hoopten zich zo op dat de administratie verzoop in de papieren, en kon het Vlaams parlement niets anders doen dan (net voor de verkiezingen in 2004..) de heffing terugwerkend tweeenhalf jaar op te schorten. Er kwamen nieuwe voorwaarden, en de teller werd opnieuw ‘op nul gezet’ om de administratie de tijd te geven orde op zaken te stellen. Nu blijkt deze nieuwe regeling alweer op een ramp af te stevenen. Van de in 2006 afgehandelde bezwaren op ongeschiktheid moesten er bijna 90% ingewilligd worden. Tegen eind van dit jaar moeten een tienduizendtal heffingen op leegstand de deur uit, en naar ons de administratie bevestigt, verwacht ze een ongeveer even grote lawine aan (meestal terechte) bezwaren.  Het is duidelijk dat het Vlaams parlement ondermaats werk levert. Allerhande maatregelen met goede bedoelingen, zoals de RIA (Reguleringsimpact analyse) maken het verschil niet. Adviezen van SERV, MiNa-Raad en Raad van State worden regelmatig omzeild door regeringsteksten door parlementleden te laten indienen, de RIA wordt minimaal ingevuld, met meestal verkeerde cijfers die de zaken rooskleuriger voorstellen dan ze zijn. Zoals we eerder herhaaldelijk aanklaagden is dit parlement zelfs niet in staat foutieve decreten na verschillende jaren te corrigeren. Denk aan de ‘verjaring’ van bouwmisdrijven uit 2003, waar vandaag nog tientallen jaren later vervolgd kan worden. Het beloofde uitdovend woonrecht voor vaste bewoners van weekeindverblijven is er nog steeds niet, en de ‘basisrechten voor zonevreemden’ bleken achteraf een dode mus. Het wordt tijd dat dit parlement zijn manier van werken aan een grondige evaluatie onderwerpt. Maar dan ook een grondige, wellicht liefst met de hulp van een internationaal consultingbureau, gespecialiseerd in efficiënt overheidsbestuur.

19:03 Gepost door in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

18-06-07

nr 76 juni/juli '07

Goed bestuur?

 

Komt er eindelijk een grondige opknapbeurt aan het decreet RO?

 

“We hebben in dit huis een traditie om veel vragen te krijgen en lang te praten over zaken waarvoor we niet bevoegd zijn. Alles wat de huurwetgeving betreft, is een zaak van de federale overheid. De huurwetgeving gaat uit van de federale regering en werd besproken en goedgekeurd in het federale parlement”. Dat was het antwoord van minister Keulen tijdens de plenaire zitting van 23 mei 07 van het Vlaams parlement op een ‘Actuele vraag’ van Jan Penris (VB) over de onduidelijkheid inzake de controle op de naleving van de nieuwe huurwet door de gemeenten.

 

Dit zelfde huis heeft ook een traditie om over de zaken waarvoor het wel bevoegd is lang niet te praten. Na de behandeling van de beleidsbrief ‘Ruimtelijke Ordening / Onroerend Erfgoed - Beleidsprioriteiten 2006-2007’ eind vorig jaar, de bespreking van de begroting voor 2007 en van het verslag van de Vlaamse ombudsman viel het werk in de Commissie voor Leefmilieu en Natuur, Landbouw, Visserij en Plattelandsbeleid en Ruimtelijke Ordening en Onroerend Erfgoed rond het thema ruimtelijke ordening volledig stil. Men kon er wel nog enkele ‘Vragen om uitleg’ beluisteren over bijvoorbeeld het ontbreken van dierenbegraafplaatsen, over stortplaatsen voor afbraakmaterialen van wegen- en veegwerken aan de snel- en gewestwegen, over het opvullen van beekvalleien met grondoverschot en over de bestemmingswijzigingen van gedesaffecteerde militaire domeinen in de Kempen. Van het corrigeren van het vele knoeiwerk in het decreet RO is er nog steeds geen spoor. De adviezen van de Hoge Raad voor Herstelbeleid liggen ook te beschimmelen in deze commissie. We schreven eerder al (MHMR nr. 71) dat het bekend is dat Groen! tegen een reeks verbeteringen is, eerder de kwetsbare gebieden wil uitbreiden, niet warm is voor verjaring, enz., en SP.a sterk in deze richting meeging om groene kiezers aan te trekken. Tot aan de federale verkiezingen werd het zo onmogelijk binnen de huidige coalitie tot een akkoord te komen.

 

Op 26 april stelde Jan Peumans (NV-A) in diezelfde commissie een Vraag om uitleg aan ministers Peeters en Van Mechelen over hoever het nu stond met de afstemming van de milieu- en stedenbouwkundige vergunning (Handelingen 2006-2007, C176 – LEE24). Deze regering is afgestapt van de samenvoeging tot één vergunning, maar er zou een ‘uniek loket’ in de gemeenten worden opgericht, waar men beide aanvragen samen kan indienen (MHMR nr. 65). Van Mechelen:Het is de bedoeling om een decretale machtiging in te schrijven voor diegenen die opteren voor het indienen van een gezamenlijke milieu- en stedenbouwkundige aanvraag. Deze machtiging moet de Vlaamse Regering toelaten om bij besluit in de gemeenten het unieke loket te organiseren. Maar ook zullen regels rond het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek, het openbaar onderzoek en de beslissingstermijnen decretaal op elkaar worden afgestemd.” Naar aanleiding van deze vraag verklaarde minister Van Mechelen nog: “Zoals u weet, werken we rond een brede wijziging van het decreet ruimtelijke ordening. Tussen de krokus- en de paasvakantie vonden daarover vijf uitgebreide vergaderingen plaats, waaronder enkele met participatie van parlementsleden.” Jan Peumans repliceerde hierop met: “Als ik het goed begrepen heb, zal dit na het zomerreces ingediend worden in het parlement?”, waarop minister Van Mechelen besloot met: “Exact”. Ondanks het nalopen van Groen! heeft de SP.a op 10 juni een verkiezingsnederlaag niet kunnen verhinderen. Het is te hopen dat ze binnen de Vlaamse regering nu haar verzet tegen grondige verbeteringen van het decreet RO staakt, en er na het zomerreces eindelijk werk van wordt gemaakt.

12:36 Gepost door in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

24-04-07

nr 75 mei '07

Afbraakobsessie

 

De bouwinspecteur wil eeuwig afbraak vorderen

 

De gemachtigde ambtenaar (of zijn opvolger, de stedenbouwkundige inspecteur) mag aan de strafrechter nog een vonnis tot afbraak vragen nadat een bouwmisdrijf al lang is verjaard, voor zover de vordering werd ingesteld voor het misdrijf verjaarde. Hij kan ook via een burgerlijke rechtbank de afbraak vorderen, binnen de vijf jaar nadat hij van de overtreding weet, en dit tot 20 jaar na de optrek van het onwettig bouwwerk. De beloofde verjaring na vijf jaar is dus een leugen. Bovendien geldt ze nog steeds niet in zogenaamd ‘kwetsbare gebieden’. De afbraakhonger van de inspectie is hiermee echter nog niet gestild. We vernemen dat hij nu ook, wanneer na dertig jaar zijn mogelijkheid tot ambtshalve afbraak is verjaard, daarna toch nog probeert de afbraak te bekomen, met een nieuw gevonden ‘titel’. Dat gaat zo in zijn werk:

 

Notarissen chanteren

Het decreet RO voorziet een aantal ‘informatieplichten’ voor de notaris. Zo moet de notaris in (bijna) alle onderhandse en authentieke akten van verkoop of van verhuring voor meer dan negen jaar van een onroerend goed, van een inbreng van een onroerend goed in een vennootschap, van vestiging van erfpacht of opstal en in elke andere akte van een eigendomsoverdracht ten bezwarende titel vermelden:

1° of er voor het onroerend goed een stedenbouwkundige vergunning is uitgereikt;… (enz..)

Iets verder in dit artikel 137 DRO staat: “Indien op het onroerend goed, ten gevolge van een definitieve rechterlijke beslissing, een verplichting rust om herstelmaatregelen uit te voeren, zoals bedoeld in de artikelen 149 tot en met 151, dan wordt dit in een afzonderlijke akte vermeld. In deze akte wordt tevens vermeld dat de nieuwe eigenaar de verbintenis aangaat om de opgelegde herstelmaatregel uit te voeren, onverminderd de verplichting van de oorspronkelijke eigenaar. De instrumenterende ambtenaar stuurt een afschrift van die akte aan de stedenbouwkundige inspecteur.” Die informatieplichten van de notaris zouden volgens art. 199 §2 pas moeten gerespecteerd worden ten vroegste 31 dagen nadat in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd is dat de gemeente, waar het onroerend goed gelegen is, beschikt over een goedgekeurd plannenregister en vergunningenregister. Omdat deze registers maar niet klaar kwamen (vandaag zelfs beschikken nog maar 22 gemeenten hierover), werd bij een van de vele decreetswijzigingen einde 2003 aan art 199 §2 toegevoegd dat een aantal van de informatieverplichtingen ook zonder die registers in alle gemeenten moeten toegepast worden. Deze verplichtingen gingen in op 8 februari 2004, onder meer deze dat de notaris in een afzonderlijke akte moet vermelden dat de nieuwe eigenaar de verbintenis aangaat om een opgelegde herstelmaatregel uit te voeren. Met kopie van die akte aan de stedenbouwkundige inspecteur. Voor een oud vonnis kan de notaris geneigd zijn in die afzonderlijke akte te vermelden: “voorzover voormeld vonnis nog vatbaar is voor gedwongen uitvoering (dertigjarige verjaring)”. Daarop kan hij prompt een brief van de inspecteur verwachten waarin deze meldt dat art. 137 §1 4de lid DRO niet in een dergelijk voorbehoud voorziet. Hij schrijft: “Integendeel, conform de tekst van de wet dient de koper de plicht tot herstel aan te gaan, ‘onverminderd de verplichting van de oorspronkelijke eigenaar’. (Gebeurlijke) verjaring van de actio judicati t.a.v. een welbepaalde veroordeelde stelt immers geen einde aan de illegale situatie, zodat de noodzaak tot het uitvoeren van het bevolen herstel (en het recht van de samenleving op dit herstel) onverkort blijven voortbestaan. Ook in hoofde van de veroordeelde blijft de plicht tot herstel na verjaring van de actio judicati overigens bestaan, zij het in de vorm van een natuurlijke verbintenis, te onderscheiden van de plicht tot herstel die de koper bij zijn aankoop formeel op zich neemt.” Enig voorbehoud over een mogelijke verjaring mag volgens de inspecteur niet opgenomen worden in deze afzonderlijke akte. Een akte met voorbehoud kan de inspecteur niet als een volwaardige akte aanvaarden, en hij eist dan ook dat de notaris een nieuwe akte verlijdt, zonder een dergelijke toevoeging. Als dit niet gebeurt dreigt hij ermee een misdrijf vast te stellen in hoofde van de notaris en een PV op te stellen. Hij beschouwt de toevoeging als een inbreuk op de informatieplicht, die volgens art. 146 DRO kan gesanctioneerd worden met een gevangenisstraf van 8 dagen tot 5 jaar en/of met een geldboete van 26 euro tot 400.000 euro (te vermenigvuldigen met de factor 5 – ‘opdeciemen’- voor de momenteel toe te passen boete; of een maximumboete van 2 miljoen euro). De inspecteur zorgt er dus voor dat de notaris er zich voor hoedt enige verwijzing naar een mogelijke verjaring op te nemen in de afzonderlijke akte.

 

De koper afdreigen

Op basis van de verbintenis die de koper in de afzonderlijke akte op zich heeft genomen, schrijft de inspecteur dan de koper (huurder, erfpachter,..) aan om hem aan te manen het oude vonnis uit te voeren, omdat “binnen afzienbare tijd hem het vonnis samen met de notariële akte zal betekend worden.” Verder: “Het voorschrift van art. 137 dat de nieuwe eigenaar, huurder, erfpachter of opstalhouder verplicht tot het aangaan van bedoelde verbintenis, raakt de openbare orde en kan bijgevolg niet gemoduleerd worden naar de wens van de contractant(en). Eventuele clausules die voorbehoud maken ingeval van verjaring van het vonnis in hoofde van de veroordeelde(n) zijn dan ook volstrekt nietig, en blijven zonder uitwerking.” Vermoedelijk slaagt de inspecteur er zo in dat mensen vandaag, dertig of veertig jaar na het niet-uitvoeren van een vonnis door de vorige eigenaar, uit schrik voor een proces, alsnog zelf tot afbraak overgaan, alhoewel het recht tot ambtshalve uitvoering van het vonnis verjaard is.

 

Een concreet geval

Een koppel verkoopt zijn huis in 2006, waarvoor het in 1964 werd veroordeeld voor een bouwmisdrijf. Ze weten niet meer juist wat de veroordeling inhield. Het vonnis werd nooit betekend. De notaris is nu verplicht in een afzonderlijke akte melding te maken van de veroordeling, zonder enige verwijzing naar een verjaring, waarbij de koper de verbintenis aangaat het vonnis uit te voeren. Wat die verplichting juist inhoudt, kan de notaris niet achterhalen. De gemeente heeft geen afschrift meer van het vonnis, en het Rijksarchief meldt dat het vonnis ergens onder krimpfolie op een pallet staat voor verhuis en het nog lang kan duren voor de archieven terug consulteerbaar zijn. De inspecteur schrijft een paar maanden later een brief naar de kopers om ze aan te manen tot afbraak over te gaan. Hij diept een nagenoeg onleesbare kopie van het vonnis op, waaruit moet blijken dat het zou gaan om de afbraak van een verdieping die zonder vergunning werd bijgebouwd. De kopers nemen een advocaat onder de arm die naar Stedenbouw schrijft dat de actio judicati (de mogelijkheid van de gemachtigde ambtenaar om het vonnis van 1964 uit te voeren als de veroordeelde niet zelf de bevolen herstelmaatregel uitvoert), een persoonlijke rechtsvordering is, en de herstelmaatregel inzake stedenbouw een veroordeling is van burgerlijke aard. Die verjaart overeenkomstig het oud artikel 1162 B.W. na 30 jaar vanaf het vonnis. Het recht van de gemachtigde ambtenaar om in de plaats van de veroordeelden het herstel door te voeren verjaarde in het concrete geval dus al in 1994. De advocaat voegt er nog aan toe: “Het is trouwens een algemeen principe van rechtszekerheid dat zelfs de wetgever niet kan tornen aan een definitief vonnis waaromtrent in casu zelfs de mogelijkheid tot tenuitvoerlegging verjaard is.” Bovendien, merkt hij nog op, zijn er ondertussen in de straat diverse andere gebouwen met hogere bouwlagen vergund.

Het antwoord van Stedenbouw is hallucinant: “Het is juist dat het vonnis verjaard is. Echter, door een overdracht in 2006 herleeft de verbintenis in hoofde van de verkrijger... In de akte in 2006 is ondubbelzinnig sprake van een ‘verbintenis’. De notariële akte is een uitvoerbare titel, die kan betekend worden.” Eerst wordt dus de notaris verplicht een akte op te stellen zonder verwijzing naar een verjaring, en dan gebruikt de inspecteur die akte als een nieuwe titel om de afbraak te eisen.

 

Hoge Raad?

De Hoge Raad voor het Herstelbeleid is niet bevoegd om in dergelijke zaken tussen te komen en dergelijke schandalige acties te stoppen. De Hoge Raad kan de inspecteur alleen stoppen met een ‘niet-eensluidend advies’, wanneer deze een herstelvordering wil indienen bij een rechter of voor hij tot ambtshalve uitvoering overgaat. Reeds in juni 2006 zegde de voorzitter van commissie RO “dat er nood is aan het stopzetten van de functie van stedenbouwkundige inspecteur, en er op zeer korte tijd een andere instantie moet komen die op een objectieve en rechtszekere manier deze functie overneemt. Zoals nu kan het in ieder geval niet verder.” (Zie MHMR nr. 69). Wat is er ondertussen gebeurd? NIETS. Het Vlaams parlement maakt zo’n slechte decreten dat de burgers overgeleverd zijn aan de afbraakobsessie van de inspectie. De parlementsleden (‘volks-vertegenwoordigers’..) zijn hiervoor verantwoordelijk, maar blijkbaar kan hen dat geen barst schelen. 

20:15 Gepost door in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

26-03-07

nr 74 april '07

Meer zinloos geweld

 

Twee jaar geleden beloofde Van Mechelen uitdovend woonrecht

 

Voor permanent bewoonde weekeindverblijven beloofde minister Van Mechelen in zijn Beleidsbrief 2005-2006 een uitdovend woonrecht: “Dit uitdovend woonrecht geeft degenen die reeds enige tijd een weekendverblijf permanent bewonen de gelegenheid om de constructie nog gedurende een overeen te komen periode te blijven bewonen. Zolang het uitdovingsplan loopt, heeft de begunstigde het ongestoorde genot over zijn constructie.” In het Vlaams parlement verklaarde Van Mechelen nog op 7 juli 2005: “Een aantal solitaire weekendhuisjes, al dan niet in bouwovertreding gebouwd, staat in kwetsbaar gebied. Het is overduidelijk dat zij op termijn moeten verdwijnen. Daarvoor is in het regeerakkoord opgenomen dat er eenzelfde kader als voor de campings zou gecreëerd worden, waarbij een uitdovend woonrecht zal ingeschreven worden.” We krijgen bijna twee jaar later volgende brief uit Tessenderlo, gedateerd op 10 maart 2007:

 

Met dit schrijven wil ik U op de hoogte brengen van wat men met een bouwovertreding allemaal doet. Destijds in 1991: PV opgesteld. Op 15 december 1992 gevonnist voor alles wat de 60m2 overschrijdt, tuinhuis afbreken, het gebouw moet 7,5 m van de perceelsgrens ingeplant zijn, wonen mag niet omdat het weekeindverblijf is, met een dwangsom van 5.000 BEF per dag. In 2005 hebben ze al de inboedel openbaar verkocht (*) omdat ik niet afbreek en de dwangsom niet kan betalen, die nu reeds is opgelopen tot 8,5 miljoen frank. Nu gaat men mijn eigendom openbaar verkopen. Dit is onze enige eigendom en woonst. Ons weekeindhuisje is ingeplant op 5 m van de perceelsgrens, zodus zou ik alles moeten afbreken. Ik zou de chalet doormidden moeten doen om op 7,5 m te komen, dus er schiet niets meer over. Opschuiven kan ik niet; mijn vrouw is 80 jaar en ik 78. Ons willen ze gewoon op straat zetten en onze eigendom afpakken en verkopen. Dit is de laatste uitspraak van de beslagrechter op 27 februari 2007. We zijn al 15 jaar aan het procederen, dan kunt u wel weten dat onze spaarcentjes op zijn. Wij zijn meer gestraft dan een moordenaar; die krijgt 30 jaar en na 10 jaar is hij vrij. Wij zijn gestraft voor ons leven. Wij leven nog erger dan destijds bij Ceauscescu of de kommunisten in Rusland. Dat zijn onze politiekers die de wetten maken en die ons kapot gemaakt hebben. Onze heren politiekers hebben geen medelijden. Wij hebben alles ondernomen om een uitdovend woonrecht te krijgen. Alles is ons geweigerd, aan twee bejaarde mensen die van hun 14 jaar hebben moeten werken en belastingen betaald hebben als loontrekkenden, en nu pakken die alles af. Wij hebben samen besloten dat ze ons hier buiten zullen halen tussen 4 planken, dat is nog beter dan onze laatste levensjaren in armoede te moeten doorbrengen. Een beetje menselijkheid van de overheid, dat waren zeker geen ondeugden.

 

De Vlaamse regelgeving kan dodelijker zijn dan roken. Als minister Van Mechelen zijn inspecteur niet kan dwingen de uitdrijving met een deurwaarder plus politie en de verkoop af te blazen, moeten de leden van de commissie RO van het Vlaams parlement nu samenleggen om het weekeindhuisje te kopen en een ‘uitdovend woonrecht’ verlenen aan het oude paar. Als parlementsleden er niet in slagen een beloofde menselijke regeling decretaal te stemmen, moeten ze de gevolgen uit hun eigen zak betalen. Minder doen zou een schande zijn, ook in andere gelijkaardige gevallen.

 

 

(*) Zie ook MHMR nr. 60 en nr. 63. We hebben toen over de inbeslagname van de inboedel van het echtpaar bericht. De inboedel werd toen aangekocht door de leden van de vereniging ‘Gewenst Ruimtelijk Vlaanderen’ en hen in bruikleen gegeven.

16:49 Gepost door in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

27-02-07

nr 73 maart '07

 

Pitbulls

 

Overheid gebruikt steeds meer zinloos geweld tegen burgers

 

Er is nu geen vergunning meer nodig voor een klein zwembad in de tuin. Er is wel een controleur bijgekomen voor de veiligheid op een bouwwerf, een voor de energieprestatie van gebouwen, een voor oudere elektriciteits- en stookinstallaties. De burger wordt steeds meer gecontroleerd. Ook het onevenwicht tussen de macht en het geweld van de overheid en de rechten van de burger wordt steeds groter. De overheid is planschade verschuldigd als door een planwijziging er gister wel en morgen niet meer mag gebouwd worden. Ze weet u dan niet te vinden om u persoonlijk op de hoogte te brengen. Planschade wordt slechts (beperkt) vergoed wanneer men binnen de vijf jaar na de planwijziging zelf een proces inspant. De rechtbank bepaalt het bedrag. Wanneer het systeem van planbaten in voege zal treden, zal bij een planwijziging waarbij men gister niet en morgen wel mag bouwen, de overheid u wel weten te vinden en krijgt u automatisch een faktuur in de bus. Bij onteigeningen is de ‘spoedprocedure’ de gangbare. Nadat een vrederechter een voorlopige vergoedingen heeft toegekend zet de overheid u buiten. Daarna vraagt ze vrij systematisch een herziening aan. In de praktijk kan zo een procedure 30 jaar duren en eindigen met een grotere terugbetaling dan hetgeen initiëel is toegekend. Zinloos geweld.

 

Hoofdaannemers moeten nu hun onder- en onderonderaannemers controleren op de naleving van de sociale wetgeving. “Alhoewel er op zich niets illegaals gebeurd was,” verklaarden twee VLD-senatoren, bliezen ze midden februari toch hoog van de toren dat een zogenaamde Scientology-dochter informaticalessen gaf in het Vlaams parlement. “De firma haalde de opdracht in onderaanneming binnen, waardoor wij dit niet konden controleren,” zegt de parlementsvoorzitter. (De reputatie van het bedrijf is zinloos beschadigd door de profileringsdrang van twee senatoren, en de zaakvoerder kan alleen proberen de schade te beperken door in de kranten een lezersbrief te publiceren dat zijn bedrijf geen dochterbedrijf is van de Scientologykerk.) De fiscus kan nu een onderneming sluiten als ze drie keer de voorheffing of de BTW niet betaalt, voor een periode die hij zelf bepaalt. Er hoeft geen sprake te zijn van fraude. Men kan hiertegen wel binnen de twee maand protesteren bij een rechter. Wie enige ervaring heeft met het gerecht weet dat er veel kans bestaat dat de rechter ‘blind’ de vordering van de overheid volgt. Zinloos geweld.

 

Een zeldzame keer gaat een parlementslid in tegen de stroom en klaagt hij zinloos geweld van de overheid aan. Johan Sauwens interpelleerde de minister van ruimtelijke ordening recent over “het algemeen, structureel probleem in heel Vlaanderen wat de werking van onze provinciale diensten Ruimtelijke Ordening betreft.” (Zie blz. 3 en 7). “Ook heel veel gewone mensen worden geconfronteerd met de onneembare muur van bureaucratie die Vlaanderen heeft opgetrokken, met drama’s als gevolg.” Ondertussen slaagt het Vlaams parlement er na vier jaar nog steeds niet in om zijn kaduc verjaringsdecreet uit 2003 te repareren en kan er nog steeds afbraak gevorderd worden, ook al is het misdrijf strafrechterlijk verjaard. Zinloos geweld. Hierover zegde de commissievoorzitter Lachaert al op 3 februari 2005 dat dit ‘qua perceptie en rechtszekerheid nihil is’. De Vlaamse overheid beweert dat bijkomende lasten door lastenvermindering ruim worden gecompenseerd.  De dienst Wetsmatiging publiceert elk trimester een zegebulletin over de gerealiseerde besparingen, maar die zit vol verkeerde en opgepepte cijfers, in klare taal: leugens. (Zie blz. 4-5). ‘Behoorlijke bestuur’ is veraf, zinloos overheidsgeweld ons dagelijks lot.

 

16:02 Gepost door in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

30-01-07

nr 72 jan-febr '07

‘Not amused’

 

Decreetswijziging RO pas in 2008?

 

Naar aanleiding van de aanhouding van een medewerker van het kabinet van de minister van ruimtelijke ordening stelde de oppositie een ‘actuele vraag’ aan de minister in de plenaire zitting van het Vlaams parlement (zie blz. 3). Er was hierbij ook even terloops sprake van het optreden van de stedenbouwkundige inspectie, waarbij Van Mechelen zich liet ontvallen: Ik verheel niet dat ik en veel leden van dit Vlaams Parlement zich sinds 1999 ‘not amused’ voelen met de handelwijze in bepaalde dossiers van de stedenbouwkundige inspectie. Veel heeft deze meerderheid er echter niet aan gedaan om zich wel ‘amused’ te voelen.

 

Joke Schauvliege tijdens de bespreking in november van de Beleidsbrief Ruimtelijke Ordening 2006-2007 in de commissie: De voltallige CD&V-fractie wordt een beetje ongeduldig en hoopt dat in bepaalde dossiers in 2007 vooruitgang wordt geboekt. In een artikel op een volle bladzijde in De Standaard van 6 maart 2006 kondigde Joke Schauvliege (CD&V) aan dat ze een decreetvoorstel klaar had waarin de burgerlijke verjaring samenvalt met de strafrechtelijke. Ze was het wachten op een voorstel van de minister moe. Dat voorstel is er nog steeds niet, en ze zegde hierover ook niets concreets tijdens de bespreking van de beleidsbrief 2006-2007. In de Standaard van 27 december 2006, een maand later, kan men dan weer in een artikel over de ‘kangoeroewoning’ lezen: Minister Van Mechelen staat positief tegenover kangoeroewonen. Omdat zijn decreetswijziging naar de zin van Veerle Heeren en Joke Schauvliege (CD&V) te lang uitblijft, dienen ze een eigen voorstel in. Dit voorstel werd wel ingediend in het Vlaams parlement. (Nr. 1046 (2006-2007) 1: wijziging van art. 99 van het decreet van 18 mei 1999 i.v.m. de ruimtelijke ordening, teneinde zorgwonen mogelijk te maken)

 

Van Mechelen in de commissie i.v.m. zijn beleidsbrief: “Wat het langverwachte nieuwe decreet ruimtelijke ordening betreft, stelt de minister dat de tekst klaar was in november 2005. De tekst is het voorwerp van een moeilijke politieke discussie. Dit is niet abnormaal vermits de tekst een integrale bijsturing is van het plannings-, vergunningen- en handhavingsbeleid. Het luik vergunningen bevat vele aspecten die in het Vlaamse regeerakkoord zijn opgenomen: bijvoorbeeld rond de weekendverblijven en het uitdovend woonrecht. Maar er blijven nog enkele politieke discussiepunten over kwetsbare gebieden en landschappelijk waardevol agrarisch gebied waar nog knopen moeten worden doorgehakt. De knelpunten werden nu opgelijst en zullen voorgelegd worden aan het kernkabinet zodat de teksten kunnen gefinaliseerd worden. Gelet op het ongeduld rekent hij op de verantwoordelijkheid van de ministers van de verschillende partijen, zoniet zal het ontwerpdecreet formeel worden ingediend bij de Vlaamse Regering. Daarna wordt de tekst overgemaakt aan de Raad van State die vermoedelijk meer tijd nodig zal hebben dan de gebruikelijke dertig dagen. Vandaar dat er eerder sprake is van 2008 als indieningsmoment in het Vlaams Parlement.”

 

Hebben de verslaggevers Joke Schauvliege en Bart Martens een tipfout overzien in de laatste zin hiervoor? Een antwoord op onze vraag hierover aan Joke Schauvliege bleef zonder antwoord. Uit de context van het antwoord van de minister, en het feit dat Schauvliege niet reageert, vrezen we van niet, en moet men dus toch eerder met 2008 rekenen. We horen veel bla-bla over ‘rechtszekerheid’ en krijgen politieke ‘reklame’ hierover in de pers, maar in de reële wereld blijft die uit. We are not amused.

 

(Joke Schauvliege is zowat het enig parlementslid van de meerderheid waar men regelmatig iets van hoort inzake ruimtelijke ordening.)

13:36 Gepost door in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

29-11-06

nr 71 nov-dec 06

Winterslaap?

 

Beleidsbrief Van Mechelen met vage ambities

 

Minister Van Mechelen diende einde oktober zijn Beleidsbrief over

Ruimtelijke Ordening en Onroerend Erfgoed in bij het Vlaams parlement, met zijn beleidsprioriteiten en –initiatieven voor 2006-2007. (Stuk 967 (2006-2007) – Nr. 1). Over de reeds eerder voor begin van 2006 aangekondigde decreetswijziging blijft hij zeer vaag. “Een andere grote ambitie voor het komende jaar is het doorvoeren van de eerder aangekondigde decreetswijzigingen op het vlak van planning, vergunningen en handhaving.”

 

“Daarnaast nemen we onder andere nog volgende aspecten op:

- ...

- evalueren van het systeem van planbaten en planschade, alle

aankoopverplichtingen en compensatiemechanismen en waar nodig sociaal bijsturen;

- verschaffen van een rechtszekere en planologische oplossing voor de weekendverblijven (o.a. het uitdovend woonrecht);

- invoering van een enig loket voor gecombineerde aanvragen tot

stedenbouwkundige vergunning en milieuvergunning en het onderling

afstemmen van de procedures....”

 

Er staat ook een kort stukje in over het handhavingsbeleid:

“De rechtshandhaving inzake ruimtelijke ordening is in Vlaanderen nog grotendeels strafrechtelijk georganiseerd. De administratieve rechtshandhaving blijft beperkt tot het uitvaardigen van

stakingsbevelen met de mogelijkheid om te verzegelen en materiaal en materieel in beslag te nemen. Er dient verder onderzocht te worden wat de haalbaarheid en de consequenties zijn als de strafrechtelijke handhaving wordt teruggedrongen ten voordele van de administratieve handhaving (met meer plaats voor bestuursdwang en last onder dwangsom). Pas nadat alle implicaties van deze spoorwisseling in kaart zijn gebracht, inzonderheid wat betreft organisatorische aspecten, de rechterlijke controle, de gevolgen voor hangende geschillen, de samenwerking met de huidige handhavingspartners, de efficiëntie en effectiviteit van de nieuwe handhavingsvormen betreft, kunnen conclusies getrokken worden... In functie van de onderzoeksresultaten zal ik de nodige ontwerpen van decreetteksten laten uitschrijven en indienen bij het Vlaams Parlement.”

 

Besluit: over de inhoud van een grondige en uitgebreide decreetswijziging blijken de partijen van de meerderheid maar niet tot een consensus te komen. Het is bekend dat Groen! de kwetsbare gebieden liever wil uitbreiden, niet warm is voor verjaring, enz. SP.a gaat sterk in deze richting mee om groene kiezers aan te trekken. Met verkiezingen in zicht, zal het dus steeds moeilijker worden voor de huidige coalitie om tot een akkoord te komen. Wellicht zal Van Mechelen de grote decreetswijzigingen, zijn ‘grote ambitie’ voor het komende jaar, pas in de herfst 2007 in het Vlaams parlement kunnen indienen? Vraag is wat die dan concreet omvat. Daarom moet nu onmiddellijk een ‘kleine wijziging’ goedgekeurd worden met zaken als het beloofde uitdovend woonrecht voor weekeindverblijven, verjaring van bouwovertredingen in alle gebieden, gelijke behandeling van alle woningen in het VEN, geen afbraakvorderingen meer na de strafrechtelijke verjaring (*), echte permanente basisrechten voor zonevreemde gebouwen, dus ook als ruimtelijke uitvoeringsplannen de gewestplannen vervangen. De minister kan dromen van meer administratieve i.p.v. strafrechtelijke handhaving, maar eerst kunnen beter de huidige misbruiken van de decreten door de bouwinspectie een halt toegeroepen worden. Of is het Vlaams parlement al aan een winterslaap toe?

 

(*) In een artikel op een volle bladzijde in De Standaard van 6 maart 2006 kondigde Vlaams parlementslid Joke Schauvliege (CD&V) aan dat ze een decreetvoorstel klaar had waarin de burgerlijke verjaring samenvalt met de strafrechtelijke. Ze was het wachten op een voorstel van de minister moe.

18:18 Gepost door in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

04-10-06

nr 70 - okt '06

Atheïsme en stedenbouw

 

Het Jansenisme, het Lutheranisme en het Protestantisme in het algemeen hebben een onvoorstelbare democratiserende werking gehad. Eerst binnen de Kerk, met helaas een scheiding als gevolg en vervolgens binnen de organisatie van de burgerlijke politieke instellingen. Waar Louis XIV en zijn opvolgers nog konden regeren “par la grâce de Dieu” werd ook daaraan een einde gesteld door de Franse Revolutie. Dit belette niet dat de ideeën van de onaantastbaarheid van de centrale uitvoerende macht nog kon verder leven tot aan de invoering van het algemeen enkelvoudig stemrecht (eerst mannelijk) in l920 en (later vrouwelijk) in l947. Op grond van de oude engelse rechtspreuk “the King can do no wrong” bleef de primauteit van de centrale uitvoerende macht nog verder leven tot aan het baanbrekende arrest van het Hof van Cassatie van 5 november l920 (het zogenaamde Flandria-arrest). Bij dat laatste arrest werd uiteindelijk aangenomen dat de rechterlijke macht wel degelijk bevoegd was om de onwettige daden van de overheid, ook op het domein van de echte gezagsuitoefening, te controleren.

 

Er bleef, en er blijft evenwel, nog altijd een restant van de koninklijke prerogatieven ontsnappen aan elke rechterlijke controle nl. de handelingen van de overheid die genomen worden binnen het mijnenveld van de zogenaamde ongebonden macht van het bestuur. Daar kan de rechter zich nog altijd niet begeven omdat men van oordeel is dat deze ongebonden, vrije keuze van de overheid essentiëel is voor de activiteiten van het bestuur. Men moet trouwens nog altijd beroep doen op een wereldvreemde uitdrukking nl. de discretionaire bevoegdheid van de overheid om dit uitgelegd te krijgen. Er werden, onder impuls van de Nederlandse juristen, wel pogingen ondernomen om dit vrije goedvinden verder in te polderen, maar men is tot op heden nog niet verder geraakt dan de controle door de rechter van de “kennelijk onredelijke” bestuursbeslissingen. Hier moet men ook beroep doen op een wereldvreemde uitdrukking om dit op ‘wetenschappelijke’ wijze te verklaren nl. de zogenaamde “marginale toetsing” van het overheidsoptreden. Wanneer het bestuur de grens, de marge, van zijn goedvinden overschrijdt en eigenlijk niet echt als overheid optreedt maar verzeilt in de willekeur of de kennelijk onredelijke beoordeling, dan kan de rechter wel ingrijpen. Het probleem is echter dat dit, benevens de klassieke onwettigheidcontrole, telkens een moeizaam proces veroorzaakt dat men bovendien naar believen en met de nodige inspiratie kan voeren voor de gewone burgerlijke rechter of voor de Raad van State. Dit brengt overbelasting mee van deze instellingen met als gevolg oeverloze en dus dure procedures waarvan het resultaat nooit te voorspellen is.

 

Inmiddels is ook het actiedomein van de overheid geweldig uitgebreid met als gevolg dat de almacht van het bestuur nog steeds toeneemt. Dit is in het bijzonder het geval op het gebied van stedenbouw en ruimtelijke ordening waar oncontroleerbare macht werd gegeven aan niet representatieve organen, eerst door de besluitwet van 2 december 1946 en vervolgens door de stedenbouwwet van 29 maart 1962. Bij deze wetten werd een dictatoriale macht gegeven aan de stedenbouwkundige ambtenaren die weliswaar slechts adviezen geven, maar met bindende kracht !… en mogelijkheid tot hoger beroep etc. Deze macht kan men weliswaar wel inperken door het uitvaardigen van planologische documenten maar ook bij de goedkeuring ervan komt de ‘discretionaire bevoegdheid’ weer om de hoek kijken tot op het niveau van de Minister of de Regering met weer zoveel processen in het verschiet. Ondertussen schrijdt de laïcisering verder : de kruisbeelden verdwijnen (terecht) uit de gerechtszalen; de oproeping van de godheid wordt (terecht) geschrapt uit de eedformule maar “la grâce de Dieu” blijft bestaan in het moderne gouden kalf van de discretionaire appreciatie.

 

Begrijpe wie kan.

 

11 september 2006          

 

Martin Denys

21:16 Gepost door in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

05-09-06

nr 69 - sept '06

 

Afstempelmachine

 

Verdient het Vlaams parlement nog een oorvijg?

 

De instandhouding van onvergunde bouwwerken werd in 1962 als misdrijf ingevoerd op aanvraag van de administratie van Openbare Werken omdat zij te weinig actiemiddelen had om alle bouwmisdrijven tijdig op te sporen. De ondertussen in overvloed beschikbare rechtsmiddelen worden vandaag zo driest aangewend dat er stemmen opgaan in het Vlaams parlement om de functie van stedenbouwkundig inspecteur af te schaffen. Dit naar aanleiding van het nu betekenen van bijna dertig jaar oude afbraakvonnissen. De minister zegt dat de autonomie van de stedenbouwkundige inspecteur volgens hem te ver gaat voor een democratische rechtsstaat. Lees het debat hierover in de volgende bladzijden van dit nummer. “Men zal maar pech hebben om bij een bepaalde rechter terecht te komen,” verklaart de minister, maar ondertussen verandert noch hij noch de decreetgever iets aan de schandalige situatie die zij zelf creëerden. De burger is, volgens de woorden van enkele parlementsleden, overgeleverd aan willekeur, rechtsmisbruik, er gebeuren in de praktijk zaken die niet zo fraai zijn, er wordt zuiver willekeurig beslist of een dwangsom wordt geint of moet worden afgebroken. En toch vertrok het parlement met vakantie, zonder enige bijsturing, al gaan daar volgens Lachaert ‘mensen aan dood’.

 

Bij de aanleg van het Deurganckdok struikelde de Vlaamse overheid over de eigen complexe regels en kostte dit 1,7 miljard frank schadevergoedingen aan de aannemers die werkeloos moesten wachten tot het dossier in orde geraakte. Er werd een ‘nooddecreet’ goedgekeurd, waarmee volgens De Tijd van 10 augustus 2002 het Vlaams Parlement de rechtsstaat geweld heeft aangedaan. Het gewestplan werd een vodje papier, de rechtsbescherming die de burger geniet, werd uitgehold. Het Deurganckdok is synoniem van slordig, onzorgvuldig en onbehoorlijk bestuur. De Standaard van 25 oktober 2001, in een commentaar onder de titel ‘Deurganckdok: oorvijg van 1,7 miljard frank’: Het Vlaams Parlement en de Vlaamse regering moeten, samen met het nooddecreet, meteen een geloofwaardig voorstel goedkeuren dat er op korte termijn voor zorgt dat de regelgeving voor de ruimtelijke ordening drastisch wordt vereenvoudigd. Doen ze dat niet, dan verdienen ze nog een oorvijg. De volgende dag kon men er lezen: Alle democratische partijen van het Vlaams parlement zetten gisteren hun handtekening onder het nooddecreet dat de afwerking van het Deurganckdok vlot moet trekken. Het decreet maakt nieuwe klachten bij de Raad van State tegen de bouw van het dok onmogelijk. Met een ‘we zullen het nooit meer doen’, verzekerden de partijen dat deze ondemocratische manier van werken niet voor herhaling vatbaar is.

 

De regelgeving werd ondertussen alleen maar complexer met bijvoorbeeld decreten op de erfgoedlandschappen en het integraal waterbeleid, met nog meer plannen en voorschriften. Bij de watertoets is er ondertussen wel een besluit voor haar toepassing bij vergunningen, maar geen richtlijnen voor overheidsplannen. Voor het saneren van vervuilde industrieterreinen, een stokpaardje van minister Van Mechelen, heeft de regering nu voor een systeem te gebruiken zoals bij het Deurganckdok. Er zal van allerhande decretale regels kunnen afgeweken worden, voor zover het parlement die achteraf bekrachtigt. Het Vlaams parlement is eerst de producent van een groeiend oerwoud aan rechtsregels en nadien een afstempelmachine die de administratie toelaat van de ingevoerde regels af te wijken. De burger blijft hierbij volledig in de kou staan. Dit verdient geen tweede oorvijg, maar wel het naar huis sturen wegens onbekwaamheid. Dit kan men toch geen vertegenwoordigers meer van het volk noemen?

11:42 Gepost door in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

01-07-06

nr 68 - juli '06

Vakantie verdiend?

 

In de vakantie kunnen geen slechte decreten goedgekeurd worden

 

In de commissievergaderingen van het Vlaams parlement buigt men zich over belangrijke onderwerpen. Zo waren er recent een voorstel van resolutie van Jan Roegiers (sp.a-spirit) e.a. voor een proefproject tot snelheidsbeperking op het E17-viaduct in Gentbrugge (nr. 664) en van An Michiels e.a. (Vlaams Belang) voor maatregelen ter bescherming en promotie van de Vlaams-Brabantse tafeldruif (733). Vragen om uitleg werden aan ministers gesteld door Hilde Crevits (CD&V) over geweststeun bij de vermindering van het eenmalige gebruik van plastic zakjes (902), door Veerle Heeren (CD&V) over het opnemen van de mogelijkheid van controle van boekentassen in schoolreglementen (928) en van Margriet Hermans (VLD) over de stand van zaken in de noord-zuidverbinding in de Antwerpse Kempen (1009). Eloi Glorieux (Groen!) interpelleerde de minister-president over zijn uitspraken betreffende het blokstaarten bij Brabantse trekpaarden (154) en Jos Stassen (Groen!) interpelleerde Anciaux over de financiële steun aan de promotour van de Vlaamse kandidate voor het Eurovisiesongfestival (159) (Alle documenten van 2005-2006).

 

Ook de Vlaamse ministers buigen zich de laatste maanden, op voorstel van minister Van Mechelen, over belangrijke beslissingen tijdens hun ministerraden. Op 19 mei beslist de regering tot definitieve vaststelling van de gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen (GRUP) Specifiek regionaal bedrijventerrein met watergebonden karakter Beverdonk in Grobbendonk, Bestaand regionaal bedrijf BOMACO in Zellik, Historisch gegroeid bedrijf D'Ieteren in Kortenberg, Historisch gegroeid bedrijf Jonckvansteen in Zonnebeke en Koninklijke Golf Club Oostende in De Haan. Op 9 juni tot definitieve vaststelling van de GRUP’s Historisch gegroeid bedrijf NV Willy Naessens Construct te Wortegem-Petegem, gemengd regionaal bedrijventerrein Simla NV te Grimbergen, Historisch gegroeid bedrijf Terca te Zonnebeke, Bestaand regionaal bedrijf NV Wijckmans te Ham, Leidingstraat Herentals-Zandhoven-Zoersel, tot voorlopige vaststelling van het GRUP Historisch gegroeid bedrijf Belgomilk in Langemark-Poelkapelle en principieel tot definitieve vaststelling van het GRUP Schakelpunt op de N49 te Moerbeke-Kruisstraat. (In het kader van de herinrichting van de N49 tot hoofdweg wordt daar een volwaardig op- en afrittencomplex gepland, in hoofdzaak om de verkeersintensiteit op te vangen die de suikerfabriek tijdens het bietenseizoen genereert.)

 

In vorig nummer klaagden we aan dat de ‘landschappelijk waardevolle agrarische gebieden’ door slordig wetgevend werk en slordige arresten van de hoogste rechtbanken in enkele jaren van ‘niet-kwetsbaar’ veranderd zijn in ‘wel-kwetsbaar’ gebied. Men zou kunnen verwachten dat dit met een parlementair initiatief meteen rechtgezet wordt, zoals men in enkele uren een wapenwet kan goedkeuren. Neen, alleen Dominique Guns (VLD) melde ons dat ze een Vraag om uitleg zou stellen aan de minister. Het Vlaams parlement neemt nu een kleine 3 maand vakantie. Zonder dat de aan de gang zijnde klopjacht om dertig jaar oude bouwmisdrijven uit te voeren is gestopt, zonder dat de verjaring ook in kwetsbare gebieden is ingevoerd, zonder dat de afbraak niet meer kan gevorderd worden na vijf jaar, en zo kunnen we nog een tijdje doorgaan. Voordeel is dat er drie maanden geen slechte decreten kunnen gemaakt worden.

13:28 Gepost door | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

01-06-06

nr 67 - juni 06

Eigendomsrecht herstellen

 

Beknotten van eigendomsrechten moet ongedaan gemaakt worden

 

 

In het decreet over de ruimtelijke ordening was in 1999 bij heirkracht voorzien in een vergoeding van 20% door de overheid, bovenop de vergoeding van de verzekering, wanneer geen vergunning werd gegeven tot heropbouw van een zonevreemde constructie. (Bij niet-heropbouw vergoedt de verzekeraar namelijk maximum 80% van de verzekerde waarde). Met de komst van de groenen na de verkiezingen van juni 1999 werd dit en veel andere artikels begin 2000 gewijzigd. Vergunbare heropbouw werd beperkt tot woningen, met een maximum van 1 000 m3, en verboden in een aantal gebieden. Tezelfdertijd werd voor o.a. de vernieuwing van het dak een vergunning nodig, terwijl zonevreemden alleen nog vergunningsvrije onderhoudswerken zouden mogen doen. Na hevig protest werd in 2001 het decreet RO opnieuw gewijzigd, en werd een lijst van ‘kwetsbare gebieden’ opgenomen, waar zonevreemden nog mochten verbouwen binnen het bestaande volume. In de loop der jaren is er meerdere keren gesleuteld aan die lijst van kwetsbare gebieden.

 

Vandaag zijn er drie verschillende lijsten kwetsbare gebieden: bij heirkracht (art. 145), voor verbouwingen (art. 145bis) en voor de (niet) verjaring van bouwmisdrijven (art. 146). Daar is zoveel keer mee geprutst, dat de hoogste rechtbanken, zowel het Hof van Cassatie als het Arbitragehof, nu menen dat ‘landschappelijk waardevolle agrarische gebieden’ kwetsbare gebieden zijn, terwijl het parlement verklaart dat dit nochtans ‘nooit de bedoeling is geweest van het Vlaams Parlement’. Volgens deze Hoven is een ‘landschappelijk waardevol agrarisch gebied’ een kwetsbaar ‘agrarisch gebied met bijzondere waarde’, en verjaren bouwmisdrijven er niet. En dat, terwijl de Raad van State bij zijn advies over de zoveelste decreetswijziging in 2005 uitleg aan een gemachtigde van de minister vroeg, die antwoordde dat het bestemmingsvoorschrift ‘agrarisch gebied met bijzonder waarde’ op geen enkel bestemmingsplan voorkomt. Burgers worden dus ten onrechte veroordeeld. (Zie blz. 4-5).

 

Heropbouw na heirkracht is slechts mogelijk voor zonevreemde woningen in niet-kwetsbare gebieden. Zal men een vergunning weigeren bij brand als een van de vele zonevreemde abdijen in de vlammen opgaat, een kasteel verplichten de heropbouw te beperken tot 1 000 m3 ? Of dan toch snel een reparatie goedkeuren om zich niet al te belachelijk te maken? De groene obsessie van het beknotten van de rechten van gebouwen in zogenaamd kwetsbare gebieden moet nu eindelijk ongedaan gemaakt worden. Het volstaat dat het Vlaams parlement die kwetsbare gebieden schrapt, en voor wat de heirkracht betreft, heropbouw na heirkracht altijd en overal toelaat. Dat kan nog voor het zomerreces, als de parlementsleden dit willen. Maar blijkbaar is er geen animo meer om de vele miskleunen in het decreet RO recht te zetten. Zo kan er nog steeds afbraak gevorderd worden, ook al is het misdrijf strafrechterlijk verjaard. Zoals commissievoorzitter Lachaert in de commissie RO al op 3 februari 2005 zegde is dit ‘qua perceptie en rechtszekerheid nihil’. Het Hof van Cassatie komt hierbij zelfs tot schijnbaar tegenstrijdige arresten (Zie blz. 7). De minister, licentiaat geschiedenis, houdt zich nu blijkbaar liever bezig met monumentenzorg op TV te krijgen, een nieuw domein van hem na de laatste verkiezingen. Al een jaar geleden zou de minister een ontwerp van decreet indienen, met een hele reeks ‘reparaties’ aan het decreet RO. Het is er nog steeds niet. En de commissieleden zijn druk bezig de gemeenteraadsverkiezingen voor te bereiden. Zo blijft de decreetgever zorgen voor ‘nihil rechtszekerheid’

19:26 Gepost door | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

06-05-06

nr 66 - mei '06

Minder Vlaanderen

 

De Vlaamse regelgeving is oeverloos, maar ondermaats

 

Vijfenzeventig ondertekenaars uit verschillende sectoren deden op 13 april met hun tweede ‘Lentemanifest’ in De Standaard een oproep voor meer bevoegdheden voor de deelstaten, onder de titel: ‘Een beter Vlaanderen door meer Vlaanderen’. Bij meer Vlaamse bevoegdheden hoort een oproep voor minder maar betere Vlaamse regels. Vlaanderen heeft namelijk de ziekte van overregulering. Om de dakstructuur van een huis te vernieuwen is een stedenbouwkundige vergunning nodig. Naast 2 ‘Belgische’ voorkooprechten i.v.m. ruilverkavelingen voerde Vlaanderen er 8 eigen aan toe. De notarissen moeten jaarlijks 114 000 keer nagaan of er een voorkooprecht geldt. Aan de sociale huisvestingsmaatschappijen moeten ze dit jaarlijks gemiddeld 11 200 keer aanbieden. Deze maken daar gemiddeld 29 keer gebruik van (= 0,26% op 11 200), of 3 keer op 100 000 onderzoeken (= 0,003%). Dat is lotto, geen behoorlijk bestuur. De inspectie van Financiën wees erop dat het Vlaams decreet 'Integraal Waterbeheer' veel verder gaat dan wat Europa vraagt, en “de financiële gevolgen hiervan zeer zwaar zullen wegen en zelfs financiële consequenties zullen hebben die de beleidsmakers niet wilden.” Er komen niet alleen beheerplannen voor 4 stroomgebieden, zoals Europa vraagt, maar ook voor 11 bekkens en voor een honderdtal deelbekkens, zesjaarlijks te herzien. Nederland schat de totale kost van de invoering van de Europese Richtlijn op 2 miljoen euro per jaar, Vlaanderen rekent 4 miljoen per jaar voor zijn integraal waterbeheer, alleen al voor extra ambtenaren.

 

Ondertussen duurde het 15 jaar voor er een regelgeving voor schade door overstromingen uit de bus kwam (zie blz. 2). De gewestplannen maken het echter nog steeds mogelijk te verkavelen en te bouwen in gebieden die regelmatig blank staan. De overheid paste deze plannen niet aan en bij verbod tot bouwen is er geen sluitende vergoedingsregeling. Een besluit met richtlijnen over de toepassing van de watertoets is in voorbereiding. Ze behandelt alleen de watertoets voor vergunningen, maar nog altijd niet de veel belangrijkere watertoets bij plannen van de overheid. (zie blz. 4-5)

 

De Vlaamse regelgeving is oeverloos, maar ondermaats. Ook een medewerker van de SERV vindt de kwaliteit van het wetgevend werk zorgwekkend (zie blz. 3-7). Wetgeving wordt regelmatig vernietigd door de hoogste rechtscolleges omdat ze niet strookt met elementaire rechtsbeginselen of hogere rechtsregels, en veel regelgeving moet kort na haar uitvaardiging worden gewijzigd. Het decreet Ruimtelijke Ordening werd sinds 1999 dertien keer gewijzigd, en er komt nog een ‘grote herziening’. Een belangrijke oorzaak van slechte wetgeving is volgens hem dat de bestaande adviesprocedure in de praktijk wordt uitgehold. Dat is uiteraard nefast voor de wetgevingskwaliteit: als alle knipperlichten worden uitgeschakeld, komen er ongevallen. Bij de invoering van de verjaring van bouwmisdrijven schreef de decreetgever in 2003 dat de ‘strafsanctie voor het instandhouden’ niet meer geldt (behalve in kwetsbare gebieden), terwijl hij ‘het misdrijf van het instandhouden’ bedoelde. Gevolg zijn volledig tegenstrijdige vonnissen: de ene gaat na 5 jaar vrijuit, de andere wordt jaren daarna veroordeeld tot afbraak. De decreetgever heeft zijn fout drie jaar later nog altijd niet rechtgezet. De administratie stedenbouw haalt nu tot 30 jaar oude vonnissen uit de kast voor uitvoering. Een parlementslid van de meerderheid spreekt hierbij van ‘pure pesterijen’. Nochtans passen de ambtenaren de wettelijke regels toe. De regelgever zelf is dus de oorzaak van rechtsonzekerheid en pesterijen. Een beter Vlaanderen kan alleen met minder maar betere regels.

12:58 Gepost door | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

03-04-06

nr 65 april 06 - editoriaal

Superstalkers

 

We zouden beter af zijn zonder dictaten van urbanisten

 

Volgens de gemeentewet van 1836 werden bouwvergunningen afgeleverd door het college van burgemeester en schepenen "van de plans der bouwwerken in de aaneengebouwde gedeelten der gemeenten door private personen uit te voeren". Verder was bouwen aan weinig regels gebonden, voor zover men geen burenhinder veroorzaakte. Dit bleef in grote lijnen zo tot 1940, toen een samenwerking van ‘Duitsgezinden’ (Henry van de Velde) en communisten (Braem), verenigd rond de ideeën van de ‘moderne beweging’ hun centralistische visie op de inrichting van de ruimte konden beginnen realiseren (blz. 3-7). Een communistisch minister beval met de besluitwet van 2 december 1946 dat niemand nog mocht bouwen zonder voorafgaandelijke geschreven toelating van de minister van Openbare Werken of zijn afgevaardigde, tot er – door hem goedgekeurde - bijzondere plannen van aanleg bestonden. Deze wet nam grotendeels de tekst van het besluit van 1940 over. In zestig jaar zijn ‘de urbanisten’ er ondertussen stapsgewijs in geslaagd ons onder een collectivistisch juk te doen leven. Na de wet op stedenbouw van 1962 werden Gewestplannen gemaakt, waarbij voor heel België werd vastgelegd waar nog mocht gebouwd worden en waar niet. Met alle ellende voor zonevreemd gemaakten tot gevolg. Sinds midden jaren ’90 is er een opvolger, het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen, met nog meer collectivistische planologie.

 

De planologen nemen de principes van de rechtsstaat nog steeds niet ernstig. Dit blijkt uit een scriptie van jurist Pieter-Jan Defoort (jurist en ruimtelijke planner). Hij stelt vast dat de formulering van de taakstellingen in de structuurplannen heel wat te wensen overlaat, in die mate dat de rechtszekerheid in het gedrang dreigt te komen. “In de praktijk worden via oneigenlijke juridische instrumenten (omzendbrieven, administratieve nota’s, beleidskaders, memoranda, ..) ‘afspraken’ gemaakt en bevoegdheden verdeeld of ad hoc taken toegewezen. Dergelijke taakverdeling wijkt in een aantal gevallen, al dan niet bewust of al dan niet ten gevolge van onduidelijkheden, af van de bevoegdheidsregels zoals die zijn geformuleerd in het RSV (b.v. weekeindverblijven, openluchtrecreatieve bedrijven, golfterreinen, ..).”

 

Ook bij de sociale huisvesting wil de administratie de regels waaraan iedereen in de rechtsstaat zich moet houden naast zich neerleggen. In het ontwerpdecreet van een nieuwe Wooncode dat de Vlaamse regering eind februari goedkeurde staat niet alleen de gekende ‘bereidheid om Nederlands te leren’, maar wordt een eigen huurwetgeving ingevoerd voor sociale woningen. Het Burgerlijk Wetboek voorziet voor alle eigenaars een huurovereenkomst van drie jaar, zonder proefperiode. De sociale huisvestingsmaatschappijen zullen wel een proefperiode van maximum twee jaar kunnen invoeren, “om na te gaan of een huurder zich aan zijn verplichtingen houdt, zoals stipt de huur betalen, geen overlast berokkenen, de woning als een goede huisvader of -moeder onderhouden, geen domiciliefraude plegen, etc.” heet het in de memorie van toelichting. Wanneer de huurder niet aan de eisen voldoet, kan zijn huurcontract ook tijdens die 2 jaar vervroegd opgezegd worden. Ook op het vlak van de bepaling van de huurprijs, de kosten en lasten, indexatie en herziening van de huurprijs, de huurwaarborg wordt afgeweken van het Burgerlijk Wetboek dat alle eigenaars moeten eerbiedigen. Niet dus de sociale huisvestingsmaatschappijen.

 

Maar terug naar de planologen en de gevolgen van hun houding zich van de basisprincipes van de rechtsstaat weinig aan te trekken. Pieter-Jan Defoort: “De bevoegheidsregels bij RO worden soms zelfs flagrant met de voeten getreden.” Zo worden RUP’s of structuurplannen door een onbevoegde overheid vastgesteld. Dit kan aanleiding geven tot rechtstreekse vorderingen tot nietigverklaring of tot het inroepen van de exceptie van onwettigheid, en dus tot ernstige rechtsonzekerheid... “Onbevoegdheid wordt beschouwd als een zeer ernstige inbreuk van de wetgeving. De rechtsstaat wordt immers in de eerste plaats gekenmerkt door het beginsel dat de bestuursoverheid enkel kan optreden op grond en binnen de grenzen van een door de wet bepaalde bevoegdheidstoewijzing. Er is o.a. sprake van onbevoegdheid wanneer een administratieve overheid zich de bevoegdheid aanmatigt die de wet een ander overheidsorgaan heeft opgedragen. Een administratieve rechtshandeling is pas wettig wanneer zij van het wettelijk aangewezen orgaan uitgaat.” Wanneer dus een onbevoegde overheid plannen vastelt, kunnen die aangevochten worden bij de Raad van State. Ook kan bijvoorbeeld, bij het aanvechten van een stedenbouwkundige vergunning, als middel de onwettigheid van het RUP waarop de vergunning is gegrond wordt opgeworpen omdat het RUP door een onbevoegde overheid werd opgesteld. Pieter-Jan Defoort: “Rechtszekerheid en rechtsbescherming kunnen niet in een figurantenrol gedwongen worden in de ruimtelijke planning, hoe graag sommigen dat ook zouden willen.” De planologen gaan dus nog altijd met onze wetten om zoals hun voorganger Renaat Braem, zijn hele leven een overtuigd marxist. Het ontwerp van zijn huis in Deurne kreeg hij van de dienst stedenbouw terug met de bemerking dat het op minstens tien plekken afweek van de stedenbouwkundige bepalingen van het aanlegplan van Deurne die hij zelf had ontworpen. Braem: "Ik maak alleen maar aanlegplannen voor slechte architecten. Ze maken al genoeg stomme dingen, zelfs wanneer er een aanlegplan is."

 

Het leitmotief blijft dus nog steeds de macht om de ruimte naar zijn hand te zetten, onder de mom van ‘het algemeen belang’. Hierbij is corruptie en machtsmisbruik nooit veraf. Corruptie: bij de Gewestplannen bleek achteraf dat stukjes van kaarten nog van kleur veranderden nadat ze door de koning waren ondertekend. Een aantal kabinetsleden werden daar voor vervolgd, maar de zaak sleepte zo lang aan dat de feiten verjaarden en ze vrijuit gingen. Dat was niet het laatste geval van corruptie... Machtsmisbruik: toen in de jaren 1960 de Belgische staat volop snelwegen begon aan te leggen wou het een instrument om vliegensvlug te onteigenen. Meestal wordt nu deze spoedprocedure van onteigening gebruikt, waarbij het bestuur de eigendom in handen krijgt voor er een definitieve uitspraak is over de vergoeding. De vrederechter kent slechts een voorlopige vergoeding toe, waarna een herziening kan worden aangevraagd. Die besturen doen dit vrij systematisch, nadat ze de eigendom al overgedragen kregen. In de praktijk kan zo een procedure 20 tot 30 jaar duren en eindigen met een grotere terugbetaling dan wat initiëel is toegekend.

 

We zijn overgeleverd aan de grillen van de planologen. De ene generatie wil de functies scheiden (woonwijken, wijken om te werken, nog andere voor productie, enz.), ons ophokken in hoge blokken, de volgende heeft het over gedeconcentreerde bundeling, of nog over verweving van functies. We moeten ophouden deze dictators hun zin te geven, en de mensen weer veel meer hun lot in eigen handen laten nemen. De plannenmakers leven zich uit in het afbakenen van gebieden. Eenmaal zus, eenmaal zo. Ze zouden geen landbouw- of stedelijke gebieden kunnen ‘afbakenen’ als de mensen, lang voor zij hun diktaten op papier zetten, geen landbouw zouden bedreven hebben of steden gebouwd. We kunnen zonder, meer nog, we zullen gelukkiger zijn zonder hen. Het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen moet niet herzien worden maar afgeschaft.

 

Naast de planologen zijn er ook nog de stedenbouwkundige ambtenaren en inspecteurs. Bij de vergunningverlening kan de stedenbouwkundige ambtenaar tal van vage begrippen en normen hanteren, zoals "de bestaanbaarheid met de bestemming”, "de verenigbaarheid met de onmiddellijke omgeving”, "het architectonische karakter van het gebied”, "een aanmerkelijke reliëfwijziging”, "de goede ruimtelijke or­dening”, waaraan de diverse besturen bij de uitoefening van hun bevoegdheden een eigen invulling ge­ven. Een zo ruime interpretatiebevoegdheid moet tot corruptie verleiden. Bij de handhaving vraagt en krijgt de stedenbouwkundige inspecteur van de rechter zelfs “dat herstellen in de vorige staat niet betekent dat de plaats moet hersteld worden in een materiële toestand die identiek is aan de toestand die vóór de bouwovertreding bestond; het herstellen van de plaats in de vorige toestand kan ook inhouden dat de illegale constructie volledig of gedeeltelijk wordt afgebroken, met inbegrip van de vóór de bouwovertreding op die plaats al bestaande constructie”. (Cassatie, 13.09.05) Hij probeert dus geen redelijk compromis af te sluiten om toch nog een deel van de vergunde constructie te laten staan. Soms krijgt hij ook veel meer dan volledige afbraak: “Bij een onvergunde met steen verharde parkeerplaats in een bosgebied kan het herstellen van de plaats in de vorige toestand ook inhouden dat grondwerken en aanplantingen moeten worden verricht om het terrein in overeenstemming te brengen met zijn bestemming of zijn omgeving, ook al stelt de rechter niet vast dat vóór de bouwovertreding daarop een identieke begroeiing bestond.”  (Cassatie 13.09.05) In het parlement was er over de inspectie sprake van ‘ordinaire pesterijen’ (zie blz 4-5).

  

11:02 Gepost door | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

30-03-06

Opinie De Tijd 30.03.06: lastenverlaging

Administratieve lastenverlaging staat nergens

 

Er kan 2 miljoen bespaard worden door de rechten van voorkoop te harmoniseren. Dat publiceerde de Vlaamse regering vorige vrijdag in een zegebulletin over de administratieve lastenverlaging. Het is een zeer onvolledige voorstelling van zaken. De Kenniscel Wetsmatiging publiceert verkeerde cijfers over de lastenverlaging. Dit is niet de eerste keer, stelt PHILIPPE VAN DEN ABEELE. De administratieve vereenvoudiging kan stukken beter. Er zijn wel degelijk echte lastenverlagingen mogelijk.

 

In oktober 2003 keurt de Vlaamse regering het 'actieplan reguleringsmanagement 2003-2004' goed. Er is sprake van een daling van de administratieve lasten met 100 miljoen euro, nog tijdens de regeerperiode. Op dat ogenblijk weet de Kenniscel Wetsmatiging ons niet concreet te zeggen waar die 100 miljoen besparingen zitten.

In het‘Voortgangsrapport Reguleringsmanagement 2003-2004' meldt de Cel dat 58.659.930 euro is bespaard in de vereenvoudigingsprojecten waarvan de administratieve lastenverlaging gemeten werd. “Hoewel de doelstelling van 100 miljoen euro lastenverlaging niet gehaald werd, is dit toch een betekenisvolle besparing,” luidt het rapport.

Dat bedrag was toen nog helemaal niet bespaard. Verschillende projecten die in dat bedrag opgenomen waren, stonden toen nog nergens: de invoering van integrale milieuvoorwaarden, de integratie van de bouw- en milieuvergunning en het integraal milieujaarverslag (IMJV). Van de 58,6 miljoen ‘gerealiseerde besparingen’ moest men dus eind 2004 minstens 31 miljoen euro aftrekken. Dat hebben we hen ook gemeld.

In de brochure ‘Actieplan Reguleringsmanagement 2005’ is er sprake van “een afname van de administratieve lasten sinds 1 september 2002 tot 31 maart 2005 met 25.384.519 euro”. Van meer dan 100 miljoen over 58,6 naar 25,4 miljoen voor ongeveer dezelfde periode. Is dat louter onervarenheid? Uit eigen onderzoek van drie recente belangrijke dossiers blijkt dat de cijfers van de Cel helaas niet betrouwbaar zijn.

 

 

Elektronisch

De bevalling van het ‘integraal milieujaarverslag’ (IMJV) duurde vijf jaar. In 2005 omvatte het alleen de bundeling van drie bestaande formulieren: het milieujaarverslag, de afvalstoffenmelding en de aangifte inzake grondwaterstatistiek. De Cel stelt dat hierdoor een besparing van 10 miljoen euro kan bereikt worden, naast een besparing van 6 miljoen euro bij Ovam. De meeste bedrijven moeten maar een van de formulieren invullen. Slechts een 900-tal bedrijven moeten een milieujaarverslag èn een afvalstoffenmelding opstellen. Die 900 konden dus in 2005 een postzegel sparen door ze in één omslag te stoppen. Vanaf 2006 kan het elektronisch. Maar zelfs als alles elektronisch gaat, is het een raadsel waar er 16 miljoen euro bespaard wordt. De Cel heeft ook nog altijd niet geantwoord op onze vraag hoe ze aan dat bedrag komt.

 

In februari 2006 beslist de Vlaamse regering de procedures voor de stedenbouwkundige en de milieuvergunning te ‘harmoniseren’. Voor milieuvergunningen is nu een openbaar onderzoek nodig dat in één krant moet worden bekendgemaakt. Het openbaar onderzoek voor de milieu- en de stedenbouwkundige vergunning zou samen gebeuren. De bekendmaking daarvan zou ook niet meer afzonderlijk gebeuren in 2 kranten, maar samen in één krant. De Cel schat het aantal hiervan op 5 580 dossiers per jaar. Volgens de Cel betekenen twee publicaties minder een besparing van 4,1 miljoen. Maar de publicatie bij stedenbouwkundige vergunningen gebeurt pas als er ook een MER (Milieueffectrapport) nodig is, en dan moet het in drie kranten. Er zijn jaarlijks slechts enkele dergelijke MER’s die verband houden met de combinatie milieu- en stedenbouwvergunning. De besparing is dus zogoed als nul euro i.p.v. 4,1 miljoen.

Twee verschillende dossiers indienen aan één loket kan uiteraard niet veel besparingen opleveren. We kunnen veel meer besparen door de stedenbouwkundige vergunning in veel gevallen gewoon af te schaffen. Waarom is er een vergunning nodig om een dakstructuur te vernieuwen of een draagbalk te plaatsen in huis? Waarom moet er openbaar onderzoek komen voor elke stedenbouwkundige vergunning voor een zonevreemd gebouw? Administratieve vereenvoudiging: schaf de vergunningsplicht af voor alle werken en functiewijzigingen binnen het bestaande vergunde volume.

 

Harmoniseren

In maart 2006 beslist de Vlaamse regering de 8 verschillende Vlaamse voorkooprechten te ‘harmoniseren’. Dat zou 2 miljoen euro aan besparingen opleveren. Maar in dat bedrag zit enkel de lastenverlaging vervat die men kan realiseren bij de notarissen door minder opzoekingstijd en dus zonder andere kosten te bekijken. Het rapport zegt: “De implicaties voor de overheid laten we buiten beschouwing omdat het net gaat over overheidsinstellingen (VHM, VLM, …) en we dus te maken hebben met beheerskosten.” De administratieve meerkosten en de IT-kosten (opbouw en beheer van een databank) voor de overheid worden dus niet meegenomen in de ‘besparing’. Zo kan men natuurlijk altijd op besparingen uitkomen.

Daarnaast zijn er nog 2 ‘Belgische’ voorkooprechten i.v.m. ruilverkavelingen, die de notaris nog altijd zullen verplichten bij elke verkoop extra te laten onderzoeken.

 

Kafkaiaans

De notaris moet nu bij elke verkoop van een onroerend goed, ongeveer 114 000 keer per jaar in Vlaanderen, nagaan of er een voorkooprecht geldt. Daarna moet hij aan de sociale huisvestingsmaatschappijen jaarlijks gemiddeld 11 200 keer het voorkooprecht aanbieden. Ze maken daar gemiddeld 29 keer (0,26%!) gebruik van, zoals blijkt uit een onderzoek van de Vlaamse Confederatie Bouw voor de periode 11/1998 t.e.m. 11/2004. Bij minder dan tien procent van de verkopen geldt een voorkooprecht en slecht in minder dan drie op de duizend maakt men er dan gebruik van. Dat is een Kafkaiaanse procedure.

 

Afschaffen

Alle voorkooprechten afschaffen is de enige zinvolle vereenvoudiging. De overheid kan onderhands aankopen, of desnoods de onteigeningsprocedure gebruiken als ze voor een specifiek project een duidelijk object beoogt. Nu ligt de overheid in haar luie zetel te wachten op het werk van de notaris om dan toch neen te zeggen.

10:01 Gepost door | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

01-03-06

nr 64 maart 06

 

Keizer-Koster

 

 

Vlaanderen verzuipt in de plannen

 

Het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen (RSV) voorziet een torenhoog aantal plannen. De gewestplannen en de BPA’s worden vervangen door zes plannen; op drie niveaus (gewest, provincie en gemeenten) komen er ruimtelijke structuurplannen en  -uitvoeringsplannen. De omvang van die planning is zo groot dat acht jaar na goedkeuring van het RSV nog verre van alle voorziene plannen zijn afgewerkt (zie blz. 3). Nog geen 100 op de 308 gemeenten beschikken vandaag over een goedgekeurd Ruimtelijk Structuurplan (RSP), en dus kregen de gemeenten 2 jaar uitstel om hun RSP op te stellen. In het totaal moeten op 3 niveaus minstens zo’n 700 plannen opgemaakt worden, goed voor honderdduizenden bladzijden, die om de zoveel jaar nog herzien worden.

 

Waar de gewestplannen een zaak van de centrale overheid in Brussel waren, zou omwille van het zogenaamde ‘subsidiariteitsprincipe’ nu zo dicht mogelijk bij de burger gepland worden. Hoeveel gemeentebesturen zijn echter niet door de hogere overheid terug naar huis gestuurd met een hele reeks opmerkingen over hun plannen, waardoor het proces met jaren werd vertraagd? En als het tot een goedkeuring komt, schrapt de hogere overheid zonder enig overleg zeer dikwijls nog eens delen van het plan door ze ‘met blauw te omranden’. Al die plannen hebben een hoog ‘belachelijkheidsgehalte’. Daarin worden ‘secundaire wegen van type I, II en III’ geselecteerd of ook nog ‘lokale wegen van type I, II en III’ en een ‘kerk met begraafplaats’ als een ‘lokale baken’. Men leest er zaken in als: “De gemeente neemt initiatief tot het oprichten van een gemeentelijk containerpark in de woonkern A... en zal hiervoor een BPA opstellen.”

 

Er wordt nu gewerkt aan een centrale Gewestelijke herbevestiging van gewestplanbestemmingen die betrekking heeft op zowel de agrarische gebieden als op de natuur- en reservaatgebieden, de bosgebieden en de overige groengebieden binnen de perimeter van de geselecteerde gewestplankaarten. In totaal wordt dus zo voor 1 op de 1,3 miljoen ha van het Vlaams grondgebied weer centraal beslist, naast de afbakening van sommige industrieterreinen e.a. gebieden die al centraal gebleven waren. Bovendien gaat de bemoeizucht van het hogere niveau voor het restje waar ze niet zelf over beslist tot in de kleinste details. In het buitengebied (ongeveer 60% van de Vlaamse oppervlakte) worden sommige gemeenten bijvoorbeeld 'bindend' tot ‘woonkern’ gemaakt die alleen de eigen woonbehoeften mogen opvangen in de kern en alleen bijkomende kleinschalige bedrijvigheid mogen voorzien die integreerbaar is met het wonen, en dus niet op een afzonderlijk terrein. De betutteling, uitgewerkt op basis van een fictief voorbeeld in de gemeente Sint-Laureins (blz. 4), toont aan dat de Keizer-Koster mentaliteit van de centralistische macht met gedetailleerde voorschriften lokale ontwikkelingen totaal onmogelijk maakt. Was het RSV al in vorige eeuwen van toepassing, zouden nieuwe steden nooit zijn kunnen ontstaan en tot bloei komen. We versmachten met het RSV elke ‘ongewenste’ ontwikkeling in Vlaanderen. De planningsdiarree dient afgebouwd en wettelijk moet de bevoegdheid van de Vlaamse overheid inhoudelijk beperkt worden. Men kan bijvoorbeeld in een decreet schrijven dat alleen de gemeenten bevoegd zijn om landbouw- en bouwzones af te bakenen. Desnoods moet men er dan maar bijnemen dat een bouwzone plotseling stopt aan de gemeentegrens. De beperkende en verstikkende normen bewijzen helaas hoe diep het totalitarisme in Vlaanderen is ingeworteld. De watertoets maakt ondertussen zijn eerste slachtoffers (blz. 2), omdat de overheid ondanks haar planningsdiarree van waterrijke gronden woongebieden maakte.

14:51 Gepost door | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

01-02-06

nr 63 februari 06

 

Versteende ideologen

 

Groen! heeft weer een nieuwe belasting uitgevonden

 

 

Volgens de SP.A voorzitter zouden de gemeenten maar een verkavelingsvergunning mogen afleveren in een woonuitbreidingsgebied als een derde van de grond aan zestig procent van de marktwaarde wordt verkocht aan gezinnen met een ‘modaal’ inkomen. Groen! meent dat het signaal dat hiermee gegeven wordt totaal fout is: “De socialisten verwarren (allicht bewust) de terechte eis op betaalbaar wonen met de illusie dat een eigen nieuw huis met tuintje realiseerbaar is ‘voor iedereen’. Tevens laten zij daarmee ook de grote steden vallen die nochtans in de komende jaren de volle politieke steun én middelen moeten krijgen om hun levensnoodzakelijke revival te kunnen realiseren.” Groen! wil de SP.A links voorbijsteken en heeft een paardenmiddel bedacht waarmee gronden betaalbaar zouden moeten worden: stop de verkaveling van de woonuitbreidingsgebieden en voer een speculatie-heffing in op onbebouwde kavels in woongebied, die progressief stijgt in functie van de tijd. Hoeveel die moet bedragen zegt Groen! er niet bij. Die heffing zou er moeten toe leiden dat meer kavels op de markt komen. “Het invoeren van een speculatie-heffing zal er wel voor zorgen dat én de prijzen zullen dalen (of minstens niet meer zullen stijgen) én de druk op de open ruimte zal afnemen. Eigenaars van 1 of 2 percelen bouwgrond in bezit voor hun kinderen zouden vrijgesteld worden. Het gaat om de vastgoed-speculanten die meerdere percelen laten ‘slapen’ in afwachting van nog betere tijden en nog meer winst.” Van het grondwettelijk gelijkheidsbeginsel in een rechtstaat heeft groen blijkbaar nog niet gehoord. En heeft een belasting al ooit voor een prijsdaling gezorgd?

Trouwens, hebben ook ouders die 1 of 2 percelen niet gekocht in het vooruitzicht van hogere prijzen? Dit zou dan geen speculatie zijn, maar wel bij bouwbedrijven en verkavelaars die grond kopen en in reserve houden om hun tewerkstelling op peil te kunnen houden. Volgens de [ver]bouwenquête die in oktober 2003 in de [Ver]bouwkrant is verschenen (gebaseerd op een enquête bij 2 450 bouwers en kandidaat-bouwers) bieden particulieren en familieleden samen 46% van de bouwgronden aan. De bouw- en immobiliënsector zorgt voor 33% van het aanbod via immobiliënkantoren (12%), verkavelaars (11%), bouwbedrijven (8%) en promotoren (2%). Verder kopen 7% hun bouwgrond via de notaris en 6% via de overheid of een sociale huisvestingsmaatschappij. Meer dan de helft van de aangeboden kavels zou niet onderworpen zijn aan de speculatie-heffing. Die ‘speculanten’ zouden ofwel proberen de heffing door te rekenen in de prijs, waardoor de prijs van kavels nog stijgt, of ze kunnen dit niet, en moeten de heffing ten laste van hun resultaat nemen. Wil Groen! deze sector de das omdoen? Nochtans zijn het volgens de Vlaamse Confederatie Bouw juist de professionele verkavelaars die de laatste tijd zorgen voor een hoger aanbod. (Persbericht VCB, 29 juni 2005).

Groen! probeert op basis van (allicht bewust) totaal verkeerde statistische vergelijkingen met de buurlanden, te bewijzen dat Vlaanderen ‘versteent’ en de open ruimte in Vlaanderen schaars wordt (zie blz. 2-3). Voor het ‘goede doel’ mag men blijkbaar al eens liegen... Bedoeling van dit alles: “de droom van een eigen woning met groen ombuigen tot een duurzaam toekomstbeeld: dat van betaalbare (al dan niet sociale) huur- of koopwoningen in steden en in of aansluitend bij kernen met directe toegang tot voldoende groen in de buurt.” Mieke Vogels stond begin jaren ‘80 op de lijst ELA: Ecologisch Links Alternatief. ELA mislukte, en ze stapte samen met Jos Geysels en Eddy Boutmans dan maar over naar Agalev. Bij de volgende gemeenteraadsverkiezingen trekt Vogels opnieuw de groene lijst. Kan men niet beter versteende ideologen laten vallen?

09:55 Gepost door | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

02-01-06

nr 62 januari 06

Loze beloften

 

SP.A bluft met een onuitvoerbaar voorstel. CD&V leidt aan geheugenverlies

 

 

De nieuwe SP.A voorzitter zet het ‘gratisverhaal’ van zijn voorganger verder. Eerst lag voormalig socialistisch minister Baldewijns mee aan de basis van de schaarste aan bouwgrond door in 1997 de aansnijding van woonuitbreidingsgebieden drastisch te beperken. Nu zouden de gemeenten maar een verkavelingsvergunning mogen afleveren in een woonuitbreidingsgebied als de eigenaar een derde van zijn grond aan zestig procent van de marktwaarde verkoopt aan gezinnen met een ‘modaal’ inkomen. Gevolg: twee derden zouden dan zeker 20% boven die marktwaarde worden verkocht om dezelfde globale opbrengst te realiseren, en zo tot nog duurdere grondprijzen leiden. Een verbazend voorstel voor een hoogleraar grondwettelijk recht. Zelfs als de maatregel geen onaanvaardbare beperking van het eigendomsrecht zou betekenen, is hij totaal onuitvoerbaar. Welke criteria zal men hanteren om prioriteiten te stellen? Organiseert men elke drie maand een toewijzing op basis van de inschrijvingsdatum, een loterij? Gegarandeerde frustratie voor hopen volk met een ‘modaal inkomen’ die een unieke kans voor ‘een koopje’ aan hun neus zien voorbijgaan. Moet de koper de grond levenslang in eigendom houden? Als hij die korter bijhoudt, moet hij dan een stuk van de korting terugbetalen aan de oorspronkelijke eigenaar? Of mag hij een (speculatieve?..) meerwaarde op zak steken? Een dergelijke maatregel zou misschien wel kunnen opgelegd worden met een massale berg formulieren, ellenlange reglementen en een leger ambtenaren; in een collectivistisch regime dus, en met veel ontevredenen. Hij staat ook haaks op de beleidsdoelstellingen van vandaag: minder regels. We kunnen ons moeilijk voorstellen dat de SP.A-voorzitter dit niet allemaal weet, maar hij heeft toch maar weer het nieuws gehaald met een ‘sympathieke’ boodschap voor “iedereen” die HEM en de SP.A geen euro kost.

 

Het doet denken aan het verhaal van Stevaert bij de invoering van minimale rechten voor zonevreemden in 2001, die paars-groen hen eerst had afgenomen. Hij verklaarde dat een (onbepaald) aantal speculanten tientallen zonevreemde huizen gekocht hadden met speculatieve doeleinden. Op zijn voorstel werd een artikel in het decreet RO opgenomen om deze speculanten te bestraffen door ze planbaten te doen betalen voor die zonevreemde woningen die zone-eigen worden en waarvan kan worden aangetoond dat een speculatieve meerwaarde in de periode van 18 mei 1999 tot juli 2001 werd gerealiseerd. De Vlaamse regering moest hiervoor ‘nadere regels’ vaststellen. Die zijn er tot vandaag niet gekomen. (De andere zonevreemden bleven toen ook niet buiten schot. Zone-eigen gemaakte woningen met een kadastraal inkomen boven de 750 euro moeten in verschillende gevallen ook planbaten betalen. Hier ontbreken echter ook nog ‘nadere regels’.)

 

Van een andere regeringspartij is ook weinig opbeurend nieuws te vertellen. Tijdens de vorige legislatuur, toen in de oppositie, verdedigde CD&V met hand en tand de verjaring van stedenbouwmisdrijven in alle gebieden. Het heette toen nog: “Dat zelfs onschuldige kopers of erfgenamen ook soms na tientallen jaren tot afbraak kunnen verplicht worden, gaat in tegen het algemeen rechtsgevoel, en tegen beginselen, vervat in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM).” Specifiek in verband met de kwetsbare gebieden zegde CD&V zich steeds verzet te hebben tegen een afwijkende regeling: “We denken dat ook hier het gelijkheidsbeginsel wordt geschonden.” Een maand geleden schreef Joke Schauvliege ons: “Wat de verjaring betreft zijn we voor het behoud van de niet-verjaring in kwetsbare gebieden”. De geest van Stevaert, Kelchtermans en Baldewijns blijkt stilaan aan een heropleving te beginnen in SP.A en CD&V.


11:03 Gepost door | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

02-12-05

nr 61 december 05

Falende decreetgever

 

Decreetgever al 2 ½ jaar oorzaak van ‘nihil rechtszekerheid’

 

Met een decreet van 4 juni 2003 werd de verjaarbaarheid van de meeste bouwmisdijven ingevoerd. Helaas werd dit zeer slordig geformuleerd. In de decreettekst staat niet dat ‘het misdrijf van het instandhouden’ wordt afgeschaft, maar ‘de strafsanctie voor het instandhouden van inbreuken’. Een klein foutje, met grote gevolgen, dat tweeenhalf jaar later nog altijd niet is rechtgezet. Gevolg: Het standpunt van de administratie is momenteel dat artikel 146 van het decreet RO (de verjaring na vijf jaar) een strafuitsluitingsgrond is en dat dus bijgevolg het misdrijf van instandhouding blijft bestaan, met andere woorden dat er geen straf kan worden opgelegd maar dat het wel nog een misdrijf blijft. Het voortbestaan van het misdrijf heeft tot gevolg dat het – nog volgens de administratie – steeds mogelijk blijft een herstelvordering in te leiden op basis van de actuele instandhouding van een bouwmisdrijf (zodat de verjaring zonder relevantie is). Omtrent deze discussie werd nog steeds geen duidelijkheid verschaft.” (Uit een folder van CD&V, 9 november 2005 ‘Weten waar naartoe - Respect voor ruimte en wonen’).

 

In Gazet van Antwerpen formuleert de hoofdinspecteur op 11 juni 2005 dit standpunt duidelijk: “Het is niet gedaan na 5 jaar”. In de plenaire vergadering van het Vlaams parlement op 15 juni 2005 dringen verschillende sprekers aan dat minister Van Mechelen de inspectie aan banden zou leggen. Deze verwijst in zijn antwoord naar de Hoge Raad voor het Herstelbeleid. Hij had in de Commissie Ruimtelijke Ordening op 28 april 2005 al verklaard: “Mocht u nog twijfels hebben over de rol en de bevoegdheid van stedenbouwkundige inspecteurs, u hebt hun, als wetgever, een opdracht gegeven, die los staat van mijn ministerieel toezicht, met betrekking tot hun concrete actieterrein en actieradius.”

 

Het is de taak van het Vlaams parlement om orde op eigen zaken te stellen. Commissievoorzitter Lachaert in de commissie RO op 3 februari 2005: “Ik pleit ervoor om decretaal vast te leggen dat de instandhouding geen misdrijf is. Dat was het wel volgens de toelichting bij het decreet, maar niet volgens de uiteindelijke tekst van het decreet. Omwille van de verschillen in interpretatie, bestaat hierover een juridische discussie. Ten tweede moet er een regeling komen in verband met de burgerlijke vordering. Bij een strafrechtelijke verjaring is het niet mogelijk om op burgerlijk vlak nog enige slag thuis te halen of een sanctie te treffen, zoals de stedenbouwkundige inspectie nu poogt te doen in een aantal gevallen. Dit is qua perceptie en rechtszekerheid nihil.”

 

Wat houdt het parlement tegen? Een decreet met één zin is voldoende: “In art. 146 worden de woorden ‘de strafsanctie voor’ vervangen door ‘het misdijf van’.” In de memorie van toelichting kan men nog verduidelijken: “Alle herstelvorderingen, ingeleid nadat het primaire misdrijf reeds verjaard was, en ten aanzien waarvan de instandhouding als misdrijf wegvalt, zijn zonder voorwerp geworden. Dit houdt in dat noch de stedenbouwkundige inspecteur, noch de gemeente evenmin via de zuiver burgerlijke procedure van artikel 151 DRO, nog een herstelmaatregel kunnen vorderen in die gevallen waarin het instandhouden niet meer strafbaar is en het oorspronkelijke misdrijf verjaard is.” (*)

 

Een commissie met niet minder dan zeven juristen, waaronder de voorzitter, krijgt dit in 2 ½ jaar niet voor elkaar. De wettenmakers als oorzaak van ‘nihil rechtszekerheid’. Kan het nog absurder?

 

(*) Bron: ‘Handhavings- en verjaringsdecreet Ruimtelijke Ordening en Stedenbouw’, blz. 95 (Peter Flamey, Joost Bosquet en Frank Judo, Larcier 2004) 

 


11:08 Gepost door | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

01-11-05

nr 60 november 05

Minder penaliseren

 

Decreetgever springt onnadenkend om met strafrechtelijke sancties

 

In 1989 werd een ‘Interuniversitaire Commissie tot Herziening van het Mi­lieurecht in het Vlaamse Gewest’ opgericht, naar haar voorzitter ook de ‘Commissie Bocken’ genoemd. Deze commissie heeft een aantal voorontwerpen geproduceerd waarvan in de periode 1991‑1996 gebruik werd gemaakt bij heel wat wetgevende initiatieven: herziening van het afvalstoffendecreet, decreet op de bodemsanering, decreet bedrijfsinterne milieuzorg, enz.

 

Deze commissie kreeg onder meer ook als opdracht zorg te dragen voor een ‘verhoging van de doelmatigheid van de strafrechtelij­ke en andere middelen tot handhaving van het milieurecht’. Een van de voor­ontwerpen had trouwens betrekking op het milieustraf­recht. Een studie in 2002 gemaakt door de universiteit Maastricht en het Instituut voor Milieu- en Energierecht van de Katholieke Universiteit Leuven over de strafrechtelijke handhaving van de milieuwetgeving heeft nogal wat kritiek op het parlementaire werk dat op dit vlak gebeurde. De decreetgever blijkt geen ernstige aandacht aan de handha­ving te hebben besteed. Volgens de auteurs van de studie is dit het duidelijkst in het Bodemsa­neringsdecreet, waar in het oorspronkelijk ontwerp geen enkele strafbepaling was opgenomen. Via een amendement kwam er dan uiteindelijk een ‘klassieke’ strafbepaling in terecht waarbij elke schending van de bepalingen van het decreet en de uitvoeringsbesluiten met draco­nische straffen werd bedreigd. Meer bepaald een gevangenisstraf van een maand tot vijf jaar en/of een geldboete van BEF 100,- tot BEF 100.000.000,- (maal 200 opdeciemen betekent dit een maximale geldboete van 20 miljard Belgische frank..). Inmiddels is deze bepaling gewijzigd bij artikel 35 van het Decreet van 26 mei 1998, met een ‘genuanceerder’ strafbepaling. De astronomisch hoge maximumstraf bleef wel behouden, zij het dat ze nu op specifieke delicten slaat. In de studie: “Klaarblijkelijk heeft de decreetgever niet omgekeken naar de voorstellen van de Interuniversitaire Commissie op strafrechtelijk vlak. Het gevolg is dat sedert 1991 de decreten op strafrech­telijk vlak alles bij het oude lieten met algemene ruim geformuleerde delicts­omschrijvingen die elke schen­ding van het decreet strafrechtelijk strafbaar stellen. Dit is problematisch indien men vaststelt dat feiten met een geheel onderscheiden onrechtskarakter met eenzelfde sanctie worden bedreigd of sterker nog, dat soms de schending van administratieve belangen tot een hogere strafbe­dreiging aanleiding geeft dan de gevaarzetting van ecologische rechts­goederen. Het verhinderen van toezicht wordt soms met een zwaardere sanctie bedreigd dan de verontreiniging zelf.”

 

Vergeten...

In het Decreet Bedrijfsinterne Milieu­zorg is de decreetgever zelfs vergeten om de niet naleving van de bepalingen van de uitvoe­ringsbeslui­ten strafbaar te stellen. Uit de studie: “De formule­ring van het strafbaar feit in art. 3.8.3, § 1 van het Decreet Bedrijfsinterne Milieu­zorg is uiterst summier en daarmee uiterst ongelukkig. Men heeft hier het aloude, maar in de literatuur sterk bekritiseerde recept van de globale strafbaarstelling toegepast waarbij in het algemeen eenieder die ‘de bepalingen van het Decreet’ schendt met een strafsanctie wordt bedreigd. Deze vorm van strafbaarstelling getuigt van een minachting van de wetgever voor de strafrechtelijke sanctie en kan ook tot door de wetgever ongewilde consequenties lei­den. Elke verplich­ting die in het Decreet is opgenomen wordt op volstrekt ongenuanceerde wijze  gecrimi­naliseerd. De delictsomschrijving is nu bijvoorbeeld  van toepassing op de exploitant van eerste klasse die nalaat een milieucoördinator aan te stellen. Bovendien zijn alle taken die op de milieucoördinator rusten eveneens gecriminaliseerd. Strafbaar is de exploitant die nalaat de aanstelling van de milieucoördinator ter kennis te brengen van het bestuur. De strafbaarheid beperkt zich tot een schending van de bepalingen van het Decreet, niet van de uitvoeringsbesluiten... Zo is er, althans op basis van dit decreet, geen strafbaar­heid indien een exploitant van tweede klasse die bij besluit van de Vlaamse regering door middel van sectorale voorwaarden verplicht is geworden een milieucoördinator aan te stellen, zulks verzuimt. Die plicht vloeit immers voort uit het besluit. Hetzelfde geldt voor alle bepalingen met betrekking tot de milieuaudit. Die voorbeelden tonen eens te meer aan dat nog al eens te vlug en onnadenkend met de invoering van strafrechtelijke aansprakelijkheid wordt omgesprongen.”

 

Terecht veel seponeringen

Bij dergelijke ‘onnadenkendheid’ verwondert het dan ook niet dat de parketten de meeste PV’s over milieumisdrijven zonder gevolg klasseren. De milieuinspectie schrijft al enkele jaren achter elkaar in haar jaarverslag dat ze aandringt “op een effectieve strafrechtelijke afhandeling en op een vlotte doorstroming van informatie vanuit de parketten.” De bijgevoegde tabel geeft een overzicht van de bij de milieuinspectie binnengekomen informatie van de parketten over de behandeling van PV’s. Van 1037 terugmeldingen over behandelde PV’s werden er 686 geseponeerd in 2002-2004. Volgens het openbaar ministerie is dagvaarden niet in alle dossiers de meest efficiënte reactie. Primair moet het doel van de inspectie zijn een oplossing te zoeken om de veroorzaakte schade ongedaan te maken. Daarom ook worden geringe en eenmalige feiten die geen schade aan mens of milieu aanrichten, of na een regularisatie, geseponeerd. Vandaar dus het hoge aantal seponeringen.

 

Veel herzieningen nodig

Onder leiding van milieuminister Peeters is nu een grondige herziening van het milieuhandhavingsbeleid in gang gezet (zie blz. 4-5) die moet leiden tot een - ook door de parketten -gewenste grotere depenalisering van milieuovertredingen, maar waarbij toch straffeloosheid wordt vermeden. Ook andere wetgeving kan goed een dergelijke herziening gebruiken, want er wordt niet alleen in het milieuhygiënerecht al te kwistig gepenaliseerd. De bedrijfsleider die in het kader van de terugnameplicht van verpakkingsafval geen preventieplan opstelt kan tot 2 maanden cel krijgen. In het decreet ruimtelijke ordening worden niet alleen ernstige bouwmisdrijven gepenaliseerd, maar ook even hoog handelingen van notarissen en vastgoedmakelaars. Die kunnen tot een gevangenisstraf van 8 dagen tot 5 jaar en/of een geldboete van 26 euro tot 400.000 euro (momenteel x 5,5 = 2,2 miljoen euro of 88 miljoen Belgische frank) veroordeeld worden als ze een inbreuk plegen op de informatieplicht, bepaald in het Decreet RO. De notarissen en de vastgoedmakelaars moeten ondermeer artikel 99 van dit decreet integraal overnemen in alle akten van verkoop van een onroerend goed. In art. 99 wordt bepaald waarvoor een vergunning nodig is. Wanneer ze dit niet doen, riskeren ze een strafrechtelijke boete tot 2,2 miljoen euro. ‘Le ridicule ne tue pas’ zegt een Frans spreekwoord. De Vlaamse parlementsleden gaan inderdaad niet dood van dergelijke bepalingen, maar ze maken zich wel belachelijk. En het handhavingsbeleid ongeloofwaardig. (phvda)


17:02 Gepost door | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

01-10-05

nr 59 oktober 05

‘Voor de mensen’ ?

 

Voorbeelden van slecht bestuur

 

Volgens een berekening van enkele Vlaamse parlementsleden werden zowat 7 000 gezinnen benadeeld bij het afschaffen van de opvulregel in 1993. Vermoedelijk zal geen van hen toen planschade ontvangen hebben. Nu pleiten enkele parlementsleden ervoor deze opvulregel ‘op maat per gemeente’ terug in te voeren. Bovendien “zorgt een meerwaardebelasting voor deze gronden voor extra middelen voor Vlaanderen”. (blz. 2)

 

Volgens een berekening van enkele Kamerleden werden een 3.000-tal gezinnen de jongste 25 jaar onteigend op basis van een ‘snelprocedure’ en meteen uit hun woning gezet, nadat de vrederechter hen een ‘voorlopige’ vergoeding had toegekend en begon voor hen een nachtmerrie van processen ingespannen door de overheid om de toegekende vergoeding te verminderen. Velen werden tientallen jaren nadien veroordeeld om een groot deel en in sommige gevallen zelfs meer dan de oorspronkelijke vergoeding terug te betalen. Bij een reportage hierover in de krant De Morgen van 16 april 2005 kreeg de journalist van het ministerie van Financiën te horen dat het om een kleine groep van mensen gaat en ongeveer 95% van de onteigeningen in der minne wordt geregeld. De voorzitter van het Centrum voor Eigendomsrecht (een vereniging van gedupeerden inzake onteigening) zegt in die reportage dat dit zo is omdat de administratie dreigt met de gevreesde herzieningsprocedure om de mensen door de knieën te krijgen om een lager bedrag dan de eigenlijke waarde te aanvaarden. De snelprocedure werd in 1962 ingevoerd, met de bedoeling snel autowegen te kunnen aanleggen. Nadien werd ze de algemeen gebruikte procedure voor alle onteigeningen. Tegen het vonnis van de vrederechter dat de onteigening toelaat is geen enkel rechtsmiddel toegelaten, noch hoger beroep, noch cassatie. De onteigenaar kan na enkele weken het goed in bezit nemen. In een nieuw proces kan voor de rechtbank van eerste aanleg de herziening gevraagd worden van de door de vrederechter bepaalde vergoeding. Dat kan dus tientallen jaren duren. (blz. 3)

 

Volgens het Nationaal Komitee Weekendverblijven riskeren na veertig jaar strijd nog duizenden weekendverblijven te moeten worden afgebroken, ondanks de belofte van een ‘uitdovend woonrecht’ (blz. 6). Vooral in Limburg worden nu oude dossiers van onder het stof gehaald en aan de eigenaars betekend, of wordt hun woning verzegeld. Bouwmisdrijven verjaren nog steeds niet in zogenaamd kwetsbare gebieden. Als het van de bouwinspectie afhangt wil ze overal nog 20 jaar kunnen laten afbreken. En de parlementsleden menen dat een gebouw met een verjaard bouwmisdrijf slechts een gedoogde constructie is. Wie dus zelfs onwetend een dergelijke constructie koopt mag zelfs zijn dak niet vernieuwen.

 

Volgens het decreet op de ruimtelijke ordening kunnen alleen geklasseerde zonevreemde constructies een vergunning bekomen om te herbouwen, uit te breiden met 20% of de functie te wijzigen. Niet geklasseerde oude gebouwen krijgen die mogelijkheid niet, alhoewel het decreet hiermee flagrant de grondwet en het Verdrag van Granada schendt. Eigenaars van kastelen, boerderijen of andere oude gebouwen wensen niet noodzakelijk een klassering, om aan de betutteling van Monumentenzorg te ontsnappen. Sommigen wordt dan weer de gevraagde klassering geweigerd, omdat de Vlaamse overheid dan met subsidies over de brug moet komen. (blz. 4-5)

 

Volgens ons getuigt dit allemaal niet van behoorlijk bestuur.


18:38 Gepost door | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

01-09-05

nr 58 september 05

Grondige revisie

 

Een kans om de centralistisch-dirigistische regels af te schaffen

 

Op 15 juni kondigde minister Van Mechelen in het Vlaams parlement aan dat hij in de loop van de maand september een ontwerp van decreet met wijzigingen aan het decreet over de ruimtelijke ordening zal voorleggen aan de Vlaamse regering. Ook de politieke fracties in het parlement kunnen voorstellen indienen. In het najaar wil hij dat “een grote discussie gevoerd wordt” in de Commissie voor Ruimtelijke Ordening “om een grote decreetswijziging voor te bereiden.” De bedoeling is dat het decreet daarna een aantal jaren ongewijzigd blijft. Een kans om het kramakkelige decreet grondig te moderniseren. Hierbij mag men niet uit het oog verliezen dat de basis voor het stedenbouwkundig denken na WO II al werd ontwikkeld vanaf de jaren ’30, vanuit een communistische en totalitaire visie. De communistische minister van openbare werken Jean Borremans kon in een rood-blauwe coalitie van 1946 dit gedachtengoed in wetteksten omzetten. De Besluitwet van 2 december 1946 die onder deze minister werd uitgevaardigd, was de basistekst voor de latere wetgeving over Ruimtelijke Ordening. Zo werd daarin per provincie een ‘gemachtigde ambtenaar’ ingevoerd die tot vandaag is blijven bestaan. Bedoeling was de democratisch verkozen instellingen en ook de ‘gewone’ uitvoerende macht, zoveel mogelijk uit te schakelen, en te vervangen door een omnipotente ‘kameraad’. Zijn ‘advies’ bij de vergunningverlening is bindend, een eufemisme voor een vetorecht. Hij heeft een zeer grote macht. Zo bepaalt artikel 43 § 2. van het decreet van 22 oktober 1996 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening nog steeds: “Het advies van de gemachtigde ambtenaar kan, mits behoor­lijk met redenen omkleed, tot weigering van de vergunning besluiten. Het kan aan de afgifte van de vergunning ook voorwaarden verbinden om een goede plaatselijke ordening veilig te stellen, en in dat verband desnoods afwijken van alle bestaande verordenende voorschriften, inzonderheid van die welke uit rooiplannen voortvloeien.”

 

Het decreet van 18 mei 1999 heeft aan het centralistisch-dirigistische systeem weinig veranderd. De gemeenten mogen verder eigen plannen maken, maar dit zit zo ingebed in veelvuldige controles en goedkeuringen van bovenaf, dat er met moeite van enige autonomie sprake is. (Zie blz. 7 ‘Blauw omrand’). De hogere overheden bakenen de natuurlijke structuur af in de gemeente, het aantal toegelaten bijkomende woongelegenheden en de locatie hiervan worden opgelegd door de provincie, de meeste bedrijventerreinen worden niet door de gemeente gepland, enz. Een gemeenteraadslid schreef ons hierover: “Via het oprichten van adviesraden geeft men de indruk dat er meer inspraak is, via het houden van gemeenteraden, geeft men de indruk dat mensen die door de bevolking verkozen werden iets te vertellen hebben, maar in de praktijk is het de Administratie Ruimtelijke Planning (ARP) die alle touwtjes in handen heeft. De gemeenten mogen het werk doen en de kosten maken; ARP bepaalt hoe het werk gemaakt moet worden en wat op het niveau van de gemeenteraad goedgekeurd mag worden.”

 

De grote revisie zou moeten uitgaan van respect voor de eigendom van de burger, respect voor de inspraakprocedures en het afschaffen van alle dirigistische maatregelen. We doen enkele suggesties om het decreet te moderniseren:

1.                 een grote vereenvoudiging van de planningprocedures, waarbij o.a. de hogere overheden niet meer eigenmachtig delen van lokaal en democratisch goedgekeurde plannen kunnen schrappen.

2.                 een drastische beperking van de vergunningsplicht:

- structureel onderhoud wordt opnieuw vergunningvrij;

- geen stedenbouwkundige vergunning voor werken in een gebouw. Coördinatie met het Kamerdecreet en het daarin voorziene conformiteitsattest. Met dit attest bevestigt de gemeente dat een verhuurde kamer aan bepaalde minimumnormen voldoet in verband met hoogte, oppervlakte, veiligheid, hygiëne, aantal toegelaten bewoners, enz. Wie kamers wil verhuren moet niet alleen een conformiteitsattest hebben, maar bovenop nog een stedenbouwkundige vergunning. Het conformiteitsattest kan uitgebreid worden naar alle werken en functiewijzigingen binnen het bestaand vergund volume, en de stedenbouwkundige vergunning hiervoor worden afgeschaft.

- het Waals Gewest heeft in 2002 de stedenbouwkundige- en de milieuvergunning samengevoegd tot één enkele vergunning, met één ambtenaar die de behandeling voor zijn rekening neemt. Deed Vlaanderen niet alles beter?

- bij heirkracht mag men nu een woningbouw heroptrekken, behalve in kwetsbare gebieden, maar beperkt tot maximum 1 000 kubieke meter. Veel abdijen en kastelen zijn zonevreemd. Zal men bij een hevige brand een klooster of een kasteel verplichten te herbouwen op maximum 1000 m3? Men kan beter niet wachten tot men zich als overheid belachelijk maakt. Een vergunde woningbouw moet bij heirkracht kunnen heropgebouwd worden zoals hij er stond, in alle gebieden. De vergoedingsregeling bij verbod op heropbouw kan dan afgeschaft worden;

- voor bijna elke vergunning voor zonevreemde gebouwen is nu een openbaar onderzoek verplicht. Deze tergende maatregel, niet opgelegd voor zone-eigen constructies, afschaffen;

- uiteraard worden de ‘basisrechten’ voor zonevreemde gebouwen in het decreet definitieve basisrechten, en niet alleen zolang een oud gewestplan of BPA van toepassing is.

3. Bouwmisdrijven:

- de bouwmisdrijven worden uit het strafrecht gehaald. Met boetes en/of gevangenisstraf wordt een bouwovertreding niet opgelost;

- na verjaring moet een gebouw met een bouwmisdrijf als vergund worden beschouwd, niet meer als gedoogd;

- de inspectie wordt de mogelijkheid om nog 20 jaar lang afbraak te vorderen ontnomen;

- indien bouwovertredingen niet volledig uit het strafrecht worden gehaald, gebeurt dit op zijn minst voor alle regulariseerbare overtredingen. Voor regulariseerbare overtredingen kan de inspectie geen proces voeren en dus geen afbraak vorderen van een woning omdat enkele muren meer werden afgebroken, zoals in Melle gebeurde.

Wat de bouwovertredingen betreft is het wellicht nuttig aan 2 top-advocatenkantoren een opdracht te geven om voorstellen te doen over een goede regelgeving met maximale depenalisatie. Wanneer bouwovertredingen en de verjaring decretaal zeer duidelijk omschreven zijn is er geen Hoge Raad voor het Herstelbeleid meer nodig om ambtenaren tot redelijkheid te dwingen bij de vervolging van bouwmisdrijven. Hij blijft wel nodig voor het toezicht op de correcte uitvoering van vonnissen door de administratie.

4. De planbaten afschaffen. De overheidsmaatregelen van algemeen nut kunnen sommige burgers in concreto een voordeel opleveren. Wie bijzonder voordeel haalt uit de veiligheidsvoorzieningen vanwege de overheid, betaalt echter evenveel belastingen als de burger die daar minder rechtstreeks mee te maken heeft. Idem dito voor wie meer of minder gebruik maakt van het wegennet, of van een park in de buurt. Nu wordt in de ruimtelijke ordening de invoering van een woongebied niet meer beschouwd als een opgave van algemeen nut, maar als een bron van winsten voor bepaalde eigenaars, en vooral van inkomsten voor de overheid.

5. Alle rechten van voorkoop afschaffen. De overheid kan onderhands aankopen.

 

De decreten van 18 mei 1999 en van 22 oktober 1996 bevatten in 1999 samen 54 000 woorden, vandaag zijn het er al bijna 60 000 geworden. De Vlaamse parlementsleden zouden de ambitie moeten hebben om het decreet RO met minstens een derde in te korten. Met de hierboven voorgestelde maatregelen moet dit lukken. Wanneer men bovendien nog de moed zou hebben om één planniveau af te schaffen, komt men met ongeveer de helft van de huidige tekst toe, en wordt de administratie een stuk eenvoudiger en goedkoper. Het Vlaams parlement moet beseffen dat het door over-reglementering en slechte decreetteksten onze welvaart in gevaar brengt. Vlaanderen stond in 1995 nog net na de top-drie van welvarende Europese lidstaten en regio’s, maar zakte in 2001 tot een middenpositie, door handicaps als een gebrekkige administratie. Minder regels in de ruimtelijke ordening zijn ook nodig als de politieke klasse wil dat de bevolking terug wat meer vertrouwen in haar krijgt (*). Hierbij gaat het om heel iets anders dan om hun ‘imago’ (zie blz. 5). Dat men met een bulldozer twintig jaar na een vonnis nog woningen afbreekt, konden velen al niet begrijpen. Daarna kwam het bericht dat 160 000 (zonevreemde) woningen op termijn tot verkrotting veroordeeld waren, zonder enige vergoeding. De politieke klasse kwam op die beslissing terug en gaf de zonevreemden zogenaamd ‘permanente rechtszekerheid’. Een leugen, blijkt nu. Dan werd de verjaring van bouwmisdrijven ingevoerd. Echter: wie, zelfs onwetend, een woning met een bouwovertreding kocht, zit ook na verjaring met een gedoogde constructie die geen enkele vergunning meer kan bekomen. Zelfs niet om het dak te vernieuwen. Meer nog, hij kan twintig jaar lang veroordeeld worden tot afbraak. De politieke klasse moet na een halve eeuw stalinistische ideologie in de ruimtelijke ordening eindelijk eerbied tonen voor de enige spaarpot van de gemiddelde burger: zijn huis. Met enkele ‘verfijningen’ aan het huidige decreet zal ze het vertrouwen niet terugwinnen.

 

(*) Vlaamse Regionale Indicatoren (VRIND) 2004/2005: slechts 12,7% van de Vlaamse bevolking heeft veel tot zeer veel vertrouwen in de Vlaamse politieke partijen, 46,3% weinig tot zeer weinig. De laagste score van 19  instellingen, op de Waalse politieke partijen na.


14:28 Gepost door | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

04-07-05

nr 57 juli '05

Inhoud:
Het tergend voorkooprecht
Voorkooprecht afschaffen
De 'eenvoudigste' gemeenten
Het Vlaams karakter van de Rand: 161 Vlabinvest woningen dragen er niets toe bij
Het geweldmonopolie van de overheid
 
Editoriaal

Het tergende voorkooprecht..

 

.. en het risico van 2 jaar cel voor de Topman van Vlabinvest/VHM

 

 

Nu de onverwijlde splitsing van het kiesarrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde niet doorgaat stelde de Vlaamse regering een stoere verklaring op, waarin ondermeer sprake is van een versterking van de werkingsmiddelen van Vlabinvest met 25 miljoen euro, en een uitbreiding van haar werkingsgebied van 9 naar 39 gemeenten. “Voor de toekenning van een sociale woning en voor de uitoefening van een woonvoorrecht moeten de kandidaten een maatschappelijke en sociaal-culturele binding hebben met het Vlabinvestgebied.” Dit is niets nieuws, Vlabinvest hanteerde deze regel al jaren. Gelijkaardige voorwaarden staan ook in het reglement van de provincie Vlaams-Brabant ter stimulering van sociale huisvestingsinitiatieven.

 

Het invoeren van een voorrang op basis van maatschappelijke, socio-culturele of economische binding met een gemeente is onwettig en strijdig met diverse internationale verdragen. Dat bleek ten minste bij adviezen van de Raad van State op twee voorstellen van decreet die een woonvergunning wilden invoeren. Het eerste in 1990/1992 om de groei van de Franstaligen in de Rand rond Brussel tegen te houden, het tweede in 2001 tegen de ‘Hollanders’ in het Noorden van het land. Volgens de specialist op dit domein Bernard Hubeau, “was de Raad van State wel nogal voortvarend bij zijn beoordeling van de strijdigheid van de ontworpen regeling van de woonvergunning in de Vlaamse rand met het Protocol bij het E.V.R.M in verband met het recht op vrije woonkeuze... Gecombineerd met het gelijkheidsbeginsel is er desalnietemin een duidelijk grondwettelijk bezwaar,” besluit Hubeau reeds in 1994 over de woonvergunning. Ook bij de huidige Vlabinvest/Vlaams-Brabantse regels bestaat volgens ons het risico dat ze het grondwettelijk gelijkheidsbeginsel schenden.

 

Naast het gelijkheidsbeginsel speelt nog mee dat er sinds 2003 in België een strenge anti-disciminatiewet bestaat. Wanneer een rechter na een klacht tot de bevinding komt dat de voorkeurregeling van Vlabinvest of de provincie Vlaams-Brabant een discriminatie is, riskeert de verantwoordelijke ambtenaar veroordeeld te worden tot een gevangenisstraf van maximum twee jaar. Dit risico lopen dus de administrateur-generaal van Vlabinvest, tevens administrateur-generaal van de Vlaamse Huisvestingsmaatschappij (VHM) en een hoge ambtenaar bij de provincie Vlaams-Brabant.

 

In meer dan tien jaar tijd heeft Vlabinvest hoop en al 161 woongelegenheden gerealiseerd, en via diezelfde projecten daar bovenop nog 53 woongelegenheden in de sociale sector. Dat is minder dan een druppel op een hete plaat. Vlabinvest heeft in die tijd ongeveer voor een zeshonderdtal bewoners gebouwd, terwijl er naar schatting in die periode netto een 20 000 Franstaligen meer zijn komen wonen in de Vlaamse Rand. Als men denkt met juridisch aanvechtbare provinciale reglementen en met Vlabinvest iets aan het ‘Vlaams karakter’ van de Rand te kunnen doen, leeft men dus volledig in illusies. Het is wellicht nuttig voor het imago van politici, een kleine tweehonderd Vlamingen kreeg zo een goedkopere woning, maar het is zeker niet hiermee dat men één Franstalige van die 20 000 kan tegenhouden zich in de Rand te vestigen. Wel kost dit alles reglementen, subsidies en ambtenaren. Alleen al in 2004 heeft Vlabinvest via de VHM 2 286 voorkoopaanbiedingen onderzocht, waarvan het geen enkele heeft omgezet in een aankoop. Worden straks de eigenaars in 39 gemeenten in Vlaams-Brabant opgezadeld met een tergend voorkooprecht? Zal men dan jaarlijks meer dan elfduizend keer nutteloos de voorkoopprocedure op gang brengen? Is dit niet (Vlaamse..) ‘burgers pesten’?


 

18:38 Gepost door | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

28-06-05

Het Nieuwsblad 20 juni - reactie

In Het Nieuwsblad van maandag 20 juni was de hoofdtitel op blz. 1: 'Bulldozer vervangen door boete', de ondertitel 'Minister Van Mechelen laat zonevreemde huizen staat, met een uitvoerig interview met deze minister. Onze reactie:
 

Bulldozers vervangen door doe-het-zelf

 

Laat Van Mechelen zonevreemde huizen staan, zoals in een kop bij het artikel aangekondigd? Niets is minder waar. De in 2001 ingevoerde ‘basisrechten’ voor zonevreemde gebouwen voorzagen dat men overal minstens zijn dakstructuur zou mogen vernieuwen, en verbouwen binnen het bestaande volume. De basisrechten heetten onbeperkt in de tijd: “Bij het opstellen van een gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan kan niet worden getornd aan de basisrechten. De gemeenten kunnen nog steeds oordelen die rechten uit te breiden.” Dat was ten minste toen zogenaamd ‘de bedoeling’ van de parlementsleden, na te lezen in het parlementair verslag. Die uitspraken komen echter niet overeen met de eigenlijke tekst van het decreet. Daar staat dat de basisrechten slechts gelden bij een bestaand plan van aanleg van de ‘oude stijl’ (gewestplan, APA of BPA). Van zodra een ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) van de ‘nieuwe stijl’ in werking treedt, vervallen dus die basisrechten. Minister Van Mechelen bevestigde op 28 april 2005 in de commissie ruimtelijke ordening dat de gemeenten de ‘basisrechten’ wel degelijk mogen beperken.

 

De gemeenten moeten in hun ruimtelijk structuurplan zeggen wat ze in hun latere RUP zullen doen met de zonevreemde woningen. Het belooft niets goeds. Geel wil voor woningen die nu in kwetsbare gebieden liggen geen enkele vergunning meer geven om te verbouwen binnen het bestaande volume. In Sint-Truiden zijn 48 zonevreemde woningen in een kmo-zone op termijn veroordeeld tot afbraak, door wat de gemeente zelf een 'uitdoofbeleid' noemt. Ze zullen enkel kleine, vergunningsvrije instandhoudingswerken mogen uitvoeren, maar hun dak dus niet meer mogen vernieuwen of een muur heropbouwen. In Willebroek staat een aantal zonevreemde woningen hetzelfde lot te wachten. Aartselaar voorziet hetzelfde voor zonevreemde woningen gelegen in de economische as van de A12. De gemeenten kunnen dus perfect legaal alle rechten van de zonevreemden afnemen zonder enige vergoeding. Hebben de Vlaamse parlementsleden de naar schatting 160 000 eigenaars van een zonevreemde woning in 2001 bewust belogen en bedrogen? Wil het Vlaams parlement dat iemands woning en wellicht enig duurzaam bezit op termijn waardeloos wordt, zonder enige schadeloosstelling? Het is wellicht minder spectaculair dan de afbraak van één woning met een bulldozer, maar de regeling heeft wel hetzelfde resultaat. Het Vlaams parlement is op basis van het huidig decreet over zonevreemden op termijn verantwoordelijk voor veel meer afbraken dan de inspectie. Er is niet eens een bouwmisdrijf voor nodig, en er moet niet eens een rechter tussenkomen.

 

Van Mechelen wil bij bouwmisdrijven de bulldozer vervangen door een boete. Volgens het verjaringsdecreet kan een gebouw met een verjaard bouwmisdrijf niet als vergund worden beschouwd, maar hoogstens als ‘gedoogd’. Zelfs al heeft men een forse boete betaald. Voor een gedoogde constructie kan men later nooit nog een vergunning bekomen. Gezien elke vernieuwing van de dakstructuur of het heropbouwen van bestaande muren vergunningsplichtig is, betekent dit, ook na verjaring, op termijn het verval van een gebouw. Al te dikwijls is de nieuwe eigenaar van een gebouw het slachtoffer, want hij kan bij de koop niet weten dat er een (niet geverbaliseerde) bouwovertreding gebeurde. Hij kan vandaag en in de volgende jaren geen sluitende informatie van de gemeente krijgen over de al of niet begane bouwovertredingen. Van Mechelen heeft geen bulldozers meer nodig, de eigenaars van een verjaard bouwmisdrijf zullen er toe gedwongen worden er zelf voor te zorgen. Anders zullen ze met de tijd nog een heffing op leegstand en verkrotting moeten betalen. Het Vlaams parlement is op basis van het huidig decreet over de verjaring op termijn verantwoordelijk voor veel meer afbraken dan de inspectie. Bovendien: wat heeft de vernieuwing van de dakstructuur met de ruimtelijke ordening te maken? Dit moet terug vergunningsvrij worden. 



10:29 Gepost door | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

03-06-05

nr 56 juni 05

Inhoud:
Welvaart in gevaar
Concurrentievervalsing? Het monopolie van de overheid bij sociale woningbouw
Zonevreemden bedrogen: de 'permanente' basisrechten zijn uitdovend
Actieplan Reguleringsmanagement 2005
Eigendomsrechten onaantastbaar: decreet RO is een omkering van dit principe
 
EDITORIAAL

Welvaart in gevaar

 

De Vlaamse overheid brengt onze welvaart in gevaar

 

In het aprilnummer meldden we reeds dat de zogenaamde ‘permanente basisrechten’ voor zonevreemden niet verworven zijn. In tegenstelling tot de grote beloften van 2001 en 2002 gelden die basisrechten slechts tot er een ruimtelijke uitvoeringsplan van toepassing is. Ofwel hebben de Vlaamse parlementsleden in 2001 en 2002 gelogen, ofwel hebben ze een slordige decreettekst geschreven, die niet met hun bedoelingen overeenkwam. Het eerste lijkt nu het geval, zoals blijkt uit een antwoord van de minister op een parlementaire vraag. (Zie blz. 3). Willen de Vlaamse parlementsleden echt dat iemands woning en wellicht enig duurzaam bezit op termijn waardeloos wordt, zonder enige vergoeding? Ze kunnen bewijzen dat ze geen leugenaars zijn door in het decreet zelf de basisvoorwaarden toepasbaar te verklaren voor RUP’s.

 

Na de ‘basisrechten’ kwam midden 2003 de verjaring. De decreettekst hierover was weer eens zo slordig opgesteld, dat nadien meteen totaal tegenstrijdige vonnissen werden uitgesproken. De ene rechtbank meende dat een misdrijf verjaard was, en er dus geen herstel in de oorspronkelijke staat meer kon gevonnist worden, een andere rechtbank meende dat alleen geen boete en/of gevangenisstraf meer kon uitgesproken worden, maar wel nog de afbraak bevolen. Het zal u maar overkomen: al of niet tot afbraak veroordeeld worden, afhankelijk van de interpretatie van een decreet. Het duurde tot januari 2005 om uitsluitsel te krijgen. Dit kwam er niet dankzij een initiatief van de decreetgever, maar was er een arrest van het Arbitragehof nodig. Om de door parlementsleden (!) aangeklaagde ‘sabotage’ van het verjaringsdecreet door de stedenbouwkundige inspectie en willekeur bij de vervolging en uitvoering van oude bouwmisdrijven te verhinderen, werd in 2003 voorzien in de oprichting van een Hoge Raad voor het Herstelbeleid. Twee jaar later werkt die nog steeds niet. Erger nog: de benoemingen die in april 2005 in het Staatsblad werden gepubliceerd bevatten zogenaamd ‘een aantal materiële onvolkomenheden’. Het benoemingsbesluit werd ingetrokken, en de procedure herbegint in juni van vooraf aan, met de publicatie van een nieuwe oproep om zich kandidaat te stellen (zie blz. 6).

 

Ooit was er sprake van grondige wetsvereenvoudiging, en een vermindering van de administratieve lasten met minstens 25%. Een van de bejubelde vereenvoudigingsprojecten betreft de ‘integrale milieuvoorwaarden’. Twee pilootpakketten met integrale voorwaarden zijn nu uitgewerkt: voor garages en schrijnwerkerijen. Maar, noch het regelgevend kader, noch de uitwerking van het concept, voldoen volgens zowel de SERV als de MiNa-Raad om deze pakketten in werking te laten treden.

 

De decreetteksten worden altijd maar slechter, en de ooit met veel tamtam aangekondigde vereenvoudiging van de regelgeving en vermindering van de regellasten blijken vooral een papierberg aan nota’s zonder veel uitwerking in de praktijk. (Zie blz. 4-5). Het ‘Actieplan Reguleringsmanagement 2005’ voorziet geen enkel nieuw project bij Ruimtelijke Ordening. Vlaanderen stond in 1995 nog net na de top-drie van welvarende Europese lidstaten en regio’s, maar zakte al in 2001 tot een middenpositie, ondermeer door een gebrekkige administratie. Het is er ondertussen niet op verbeterd. De Vlaamse regelgever speelt dus met onze welvaart als ze niet onverwijld echt werk maakt van minder maar betere regelgeving.



17:24 Gepost door | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

30-04-05

nr 55 mei 05

Inhoud:

Moeten de SHM’s honderden miljoenen subsidie terugbetalen?

Beloften van de minister in zijn beleidsnota RO

Vergunningenchaos vermeden bij de dertiende wijziging aan het decreet RO

Is Europa onze laatste hoop tegen staatsmonopolies?

 

Editoriaal

Concurrentievervalsing?

 

Moeten VHM en de SHM’s honderden miljoenen subsidie terugbetalen?

 

Staatssteun die tot concurrentievervalsing kan leiden moet eerst ter goedkeuring aangemeld worden aan de Europese Commissie. Als ze zonder goedkeuring wordt uitbetaald en de concurrentie vervalst, moet ze volgens Europese regels en rechtspraak terugbetaald worden. Dat overkwam Beaulieu, die in 1983 de som van 725 miljoen frank aan staatssteun kreeg voor de overname van het failliete Fabelta-Zwijnaarde. Volgens de toenmalige regering was de steun meer dan verantwoord: ze redde meer dan de helft van de 600 banen bij Fabelta, en onrechtstreeks won de overheid miljoenen, door besparingen op de werkloosheidsuitkeringen en door nieuwe belastingen en sociale lasten. Maar volgens de Europese Commissie vervalste de steun de concurrentie, en moest ze terugbetaald worden. Of staatssteun aan sociale huisvestingsmaatschappijen en ziekenhuizen onder de meldingsplicht valt, daarover waren de meningen tot voor kort verdeeld. Om de knoop door te hakken schreef de Europese Commissie vorig jaar een ontwerp-beschikking waarin ze stelde dat deze steun niet voorafgaandelijk moet worden aangemeld. Het Europees Parlement was het hiermee echter helemaal niet eens. Er kan voor dit Parlement geen sprake zijn van een algemene vrijstelling van een dergelijke aanmelding. De lidstaten moeten eerst een volledig rapport overmaken aan de Commissie met een gedetailleerde uiteenzetting van de werking en de financiering van deze twee sectoren, zodat de Commissie kan nagaan of de steunmaatregelen wettig zijn. Het Europees Parlement stelt vast dat zeer veel steun in deze sectoren tot verstoring van de mededinging kan leiden en wijst erop dat dit sectoren zijn die voor particuliere exploitanten eveneens van belang zijn. De resolutie werd op 22 februari 2005 door de plenaire vergadering van het Europees Parlement aanvaard.

 

Het Europees Parlement is dus geen voorstander van een blanco-vrijstelling van aanmeldingsplicht van staatssteun aan sociale huisvestingsmaatschappijen en ziekenhuizen. Het Vlaamse Gewest erkent uitdrukkelijk de mogelijke concurrentievervalsing van de overheidssteun aan de sociale huisvesting. Dit blijkt o.a. uit recente uitspraken van de Vlaamse Minister bevoegd voor wonen in het Vlaams Parlement, waarin deze stelde “dat er een sociale mix moet worden gecreëerd in de sociale huisvestingssector door hogere inkomens toe te laten, maar dat heeft als nadeel een nog groter aanzuigeffect en concurrentie met de privé-sector.” (Stuk 15 (2004-2005) nr. 7-J).

 

Vlaanderen heeft tot nu nooit enige staatssteun voor de sociale huisvesting aangemeld. Een onderzoek is nu onafwendbaar. Komt daar nog bij dat de Vlaamse Huisvestingsmaatschappij (VHM) en de Sociale Huisvestingsmaatschappijen (SHM’s) over een monopoliepositie beschikken, die kan botsen met Europese principes. Het Europees Parlement benadrukt dat de toewijzing van diensten van algemeen belang zoals verpleging in ziekenhuizen en sociale huisvesting, via een officieel besluit of een aanbesteding, moet voldoen aan doorzichtigheidsnormen en gebaseerd moet zijn op voorwaarden die voor alle concurrenten gelijk zijn. VHM en de SHM’s genieten echter tal van exclusieve voordelen (zie blz. 4-5). Voor hen en voor de ziekenhuizen komt er dus een Europese doorlichting. Subsidie die niet correct is toegekend, moet terugbetaald worden. In het Beaulieu-dossier ging het, intrest inbegrepen, om ongeveer 30 miljoen euro. Bij de sociale huisvesting zou het wel eens om een veelvoud kunnen gaan dat riskeert te moeten worden terugbetaald.



13:55 Gepost door | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

16-04-05

nr 54 april 2005

Inhoud:

Zonevreemden bedot

Het ‘fundamenteel’ basisrecht bestaat niet

Over proportionele maatregelen

Onderzoek situatie zonevreemden in gemeenteplannen

De taken en financiën van de overheid

 

Editoriaal

Zonevreemden bedot

 

Zone-eigen, maar soms met nog minder rechten dan vandaag

 

Zonevreemden kunnen er soms beter aan toe zijn zonevreemd te blijven dan straks zone-eigen gemaakt te worden in een gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan. Dat blijkt uit ons onderzoek naar de gemeentelijke ruimtelijke structuurplannen (GRSP). (blz. 4-5). Een GRSP is een beleidsnota waarin ook wordt bepaald welke acties er zullen ondernomen worden om de in het GRSP ontwikkelde visie te realiseren. In het richtinggevend gedeelte ervan wordt onder meer het kader beschreven waarin de gemeente de zonevreemdheid wil oplossen. Sommige GRSP’s zijn hierover erg kort, andere gaan meerdere bladzijden in op de voorziene oplossing om de woningen en andere gebouwen ‘zone-eigen’ te maken. De ‘oplossing’ moet er komen met een of meer ruimtelijke uitvoeringsplannen (RUP). De gemeenten kunnen in hun RUP-zonevreemd straks doen wat ze willen, of moet men zeggen: wat de hogere overheden (provinciale en gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaren) hen opleggen? In Geel kan dit ‘zone-eigen’ maken betekenen dat woningen die nu in kwetsbare gebieden liggen geen enkele vergunning meer zullen krijgen om te verbouwen binnen het bestaande volume. Geel wil naast de huidige ruimtelijk kwetsbare gebieden “ook nog een aantal gebieden voorstellen, die momenteel niet in een ruimtelijk kwetsbaar gebied zijn gelegen, waar er een strenger beleid moet gevoerd worden dan de huidige principes voor zonevreemde woningen buiten ruimtelijke kwetsbare gebieden. Deze zogenaamde ‘gemeentelijke gevoelige gebieden’ kunnen volgens de huidige decreetsprincipes wel uitbreiden maar omdat ze binnen de gemeentelijke gevoelige zones worden gesitueerd zullen ze dit niet meer kunnen.” En wat zijn ‘gemeentelijk gevoelige gebieden’? “Daaronder worden die gebieden verstaan die de gemeente Geel extra heeft aangeduid en waar er een strenger beleid zal gevoerd worden.” Simpel..

 

Willebroek gaat dezelfde richting uit, ook met gemeentelijk gevoelige gebieden. Aartselaar gaat nog een stap verder, en “wil voor de zonevreemde woningen gelegen in de deelruimte economische as van de A12, meestal woningen gelegen in industrie- of KMO-zone, er de mogelijkheden beperken tot het uitvoeren van werken die niet bouwvergunningsplichtig zijn zoals omschreven in de regelgeving.” Ze zouden dus zelfs hun dakstructuur niet mogen vernieuwen. Nochtans was door de Vlaamse parlementsleden in 2001 stellig beloofd dat de toegekende rechten voor alle zonevreemden BASISRECHTEN waren, waaraan in gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan niet kon worden getornd. De gemeenten zouden die rechten wel verder kunnen uitbreiden door woningen in een woonkorrel of in woongebied te leggen. Daar klopt dus niets van: van zodra een RUP in werking treedt, dat de bestaande bestemmingsvoorschriften van een plan van aanleg vervangt, eindigen de ‘basisrechten’ van de zonevreemden. (zie blz. 2)

 

Bij veel RUP’s-zonevreemd die in de volgende jaren zullen goedgekeurd worden, kan men een vloed van verzoeken tot vernietiging verwachten bij de Raad van State. De ‘gebiedsgerichte’ aanpak leidt tot een zeer verschillende behandeling van de zonevreemden, naargelang (het gehucht in) de gemeente, het ‘gebied’ waarin ze terechtkomen en de overheid die ze afgebakend heeft. In zijn advies over het ontwerp van decreet RO in 1999 verwees de Raad van State naar de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens volgens welke moet worden voldaan aan de vereisten van redelijkheid en evenredigheid ingeval met eigendomsbeperkende maatregelen een algemeen belang wordt nagestreefd. Verbod om zijn dak te vernieuwen of te verbouwen binnen het bestaande vergunde volume hoort daar volgens ons niet bij.





12:55 Gepost door | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

nr 53 maart 2005

Inhoud:

Rond de verjaring is nog veel verbeterwerk nodig

De toets van de rechter: hij kan zelf geen herstelmaatregel bepalen

Verjaring: daarna moet een gebouw als vergund worden geacht

Gedoogd of vergund: al of niet nog een verunning krijgen is kafkaiaans

Sluipend totalitarisme: collectivisering op kosten van de eigenaars

 

Editoriaal

 

RechtsONzekerheid

 

Rond de verjaring is nog veel verbeterwerk nodig

 

Met het arrest van het Arbitragehof van 19 januari 2005 is nu duidelijk dat de meeste bouwmisdrijven na vijf jaar verjaren. Volgens de woordvoerder van minister Van Mechelen kan deze de logica van het rechtscollege over de vernietiging van de twee uitzonderingen volgen. “Het Hof heeft duidelijkheid en rechtszekerheid gecreëerd, daar het principe van de verjaring werd bevestigd, behalve voor bouwmisdrijven in ruimtelijk kwetsbare gebieden.” Die bouwmisdrijven wil Van Mechelen niet verjaarbaar maken. Dat bleek bij een interpellatie van Joke Schauvliege (CD&V) op 3 februari 2005 in de commissie Ruimtelijke Ordening in het Vlaams parlement. “Ik denk er niet aan de uitzondering in de kwetsbare gebieden op te heffen,” verklaarde hij. “De oplossing moet via een planologische weg gebeuren, ook voor de weekeindverblijven.” Onder een ‘planologische weg’ bedoelt Van Mechelen dat sommige stedenbouwkundige kwetsbare gebieden een ander statuut krijgen, bijvoorbeeld landbouwgebied, en zo verjaring zou kunnen intreden. Bart Martens (sp.a) pleitte er die dag echter voor, zoals in een advies van de MiNa-Raad voorgesteld, het aantal gebieden waar geen verjaring kan intreden te verhogen. “Met het oog op een duurzaam ruimtelijk beleid vraagt de MiNa-Raad om te onderzoeken of de regelgever de verjaring van bouwmisdrijven toch ook in andere dan ‘kwetsbare’ gebieden kan uitsluiten. De MiNa-Raad denkt daarbij b.v. aan overstromingsgebieden conform de Europese kaderrichtlijn water en de speciale beschermingszones voor vogel- en habitatrichtlijngebieden.” (Briefadvies van 27 januari 2005). Advocaat Hugo Sebreghts pleitte er tijdens de hoorzittingen over het verjaringsdecreet in 2003 in tegendeel voor een heel andere weg te bewandelen: “Bij de problematiek van de kwetsbare gebieden moeten we ons er van bewust zijn dat deze terminologie zeer recent is in het stedenbouwrecht. Zij is pas tijdens deze legislatuur duidelijk doorgebroken. Als het gebied werkelijk kwetsbaar is en de overheid meent dat het als dusdanig moet behouden blijven, lijkt mij de enige consequente houding dat de overheid ook effectief tot de verwerving overgaat door onteigening.”

Zowel Bart Martens als Vera Dua (Groen!) willen dat de minister onderzoekt op welke juridisch niet door het Arbitragehof vernietigbare manier alsnog een formulering kan gevonden worden waardoor bij ernstige hinder voor de omwonenden of bij een ernstige inbreuk op de essentiële stedenbouwkundige voorschriften er geen verjaring zou intreden. Zij vinden dat de rechten van de benadeelden bij een bouwovertreding niet langer beschermd zijn. Het antwoord van Van Mechelen: “Wanneer twee buren goed overeenkomen, laten zij elkaar naar hartelust verbouwen. Als ze tien jaar later ruzie maken, zouden die overtredingen plots hinderlijk zijn en aanleiding vormen voor juridische procedures. Dat kan toch niet.”

 

Gedoogd

Volgens de minister is er nu meer rechtszekerheid. Toch zijn er, zoals met de interpellatie van Joke Schauvliege duidelijk werd, nog een reeks ernstige problemen die voor een zeer grote rechtsonzekerheid zorgen. Een hiervan betreft de problematiek van ‘verjaard betekent gedoogd, maar niet vergund’. Soms kan men na verjaring wel, soms niet nog een vergunning krijgen. (Zie verder in dit nummer op blz. 4-5 en 7). Patrick Lachaert was het er (namens de VLD-fractie) met haar over eens dat moet bepaald worden dat er na verjaring geen misdrijf meer is, en dat er “iets moet gebeuren aan het vergund karakter.” Wat, liet hij nog open. Van Mechelen ging hier niet rechtstreeks op in, maar stelde dat men maximaal gebruik zou maken van de mogelijkheid tot regularisatie van oudere bouwmisdrijven. “Wie vroeger veroordeeld werd om zonder vergunning een tuinhuis, veranda, garagebox te hebben opgetrokken, omdat het niet vergunbaar was in landbouwgebied bijvoorbeeld, kan dit nu laten regulariseren omdat het vergunbaar geworden is, of vandaag soms zelfs zonder vergunning toegelaten is.” Dit slaat natuurlijk op de kleinste overtredingen, en brengt geen soulaas voor grote bouwmisdrijven, waar de huidige eigenaar zelf het slachtoffer van kan zijn.

 

Burgerrechtelijke omweg

Volgens enkele parlementsleden blijken de stedenbouwkundige inspecteurs steeds meer een burgerrechtelijke procedure in plaats van een strafrechterlijke in te spannen. Burgerrechtelijk kan namelijk vervolgd worden tot twintig jaar na de feiten. Oorspronkelijk zou het de bedoeling van die procedure geweest zijn om de inspecteur de mogelijkheid te geven alsnog herstelmaatregelen te eisen voor een burgerlijke rechtbank, als het Openbaar Ministerie de strafzaak seponeert. Dit is echter niet wat er in het decreet RO staat. Artikel 151 zegt zonder enige beperking dat zowel de stedenbouwkundige inspecteur als het college van burgemeester en schepenen ook voor de rechtbank van eerste aanleg, zetelend in burgerlijke aangelegenheden de herstelmaatregelen kunnen vorderen (afbraak, verbouwingen of meerwaarde). Hiervoor is volgens het decreet RO niet eens het advies van de Hoge Raad voor Herstelbeleid nodig. Bovendien hoeft de inspecteur zich dan niet te houden aan het principe dat bij voorkeur een meerwaarde moet gevorderd worden, maar hij kan vrolijk de afbraak vorderen. De inspecteur moet ook niet eens het bindend advies vragen van de Hoge Raad bij een strafrechtelijke procedure om al of niet een bouwverbod te laten opleggen, noch om een dwangsom te eisen bij laattijdige uitvoering van het vonnis. Bij de ambtshalve uitvoering van een vonnis door het college van burgemeester en schepenen is evenmin een advies van de Hoge Raad nodig. Erg bevorderlijk voor de rechtsgelijkheid en rechtszekerheid is dit zeker niet.

Om te onderzoeken of de inspecteur zijn boekje te buiten gaat met een burgerlijke vordering vroeg Van Mechelen een juridisch advies, en zou hij nagaan in hoever het decreet RO nog moet gewijzigd worden. Mogelijke andere wijzigingen aan de decretale bepalingen over de verjaring verwees Van Mechelen naar de Hoge Raad voor het Herstelbeleid, die ook als opdracht heeft “advies te geven, opmerkingen te maken of voorstellen te doen over alle aangelegenheden met betrekking tot het handhavingsbeleid, op eigen initiatief of op verzoek van het Vlaams Parlement of de Vlaamse regering.” De Hoge Raad voor het Herstelbeleid moet jaarlijks een verslag uitbrengen met eventuele beleidsaanbevelingen aan de bevoegde commissie van het Vlaams Parlement.

 

Uitgebreide toetsing

Positief is wel dat er volgens het Hof van Cassatie een toetsing mogelijk is, niet alleen van de wettigheid van de gevorderde maatregel maar ook van de rechtmatigheid van de specifiek door de stedenbouwkundige inspecteur gekozen herstelmaatregel (zie blz. 3). Komt daar bij dat het Arbitragehof de principiële voorkeur voor een betaling van een meerwaarde niet beperkt wil zien tot overtredingen gepleegd vóór 1 mei 2000, maar tot alle misdrijven, ook na deze datum (behalve in uitzonderlijke gevallen, zoals het niet respecteren van het beval tot staking van de werken). Een andere vordering dan de meerwaarde, bijvoorbeeld de afbraak, zal de inspecteur uitvoerig moeten verantwoorden. Zoniet riskeert hij naar huis te keren zonder enige herstelmaatregel. De rechter is namelijk niet bevoegd om een andere herstelmaatregel op te leggen wanneer hij de herstelvordering van het bestuur onwettig of kennelijk onredelijk heeft bevonden.

 


12:52 Gepost door | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

nr 52 februari 2005

Inhoud:

De verpletterende verantwoordelijkheid van de wettenmakers

‘Niets is zo moeilijk als iets eenvoudig maken’

De permanente handhavingschaos: tientallen jaren was er geen daadwerkelijke handhaving, eerder georganiseerde willekeur

 Help, mijn stookolietank lekt

Het voorzorgsbeginsel

 

Editoriaal

 

Versheidsdatum

 

De verpletterende verantwoordelijkheid van de wettenmakers

 

Wekelijks komen zo’n twee dozijn commissies samen in Kamer en Vlaams parlement om nieuwe wetten en decreten te bespreken en goed te keuren. Als dit zo voortgaat wordt op een dag de wettenlawine zo groot dat ze als een tsunami alle economisch leven in dit land verwoest. Wetten maken is eenvoudig, zeker als ze slordig gemaakt worden. De gevolgen zijn echter dat het veertig jaar kan duren eer het Hof van Cassatie er een definitieve interpretatie aan geeft. Hoeveel mensen zijn er ondertussen ten onrechte door een rechtbank veroordeeld op basis van een andersluidende interpretatie? De beperkte toetsingsbevoegdheid van het Arbitragehof leidt er zelfs toe dat het ongrondwettelijk verklaren van een rammelend decreet over de verjaring van bouwmisdrijven de rechtsonzekerheid nog vergroot. Moesten na het arrest van 22 juli 2004 alle overtredingen voor advies naar de Hoge Raad voor het Herstelbeleid, of geen enkele meer?

 

Wetten maken kan snel gaan, ze vereenvoudigen is een heksentoer. Zelfs vijf milieuformulieren alleen maar bundelen in één melding is na vijf jaar nog niet gelukt. Anderzijds geraken belangrijke onderwerpen als een verzekering tegen waterschade of een mazoutfonds jarenlang niet rond door de slechte bevoegdheidsverdeling tussen het Federale en het regionale niveau. De Vlaamse regering doet nu eindelijk een zeer beperkte schuchtere poging om het tij te doen keren. Vanaf 1 januari 2005 moet voor de meeste voorontwerpen van decreet en ontwerpbesluiten van de regering een (zeer beperkte) Regulerings Impact Analyse (RIA) opgemaakt worden (die eigenlijk nog geen echte RIA is). Voor een voorstel van decreet (= opgesteld door parlementsleden) hoeft geen RIA opgemaakt te worden, geen advies gevraagd aan Raad van State, adviesraad of Inspectie van Financiën. Het gebeurt nu al dat een regering, vooral het jaar vóór verkiezingen, een ontwerp van decreet doorspeelt naar de meerderheidsfracties, die ze dan indienen als voorstel van decreet, en zo alle adviezen kunnen overslaan. Nu komt daar voor een regeringsvoorstel dus nog een RIA-tje bij. In de praktijk zal moeten blijken of nu niet veel meer ontwerpen doorgespeeld worden naar het parlement om ze als voorstel in te dienen om RIA en adviezen te omzeilen. De fractie van het Vlaams Belang in het Vlaams parlement is groot genoeg om voor elk voorstel van decreet het advies van de Raad van State te laten vragen. Ze zou de rechtszekerheid een zeer grote dienst bewijzen door dit systematisch voor elk voorstel te eisen. Tot nu deden alle grote fracties dit af en toe, eerder als een tactiek om een voorstel te vertragen of het niet meer gestemd te krijgen voor de verkiezingen.

 

Beseffen de verkozenen wel voldoende de zeer zware verantwoordelijkheid die ze op zich nemen door op een groene knop te drukken en alweer een nieuwe wet goed te keuren? Het zou een blijk van respect voor de burger zijn moesten alle fracties zich de verplichting opleggen eveneens voor al hun decreetvoorstellen een RIA op te maken. Niet een ‘light’ versie, maar een volledige. En naast een begindatum voor elke wet/decreet, ook een ‘versheidsdatum’ te bepalen. Een wet/decreet blijft bijvoorbeeld maximum tien jaar geldig. Wanneer ze voor die tijd niet herbekrachtigd wordt, is ze niet meer van toepassing. Zo zouden de verkozenen systematisch geconfronteerd worden met hun vroeger al te lichtzinnig goedgekeurde regels, en niet alleen de burgers met de gevolgen hiervan.




12:50 Gepost door | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |